Mobiele menu

Interdisciplinair opleidingsmodel Ouderenzorg Samen ontwikkelen, samen opleiden en samenwerken

Interdisciplinair opleidingsmodel Ouderenzorg

Ouderen worden ouder en wonen langer thuis. Daardoor groeit de vraag naar complexe zorg in de thuissituatie. De aandacht voor kwaliteit van leven en welbevinden wordt belangrijker. Dit vereist betere samenwerking tussen zorgverleners en integratie van wonen en welzijn. Bestaande zorgopleidingen zijn echter disciplinegebonden en vooral georiënteerd op ziekten. Van zorgverleners worden dus nieuwe competenties verlangd.

Doel
De onderzoekers ontwikkelen een interdisciplinair opleidingsmodel dat bijdraagt aan duurzame, breed toepasbare verbeteringen in de ouderenzorg. Het project levert een document op met competenties in een brede context. Deze vormen de basis voor interdisciplinaire scholing voor professionals in de ouderenzorg.

Werkwijze
Het onderzoek combineert theoretische kennis uit opleidingsmodellen met kennis uit expertpanels. Huisarts en praktijkondersteuner volgen samen modules, reflecteren hierop en passen deze toe op hun werkplek. Zo worden competenties, leerdoelen en leermiddelen direct gekoppeld aan vragen en verwachtingen van ouderen.

Doelgroep
Vijf tot tien huisartsenpraktijken in regio Groningen. 

Verslagen


Eindverslag

In het project Interdisciplinaire Ouderenzorg is een module "Interdisciplinaire Ouderenzorg" ontwikkeld. In een onderwijsstraject waarbij Huisartsen en Praktijkondersteuners Huisartsen (POH) betrokken waren,is met deze module geexperimenteerd, resulterend in een tweetal competentieprofielen: Huisarts en POH ouderenzorg.
Een gezamenlijke scholing van verschillende disciplines met verschillende initiële opleidingen is goed uitvoerbaar en levert geen problemen op ten aanzien van het
behalen van de leerdoelen. De gezamenlijke scholing voor Huisartsen en POH heeft een meerwaarde om tot een andere werkwijze in de praktijk te komen. Uit de evaluatie kwamen suggesties naar voren voor toevoeging van vakinhoudelijke en generieke thema's aan de module teneinde de zorg en behandeling van individuele ouderen en groepen ouderen verder te verbeteren.

Ouderen leven langer en wonen langer thuis en daardoor groeit de vraag naar complexere zorg in de thuissituatie. De verwachtingspatronen met betrekking tot deze zorg verschuiven van de traditionele ziekte georiënteerde behandeling richting kwaliteit van leven en welbevinden. Bestaande opleidingen die professionals opleiden voor de zorg zijn in hoge mate ziektegeoriënteerde en bovendien disciplinegebonden. Nieuwe verwachtingspatronen vereisen in de eerste plaats een betere samenwerking en integratie zowel bij de zorgverlening als bij aspecten van wonen en welzijn. Deze andere verwachtingen vereisen nieuwe en aangepaste competenties van de zorgverleners. Bijvoorbeeld voor het adequaat kunnen hanteren en toepassen van begrippen als autonomie, persoonlijk welbevinden en kwetsbaarheid. Dat zijn generieke begrippen, niet afhankelijk van ziekte of discipline. Het ontwikkelen van een gezamenlijk referentiekader voor professionals die samen verantwoordelijk zijn voor de zorg van de ouderen moet de basis vormen voor een meer doelmatige samenwerking en een betere kwaliteit die tegemoetkomt aan de hedendaagse vraag van de ouderen zelf.
Voor de pilot is gekozen voor de setting van huisarts met praktijkondersteuner. De huisartsen en praktijkondersteuners volgen deels samen scholing en opleidingsmodules, reflecteren hierop en passen deze toe op hun eigen werkplek. Het project bestaat uit:
-Generieke competenties voor de huisarts en de praktijkondersteuner die werken in de ouderenzorg.
-Leermiddelen die ingezet kunnen worden opdat deze competenties behaald kunnen worden.
-Toetsen die ingezet kunnen worden om de (behaalde) competenties te meten.
-Ervaringen van het experiment met het opleidingsmodel in de huisartsenpraktijk met huisartsen en praktijkondersteuners / praktijkverpleegkundigen.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
310300003
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2010
2012
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Drs. A.V.M. van Etten
Verantwoordelijke organisatie:
Universitair Medisch Centrum Groningen