Improving the management of uncontrolled hypertension in primary care: A cluster randomized trial
Het niet onder controle zijn van bloeddruk is een groot probleem in de huisartsenpraktijk.
Doel
In deze studie is onderzocht of een praktisch stappen- en behandelplan tot betere resultaten leidt bij patiënten waarbij de bloeddruk niet goed onder controle is.
Aanpak
In een cluster-gerandomiseerde trial (STEPWISE-HTN) onderzochten we of een
gestructureerd stappenplan tot een betere bloeddrukcontrole leidde dan reguliere
huisartsenzorg bij mensen met ongecontroleerde hypertensie (spreekkamerbloeddruk
>140/90 mm Hg ondanks 3 of meer bloeddrukverlagende middelen).
In de interventiegroep voerden getrainde huisartsen en hun praktijkondersteuners
geprotocolleerd een stapsgewijze aanpak uit:
- Uitsluiten ‘witte jassen effect’
- Optimalisatie van leefstijl
- Verbetering van de therapietrouw
- Aanpassing van de medicatie
- Doorverwijzing naar de specialist om secundaire oorzaken van hypertensie uit te sluiten
Resultaten
Een gestructureerd stappenplan leidde niet tot een betere bloeddrukcontrole dan reguliere huisartsenzorg bij mensen met ongecontroleerde hypertensie. Na 8 maanden waren de 24-uurs systolische bloeddruk (137 versus 132 mmHg) en systolische spreekkamerbloeddruk (143 versus 147 mmHg) vergelijkbaar tussen de 50 deelnemers in de interventiegroep en de 56 mensen in de controlegroep. Na 8 maanden had 24% van de interventie- en 28% van de controlegroep een gecontroleerde systolische spreekkamerbloeddruk (minder of gelijk aan 140/90 mmHg).
Conclusie
Een stapsgewijze aanpak in de huisartsenpraktijk voor ongecontroleerde hypertensie
lijkt niet nodig te zijn; de gebruikelijke zorg voor hart- en vaatziekten (cardiovasculair risicomanagement (CVRM-zorg)) volstaat
Aanbevelingen
Onze adviezen aan collega’s die een vergelijkbare complexe interventie in de
huisartsenpraktijk willen evalueren:
- Bij een complexe interventie in huisartspraktijken zijn 1 (of 2) researchverpleegkundigen en een projectmanager nodig naast promovendus en begeleidingsteam. HGOG-subsidies van € 250.000,- euro zijn dan veelal onvoldoende; er is dan aanvullende subsidie of een grotere subsidie nodig.
- Er is voor huisartsgeneeskundig onderzoek meer onderzoeksinfrastructuur nodig dan er momenteel beschikbaar is.
- Als er training nodig is van huisarts en praktijkondersteuner kost dit veel tijd en zijn herhaaltrainingen te adviseren. Het ‘zakt snel weg’ en dan volgt weer de gebruikelijke routine.
- Wij hadden nog last van het feit dat VVAA een ‘WA beroepsaansprakelijkheidsgat’ had op het moment dat we het onderzoek uitvoerden. Inmiddels is deelname aan wetenschappelijk onderzoek wel verzekerd door VVAA.
- Het helpt om als vakgroep huisartsgeneeskunde meerdere aioto-trajecten te hebben waarbij men een ‘dakpanconstructie’ maakt van meerdere aiotos en zo deels elkaars werk laat overnemen. Daarvoor is wel teamwork nodig en flexibiliteit van zowel de aioto als de begeleidingsteams