Mobiele menu

Integrale zorg aan gezinnen met een onrustige baby door regionale netwerkzorg

Projectomschrijving

Integrale zorg aan gezinnen met een onrustige baby door regionale netwerkzorg

Dit project legt de basis voor netwerkzorg in de hulpverlening aan ouders met een onrustige baby. Circa 10% van de 170.000 baby’s die jaarlijks geboren wordt, voldoet aan de criteria van een huilbaby. Veelal wordt er eerst naar een medische oorzaak gezocht, terwijl die maar in 5% van de gevallen gevonden wordt. Dat betekent dat er goede afstemming moet zijn tussen het medisch en sociaal domein.

Doordat die afstemming nu veelal ontbreekt, zoeken ouders onnodig lang naar de juiste ondersteuning. Door het implementeren van netwerkzorg, worden gezinnen beter en sneller geholpen. Door ouder en baby snel te ondersteunen, wordt excessief huilen voorkomen.
In de periode 1-12-2021 tot 1-4-2022 ontwikkelt de bestaande Twentse werkgroep ‘Onrustige baby’ onder leiding van innovatiecoach Lienke Scheurwater een visie op deze netwerkzorg, met als doel deze in een later stadium landelijk te implementeren.

Verslagen


Samenvatting van de aanvraag

Tijdens de babytijd wordt de basis gelegd voor een gezonde en autonome volwassene. Het is een fase waarin er veel ontwikkelingen plaatsvinden die de bouwstenen zijn voor ons verdere ontwikkelingsverloop (Becker, 2014; Rooseboom 2018). Het eerste jaar wordt door Rispens, Goudena en Groenendaal (1994) gekenmerkt als de basis voor een veilige hechting. Hoe sterk de hechting is tussen ouders en baby is afhankelijk van hoe sensitief en responsief ouders reageren op de behoeften van hun kind (Becker, 2014). Als een baby onrustig is en veel huilt, is een goede hechting soms lastig te waarborgen. Ouders vinden het dan moeilijk om sensitief op hun baby te reageren door onzekerheid vanwege het niet stil krijgen van hun baby (Gratama-Nierstrasz, 2017). Als ouders niet sensitief op hun baby reageren, kan de baby het vertrouwen en de geborgenheid bij de ouders gaan missen waardoor de ontwikkeling kan stagneren. Op de langere termijn kan dit zelfs voor geestelijke of lichamelijke gezondheidsproblemen zorgen. Onrustige baby: Onrustige baby’s zijn baby’s die extreem veel huilen. Dit wordt ook wel excessief huilen genoemd (Nederlands Centrum Jeugdgezondheid, 2013). Circa 10% (=circa 16.500 gezinnen per jaar) van de ouders ervaren dat hun baby veel huilt. Bij slechts een zeer klein percentage (minder dan 5%) van deze groep baby’s die veel huilen wordt daadwerkelijk een lichamelijke aandoening gevonden die het vele huilen kan verklaren (Gormally and Barr 1997; Zwart, Vellema-Goud, Brand 2007). Dat betekent dat veel baby’s niet direct bij een medisch specialist in het ziekenhuis in behandeling hoeven. Echter, in Nederland lijkt het grootste deel van deze kinderen echter wel in het ziekenhuis terecht te komen. Niet goed afgestemde zorg bij onrustige baby’s: Het probleem binnen de zorg voor onrustige baby’s lijkt dat op dit moment zowel ouders als professionals zoeken naar een goede ketenaanpak. Kinderarts mevr. I. de Kruijf (2021) geeft in haar promotieonderzoek aan dat meer geïntegreerde zorg zou moeten leiden tot minder ziekenhuisopnames van onrustige baby’s. Maar zo’n sluitende keten maken gebeurd nog nauwelijks in Nederland. Dit sluit aan bij de praktijkonderzoeken van IMH Nederland, Hogeschool Utrecht & Saxion Hogeschool waarbij zowel verwijzers en professionals aangeven dat men niet precies weet naar wie te verwijzen en welke interventie in te zetten. Ook blijkt uit onderzoek van IMH Nederland & Hogeschool Utrecht dat 64% van de ouders (n=36) aangeeft niet duidelijk te hebben bij wie ze moeten zijn. Als er eenmaal hulp is, mist ruim de helft van de ouders (54%) samenwerking tussen de verschillende betrokken professionals. De procesinnovatie bestaat uit de volgende fase van lokale netwerkzorg (II: doorontwikkeling, verbetering en borging) met toepassing van de reflectieve praktijk. Er is in 2021 door IMH Nederland een intervisiewaaier ontwikkeld, met daarbij concrete handvatten hoe je in de jonge kind zorg intervisie vormgeeft. Leren vanuit de reflectieve praktijk is daarbij uitgangspunt. De intervisie richt zich op verbetering van preventie, persoonlijk leiderschap en verbinding (Covey, Merrill & Merrill, 2011). Reflectiemomenten in groepsverband zorgen ervoor dat je samen effectievere keuzes kunt maken en kunt bouwen aan preventie in de regio, in plaats van steeds achter de feiten aanlopen vanwege dringende problemen in gezinnen met jonge kinderen. De intervisiewaaier bevat diverse werkvormen die je in de intervisie kan inzetten, zoals reflectie op eigen handelen van anderen, veiligheid in samenwerking en mindfulness. Er zijn daarnaast concrete agendapunten waarbij ook aandacht is voor praktische zaken in de netwerkzorg zoals inzicht in wachtlijsten, uitval van collega’s, uitbreiden met relevante partners en nieuwe projecten. Regionale netwerkzorg: In Twente is er de afgelopen 2 jaar gestart met 4 regionetwerken (4x 1e lijnteams op gemeentelijke niveau in samenwerking met de ziekenhuizen). Werkplekken zijn bezocht, professionals zijn getraind in IMH-visie en vinden elkaar incidentieel op casusniveau. De 4 regionetwerken willen graag beter samenwerken bij onrustige baby's, omdat zij zien dat ouders op dit moment met hun zorgvraag te vaak van kastje naar de muur worden gewezen. Doel van deze subsidie: - Inzicht in wat nodig is om de 4 regionetwerken te laten groeien naar de volgende fase van netwerkzorg middels implementatie van de intervisiewaaier om relaties te versterken en een verbetercyclus zodat de netwerken zelfstandig verbeterplannen kunnen maken. - Duidelijkheid over wat een regio qua organisatie nodig heeft (bijv. voorzitterschap, karttrekker, afvaardiging van partijen) om een reflectieve praktijk te borgen. Inzicht in het meetbaar maken van de effecten van de samenwerking. - Een blauwdruk van het gehele proces op hoofdlijnen om uit te rollen in andere regio’s.

Kenmerken

Projectnummer:
838002947
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2021
2022
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Mr. drs. Z.M.C.P. Zillah
Verantwoordelijke organisatie:
Ikwerkindezorg BV