Interventie Modellering & Bayesiaanse Inferentie van transmissieroutes aan de start van een Pandemie
Aan het begin van een pandemie zijn interventies die contact beperken tussen mensen en/of dieren een van de weinige mogelijkheden om de verspreiding van een ziekte tegen te gaan. Dit is echter een uitdaging bij nieuwe ziekteverwekkers die moeilijk te onderzoeken zijn, waarbij de overdracht op meerdere manieren kan plaatsvinden en die zich kunnen verspreiden tussen mens en dier. Het kan dan relatief lang duren om de karakteristieken van de ziekteverwekker te begrijpen en wordt er pas later ingegrepen met de juiste interventie.
Doel
Het doel van dit project is om 3 simulatiemodellen en een statistisch model te ontwikkelen die Nederland voorbereiden op toekomstige pandemieën waarvan de wijze van overdracht nog niet bekend is. Het statistisch model dient om in de beginfase van een epidemie de meest waarschijnlijke transmissieroutes te onderscheiden. De simulatiemodellen kunnen een groot aantal transmissieroutes nabootsen, en dienen voor het trainen van het statistisch model en voor het testen van effectieve interventies binnen de veeteelt of bij mensen.
Aanpak/werkwijze
Voor Nederland worden er 3 stochastische simulatiemodellen aangepast. Deze modellen zullen gebruik maken van nieuwe datasets over veehandel, dichtheden van wilde dieren, weerstatistieken met hoge resolutie en enquêtegegevens over de vrije tijd die het publiek buiten doorbrengt. De modellen worden gevalideerd aan de hand van de verschillende ziekte-uitbraken die Nederland heeft gehad onder mens en dier. Daarnaast wordt een statistisch Bayesiaans model getraind om aan de hand van de tijd en plaats van de eerste symptomatische gevallen de meest waarschijnlijke transmissieroutes af te leiden. Ook dit model zal worden geïnformeerd met de nieuwe datasets.
Samenwerkingspartners
Het project wordt uitgevoerd door een consortium bestaande uit Wageningen Universiteit, RIVM, Universiteit Twente, KNMI en Wageningen Universiteit & Research. Het onderzoeksteam heeft expertise op het gebied van onder andere modelleren, epidemiologie, dierwetenschappen, bioveterinair onderzoek, dier ecologie, geo-informatie verwerking en data technologie. Daarnaast zijn ook de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en The Centre of Monitoring Vectors (CMV) van NVWA betrokken bij het project.
(Verwachte) resultaten
Met de resultaten van dit project is het mogelijk om in de eerste weken van een uitbraak te kunnen onderscheiden welke transmissieketens in Nederland een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van een ziekte, zelfs als de ziekteverwekker nog niet bekend is. Deze transmissieketens kunnen variëren van overdracht van mens op mens, door de lucht of muggen, of door blootstelling aan de ziekte in vee of wilde dieren. Met de modellen kunnen verschillende interventies vergeleken worden voor hun effectiviteit, waarbij een minimale impact op de samenleving in het oog gehouden wordt. De resultaten van dit project worden eind 2025 verwacht.