Intensive home visiting program for multiproblem families: Effectiveness, mediators and moderators of effects
Het eerste doel van deze studie is het onderzoeken van de effectiviteit van IPT bij multiprobleem gezinnen. Meer specifiek, levert IPT betere resultaten dan de behandelingen die reeds beschikbaar zijn? Het tweede doel is om het proces te onderzoeken waardoor IPT werkt, de zogenaamde mediatoren. Het derde doel is te bepalen onder welke omstandigheden en voor wie, IPT effectiever is, de zogenaamde moderatoren.
Aan het onderzoek nemen 140 multiprobleemgezinnen deel: de helft ontvangt IPT en de andere helft de gebruikelijke behandeling. Het onderzoek bestaat uit een voormeting vlak voor de behandeling, een nameting direct na de behandeling en een follow-up zes maanden na de behandeling.
Verslagen
Eindverslag
Veel behandelingen voor multiprobleem gezinnen zijn nog niet goed geëvalueerd in Nederland, zodat nog onduidelijk is of ze werkelijk helpen. Dit vormt een obstakel in de ontwikkeling en verfijning van zogenaamde evidence-based behandelingen in de jeugdzorg. Een kritiek op beschikbare behandelingen is dat ze een relatief beperkte focus hebben. Over het algemeen wordt aangenomen dat gezien de hoeveelheid problemen die deze gezinnen ervaren, de behandeling ook gericht moet zijn op meerdere gebieden en dus een brede focus moet hebben. Verder is het van belang dat de problemen worden aangepakt daar waar ze zich voordoen: bij het gezin thuis. Dit laatste zorgt ook voor meer betrokkenheid van de gezinsleden en voor minder uitval tijdens de behandeling. Bovendien, blijken intensieve behandelingen effectiever te zijn dan minder intensieve programma’s. Intensieve Pedagogische Thuishulp is gebaseerd op bovenstaande principes. Het bevat meerdere facetten, wordt bij het gezin thuis gegeven en is intensief. Daarom wordt IPT gezien als een veelbelovende manier van behandelen. Een recente meta-analyse van thuishulpprogramma’s (vergelijkbaar met IPT) in Amerika, laat positieve resultaten zien. Zowel ouders als kinderen doen het beter dan ouders en kinderen uit controle groepen. Gezien het feit dat er veel verschillen zijn binnen de jeugdzorg in Amerika en Nederland, is het de vraag of deze positieve resultaten ook in Nederland gevonden zullen worden. Alhoewel er al verschillende evaluaties zijn uitgevoerd naar soortgelijke thuishulp programma’s in Nederland, kunnen er geen betrouwbare en valide conclusies over effectiviteit worden getrokken door de slechte opzet van de meeste studies. De huidige studie richt zich op IPT; een behandeling voor multiprobleem gezinnen, die onlangs is ingevoerd in de Provincie Flevoland. Het eerste doel is het onderzoeken van de effectiviteit van IPT. Meer specifiek; levert IPT betere resultaten dan de behandelingen die reeds beschikbaar zijn (d.w.z. de gebruikelijke zorg)? Gezien het feit dat IPT zich richt op de ouders (met als einddoel het kind te helpen) wordt er eerst gekeken naar verandering in ouderlijk opvoedgedrag en de kwaliteit van de ouder-kind relatie. Daarnaast worden ook de effecten van IPT op het kind onderzocht, namelijk veranderingen in het probleemgedrag, sociale competentie en school succes. Het tweede doel van deze studie is om het proces te onderzoeken waardoor IPT werkt, de zogenaamde mediatoren. Verwacht wordt dat als het zelfvertrouwen van opvoeders stijgt en ze verbeteringen in hun opvoedgedrag tonen, de kwaliteit van de ouder-kind relatie zal verbeteren en probleemgedrag van het kind zal afnemen. Het derde doel is te bepalen onder welke omstandigheden en voor wie, IPT effectiever is. Om deze reden worden de zogenaamde moderatoren onderzocht, namelijk kenmerken van het gezin en kenmerken van de behandeling. De effectiviteit van IPT wordt onderzocht bij multiprobleem gezinnen die zijn aangemeld bij Bureau Jeugdzorg Flevoland and Zeeland. Een gerandomiseerd klinisch onderzoek (RCT) wordt uitgevoerd waarbij at random (d.w.z. door toeval) 100 multiprobleem gezinnen worden toegewezen aan de IPT conditie en 100 aan de gebruikelijke behandeling. Het onderzoek bestaat uit een voormeting vlak voor de behandeling (T1), een nameting direct na de behandeling (T2; gemiddeld 9 maanden) en een follow-up 6 maanden na de behandeling (T3). De metingen, die bij beide condities op T1, T2 en T3 worden afgenomen, zullen bestaan uit meerdere methoden (interviews, vragenlijsten en observatie) en meerdere informanten (ouder, kind, therapeut, en observator). Om de mediatoren te onderzoeken, vinden 3-maandelijke metingen plaats in de IPT groep middels telefonische interviews met participanten.