Implementation of an integrated care system for labouring women: bridging the gap between primary and secondary obstetric care. A problem analysis.
In het INCAS project stond de vraag centraal hoe de zorg van de eerstelijns verloskundige beter kan aansluiten op de zorg in het ziekenhuis tijdens de bevalling.
Veel vrouwen die tijdens de bevalling overgedragen worden van de eerstelijn naar het ziekenhuis bevallen onder begeleiding van een ziekenhuis-verloskundige. De eerstelijns verloskundige zou deze vrouwen ook in het ziekenhuis kunnen begeleiden als ze voldoende deskundig is.
Iedereen is het erover eens dat vrouwen zoveel mogelijk door dezelfde zorgverlener(s) begeleid moeten worden. Zorgverleners hebben echter verschillende ideeën over hoe dergelijke integrale zorg georganiseerd moet worden. Zo vinden eerstelijns verloskundigen dat hun takenpakket kan worden uitgebreid, maar andere zorgverleners vinden dat meestal niet.
Daarom bevelen wij aan om via actie onderzoek de organisatie van verloskundige zorg te veranderen. Bij deze methode wordt bij het veranderen van de organisatie rekening gehouden met de verschillende ideeën en belangen van zorgverleners.
Producten
Auteur: Perdok H, Verhoeven C, Van Dillen J, Schuitmaker TJ, Hoogendoorn K, Colli J, Schellevis F, De Jonge A
Magazine: BMC Pregnancy and Childbirth
Auteur: Perdok H, Cronie D, Van der Speld C, Van Dillen J, De Jonge A, Rijnders M, De Graaf I, Schellevis F, Verhoeven C
Magazine: Midwifery
Auteur: Perdok H, De Jonge A, Manniën J, Mol BW.
Magazine: Tijdschrift voor Verloskundigen
Auteur: Perdok H., Mokkink L, Van Dillen J, Westerneng M, Jans S, Mol BW, De Jonge A.
Magazine: Birth
Auteur: De Jonge A, Jans S, Perdok H, Bosmans J.
Magazine: Tijdschrift voor Verloskundigen
Auteur: Jans S, Perdok H, Mol BW, De Jonge A.
Magazine: Tijdschrift voor Verloskundigen
Auteur: Perdok H, Jans S, Verhoeven C, Van Dillen J, Mol BW, De Jonge A.
Magazine: Birth
Auteur: Jans S, Perdok H, Mol BW, De Jonge A.
Magazine: NTOG
Auteur: Perdok J, Jans S, Verhoeven C, Henneman L, Wiegers T, Mol BW, Schellevis F, De Jonge A
Magazine: BMC Pregnancy and Childbirth
Auteur: Jans S, de Jonge A.
Magazine: VOG Magazine
Verslagen
Eindverslag
In Nederland is de verloskundige zorg gescheiden in eerstelijns zorg voor vrouwen met een laag risico op complicaties en tweedelijns zorg voor vrouwen met een verhoogd risico. Een betere integratie van beide lijnen kan mogelijk ongunstige geboorte uitkomsten verlagen, ervaringen van vrouwen rondom de bevalling verbeteren, onnodige interventies tegengaan en hogere kosten van de gezondheidszorg beperken.
Doelstelling
Het identificeren van de karakteristieken van een optimaal model voor geïntegreerde verloskundige zorg tijdens de baring, het onderzoeken van de barrières en bevorderende factoren voor implementatie hiervan en het ontwikkelen van een implementatiestrategie.
Methode
De vraagstelling is door middel van vijf verschillende onderzoeken beantwoord:
• Dossieronderzoek onder 600 vrouwen om inzicht te krijgen in het verloop van baringen van vrouwen die verwezen werden met een ‘moderate risk’ indicatie.
• Een globale economische evaluatie op basis van het dossieronderzoek.
• Een Delphi-onderzoek onder 50 relevante professionals (eerstelijns en klinisch verloskundigen, gynaecologen en obstetrisch verpleegkundigen) om de karakteristieken te identificeren van een optimaal model voor integrale verloskundige zorg.
• Een kwalitatief onderzoek (telefonische interviews onder 18 stakeholders en drie focusgroepen onder gynaecologen en verloskundigen) en kwantitatief onderzoek (on-line vragenlijstonderzoek onder 423 verloskundigen en gynaecologen) naar bevorderende en belemmerende factoren voor de implementatie van integrale zorg tijdens de baring.
De onderzoeken zijn uitgevoerd tussen december 2011 en februari 2013.
Resultaten
Het grootste deel van de verwezen vrouwen uit het dossieronderzoek (85%) werd verwezen tijdens de ontsluitingsfase. Van de gehele groep kreeg 37% epidurale pijnstilling, 24% een kunstverlossing en 12% een sectio caesarea. Van de verwijzingen durante partu eindigde 63% in een spontane vaginale bevallingen werd geen MBO of STAN verricht. Voor deze groep vrouwen zou integrale zorg een optie zijn.
De economische evaluatie op basis van het dossieronderzoek, liet zien dat de zorg goedkoper uit zou kunnen vallen indien de eerstelijns verloskundige de baring blijft begeleiden.
Uit het delphi-onderzoek bleek dat de deelnemers integrale zorg tijdens de baring belangrijk vinden. Er is echter een gebrek aan consensus over hoe een dergelijk model zou moeten worden ingevuld en over de rolverdeling van betrokken verloskundige hulpverleners.
De kwalitatieve studie liet zien dat deelnemers voorstander zijn van een integraal verloskundig zorgmodel om continuïteit van zorg te verbeteren. De thema’s cliënt centraal; zorgverlener volgt patiënt versus ketenzorg en competenties kwamen als basiskarakteristieken van een integraal zorgmodel tijdens de baring naar voren. Als bedreigingen werden de financieringsstructuur en de angst voor verlies van autonomie genoemd.
In het on-line vragenlijstonderzoek werden een uiteenlopende visie (66,4%) en de huidige financiële prikkels en belangen (71,8% en 71,5%) door de deelnemers gezien als belangrijkste belemmeringen voor de invoering van een integraal verloskundig zorgsysteem tijdens de baring. Het elektronisch dossier ((98,1%); de zorg rond de cliënt in teams organiseren (86,2%); persoonlijke continuïteit (81,6%) en voldoende praktijkervaring met moderate risk bevallingen onder eerstelijns verloskundigen (67,1%) werden genoemd als belangrijkste bevorderende implementatiefactoren.
De klinisch verloskundige werd het meest geschikt geacht als zorgverlener bij moderate risk indicaties. Eerstelijns verloskundigen gaven aan bereid te zijn tot taakuitbreiding.
Conclusie
De uitkomsten van het INCAS project laten zien dat er ruimte is voor een verloskundig systeem waarin de eerstelijns verloskundigen meer zorgcontinuïteit bieden aan hun cliënten.
Uit de studie komt naar voren dat een integraal zorgmodel tijdens de baring bestaat uit een model waarbij maximale continuïteit van zorg word