Mobiele menu

Interculturele module als toevoeging aan de behandelrichtlijnen voor angst- en depressieve stoornissen bij Marokkaanse en Turkse patienten

Verslagen


Eindverslag

Veel Marokkaanse en Turkse mensen in Nederland hebben last van angst- en depressieve stoornissen. Een deel van hen wordt hiervoor verwezen naar GGZ instellingen, maar het behandeltraject wordt vaak voortijdig afgebroken en het is moeilijker de behandeling volgens bestaande behandelrichtlijnen te laten verlopen. In de afgelopen decennia zijn op diverse plaatsen in Nederland initiatieven genomen om cultureel verantwoorde geestelijke gezondheidszorg te organiseren o.a. door therapeuten te trainen in culturele competentie. Hoe de zorg van migranten verloopt en wat het effect is van training in culturele competentie is niet goed bekend. Daarom werd in het huidige project het zorgverloop bij Marokkaanse en Turkse patiënten met angst- en depressieve stoornissen gevolgd en werd onderzocht in hoeverre het verhogen van de culturele competentie van behandelaren het drop-out percentage verlaagt en toepassing van de behandelrichtlijnen verhoogt. De opzet van de studie was een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek, waarbij Marokkaanse en Turkse patiënten (18-65 jr.) die aangemeld waren bij poliklinieken voor depressie of angst van twee GGZ instellingen in Amsterdam (GGZ inGeest en Arkin) werden toegewezen aan òf een behandeltraject met therapeuten die getraind waren in een interculturele module òf aan een behandeltraject met therapeuten die volgens de gebruikelijke aanpak werkten. De gegevens werden verzameld op basis van dossieronderzoek. Om de bevindingen in een breder perspectief te kunnen plaatsen werd ook een systematische literatuur review verricht naar het effect van culturele aanpassingen in de behandeling van angst-en depressieve stoornissen bij migranten.

ACHTERGROND. Veel Marokkaanse en Turkse mensen in Nederland hebben last van angst- en depressieve stoornissen. Zij melden zich hiervoor ook bij GGZ instellingen, maar het behandeltraject wordt vaak voortijdig afgebroken en de evidence based behandelopties bereiken deze groep cliënten te weinig. Het gevolg is dat de kans op chroniciteit van de klachten toeneemt, waardoor het sociaal maatschappelijk functioneren ernstig beperkt wordt. In de afgelopen decennia zijn op diverse plaatsen in Nederland initiatieven genomen om cultureel verantwoorde gezondheidszorg te organiseren. In dit kader zijn bijvoorbeeld trainingen opgezet voor medewerkers om hun culturele competentie te verhogen. Echter, het effect hiervan is niet eerder onderzocht en de initiatieven houden een gefragmenteerd karakter, afhankelijk van lokale initiatieven.
DOEL. Uitwerken van een trainingsmodule in interculturele competentie en onderzoeken in hoeverre het verhogen van de culturele competentie van behandelaren in de GGZ, het drop-out percentage verlaagt en leidt tot betere toepassing van de behandelrichtlijnen.
METHODE. Er wordt een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek uitgevoerd. Deelnemers zijn Marokkaanse en Turkse cliënten (18-65 jr) die aangemeld zijn bij de
polklinieken stemming of angst van twee GGZ instellingen in Amsterdam (GGZ inGeest en Arkin). Deelnemers worden at random toegewezen òf aan een behandeltraject met therapeuten die getraind zijn in een interculturele module òf aan een gebruikelijk behandeltraject met therapeuten die niet getraind zijn en volgens de gebruikelijke aanpak werken. De primaire uitkomstmaat is het drop-out percentage tijdens het behandeltraject. Daarnaast zullen ook de toegepaste behandelvormen worden vergeleken bij cliënten uit de interventie en controlegroep en zal op drie meetmomenten (0,3 en 6 maanden) aanvullende informatie over determinanten van drop-out worden verzameld. De meetinstrumenten overlappen voor een belangrijk deel met de vragenlijsten die in de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst (NESDA) gebruikt worden. In deze observationele studie is het aantal Turkse en Marokkaanse deelnemers gering. De huidige studie kan belangrijke aanvullende gegevens opleveren over het beloop van de klachten en het behandeltraject van Turkse en Marokkaanse cliënten in vergelijking tot autochtone cliënten uit de NESDA populatie.
Statistische analyses: Om een effectsize van 0,7 aan te tonen (33% daling in drop-out percentage), zijn in elke conditie 75 personen nodig (Power=0.99 en alpha=0,05).
De studie zal primair duidelijk maken of de training ter verhoging van de culturele competentie van therapeuten leidt tot een afname van het drop-out percentage en tot een toename van behandeling volgens de richtlijnen. Bij positief effect is het eindresultaat een breed toepasbare, overdraagbare module, die kan worden gebruikt als aanvulling op de bestaande behandelrichtlijnen en die verwerkt kan worden in toekomstige versies van het interculturele addendum angststoornissen en een intercultureel addendum depressie.
RESULTATEN (febr 09-febr 2010). Het afgelopen jaar is besteed aan het voorbereiden van de trial. De trainingsmodule is uitgewerkt, er is een cursusklapper gemaakt en 12 therapeuten zijn getraind. Het project is beoordeeld en goedgekeurd door de METC van het VUmc, de trial is aangemeld bij het trialregister onder nummer NTR1989. Het meetinstrumentarium is verzameld en waar nog nodig vertaald in het Marokkaans- Arabische en Turks. Er is veel overleg geweest met het management en de medewerkers van de betrokken poliklinieken om de uitvoering van het project ook logistiek mogelijk te maken. De inclusie kan nu in februari 2010 starten. Het design van de studie is gepresenteerd tijdens het voorjaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie en tijdens het jubileumsymposium van Mikado, kenniscentrum interculturele zorg.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
100004007
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2009
2013
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. A. van Schaik MD PhD
Verantwoordelijke organisatie:
GGZ inGeest