Mobiele menu

JGZ richtlijn Taalontwikkeling

Projectomschrijving

JGZ helpt bij het opsporen en ondersteunen van taalachterstand

De jeugdgezondheidszorg biedt preventieve zorg aan alle jeugdigen in Nederland, zodat zij gezond
en veilig kunnen opgroeien. De regelmatige contacten van de JGZ met kinderen (en hun ouders)
bieden kansen voor preventie van en vroeg interveniëren bij achterstanden in de taalontwikkeling.
Als de taalontwikkeling niet (volledig) tot ontplooiing komt, betekent dit een bedreiging voor de
ontwikkeling van het kind.
Binnen de JGZ bestaat behoefte aan handelingsaanbevelingen voor preventie, vroeg signalering,
adviseren, begeleiden en verwijzen bij taalachterstand. De JGZ-richtlijn Taalontwikkeling voorziet in
deze behoefte.

JGZ richtlijn Taalontwikkeling nu beschikbaar

De richtlijn is ontwikkeld door TNO en NSDSK in samenwerking met JGZ-professionals,
vertegenwoordigers van aanpalende beroepsgroepen (logopedisten, huisartsen) en ouders. De
richtlijn is in de praktijk getest op relevantie en bruikbaarheid. Op 25 juni 2018 is de richtlijn
geautoriseerd. De JGZ richtlijn taalontwikkeling is te downloaden op de richtlijnenwebsite van het NCJ of kan geraadpleegd worden via de richtlijnenapp.

Verslagen


Eindverslag

De jeugdgezondheidszorg (JGZ) biedt preventieve zorg aan alle jeugdigen in Nederland, zodat zij gezond en veilig kunnen opgroeien. De regelmatige contacten van de JGZ met kinderen en hun ouders bieden kansen voor de preventie van en het vroeg signaleren en interveniëren bij taalachterstanden. Een taalachterstand op jonge leeftijd heeft gevolgen voor het functioneren: het taalniveau bepaalt mede het schoolsucces en daarmee iemands positie in de maatschappij. Professionals in de JGZ (dit zijn jeugdartsen, verpleegkundig specialisten, jeugdverpleegkundigen, doktersassistenten en preventief werkend logopedisten) gaven eerder aan behoefte te hebben aan praktische handvatten hierbij. De nieuwe JGZ-richtlijn Taalontwikkeling voorziet hierin en geeft handelingsaanbevelingen en adviezen gebaseerd op bewijs uit de literatuur en praktijkervaringen.
De richtlijn werd geschreven door TNO en NSDSK, in nauwe samenwerking met professionals uit JGZ, vertegenwoordigers van ouders en jeugdigen en aanpalende beroepsgroepen. Het project is in januari 2016 gestart en inmiddels is de richtlijn geautoriseerd voor gebruik in de JGZ. Om het gebruik van de nieuwe richtlijn te ondersteunen zijn ook een registratieprotocol, een beknopte set van prestatie-indicatoren en een PowerPoint voor scholingsdoeleinden ontwikkeld. De richtlijn en de bijbehorende producten worden gepubliceerd op de richtlijnenwebsite van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid.

De jeugdgezondheidszorg (JGZ) biedt preventieve zorg aan alle jeugdigen in Nederland, zodat zij gezond en veilig kunnen opgroeien. De regelmatige contacten van de JGZ met kinderen en hun ouders bieden kansen voor de preventie van en het vroeg signaleren en interveniëren bij taalachterstanden. Een taalachterstand op jonge leeftijd heeft gevolgen voor het functioneren: het taalniveau bepaalt mede het schoolsucces en daarmee iemands positie in de maatschappij. Binnen de JGZ bestaat nu behoefte aan handelingsaanbevelingen voor preventie, signalering, advisering en begeleiding van taalachterstand voor jeugdartsen, verpleegkundig specialisten, jeugdverpleegkundigen, doktersassistenten en andere JGZ-professionals zoals preventief werkend logopedisten. De JGZ-richtlijn Taalontwikkeling wil voorzien in onderbouwde adviezen op deze terreinen. In het huidige project wordt door TNO en NSDSK samen met JGZ, andere beroepsgroepen en vertegenwoordigers van jeugdigen een richtlijn Taalontwikkeling gemaakt. Het project is januari 2016 gestart. Het eerste concept van de richtlijn is in mrt/april 2017 gereed, waarna de richtlijn in de praktijk getest zal gaan worden. Om de implementatie van de nieuwe richtlijn in de praktijk verder te ondersteunen worden een registratieprotocol, een set van prestatie-indicatoren bij de richtlijn ontwikkeld. Naar verwachting zal de nieuwe richtlijn begin 2018 worden gepubliceerd.

Samenvatting van de aanvraag

Het signaleren van een achterstand in spraak-taalontwikkeling is één van de kerntaken van de JGZ. Spraak-taalproblemen kunnen het gevolg zijn van verschillende oorzaken, namelijk: 1) als gevolg van andere beperkingen zoals doofheid of een contactstoornis, 2) als gevolg van onvoldoende blootstelling aan taal, en 3) een primaire (spraak)taalontwikkelingsstoornis (TOS). Voor de JGZ zijn met name het signaleren van TOS en blootstellingsachterstand van belang.

TOS komt voor bij 5-7% van alle kinderen in de leeftijd van 0-7 jaar en vaker bij jongens dan bij meisjes (Tomblin e.a. 1997; Shriberg e.a. 1999). Kinderen met TOS vormen een zeer heterogene groep, omdat de taalproblemen zich voordoen op verschillende taaldomeinen. De oorzaak is nog onduidelijk, maar heeft mogelijk te maken met genetische factoren (o.a. Graham 2013) en afwijkingen in de hersenen (o.a. Badcock 2012). Omdat bij TOS een verhoogd risico bestaat op sociale-, emotionele- en gedragsproblemen (Wiefferink 2012), is vroege signalering belangrijk. Studies laten zien dat vroegsignalering en vroegbehandeling al bij jonge kinderen effectief is (Law e.a. 2004, Vermeij in press).

Achterstand in taalontwikkeling als gevolg van verminderde blootstelling komt in Nederland voor bij ongeveer 25% van alle kinderen (website rijksoverheid). Deze vorm van taalachterstand wordt vooral aangetroffen bij gezinnen waar thuis geen of nauwelijks Nederlands wordt gesproken of waar het taalklimaat ontoereikend is als gevolg van lage SES. De schoolprestaties van deze kinderen blijven achter. Vroege signalering leidt vaak tot verwijzing naar voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Volgens onderzoek (Leseman 2007) is vroeg starten een belangrijke randvoorwaarde voor de effectiviteit van VVE.

Vanwege haar unieke positie binnen de Nederlandse gezondheidszorg is de JGZ bij uitstek in de positie om een rol te vervullen in de preventie en vroege opsporing van spraak-taalproblemen. In Nederland bestaat op dit moment echter nog geen uniforme manier om taalproblemen te signaleren. Er zijn verschillende instrumenten in omloop, maar voor alle instrumenten geldt dat de effectiviteit nog onvoldoende is bewezen. Daarom hebben het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ) en de NSDSK een uniform protocol voor het signaleren van taalontwikkelingsstoornissen ontwikkeld, in afwachting van de ontwikkeling van een JGZ richtlijn.

Naast de belangrijke rol bij de signalering, kan de JGZ ook een rol spelen bij de begeleiding, verwijzing en nazorg van spraak-taalproblemen. De JGZ kan in deze taak ondersteund worden door een heldere richtlijn. Uit de inventarisatie van De Argumentenfabriek (2013) kwam naar voren dat JGZ professionals op dit moment nog geen eenduidigheid ervaren ten aanzien van de preventie, signalering, aanpak en verwijzing bij spraak-taalproblematiek.

Het eindproduct is een richtlijn Spraak-taalontwikkeling voor de JGZ, gebaseerd op de knelpunten uit het werkveld. De richtlijn wordt volgens de EBRO methodiek ontwikkeld en zal rekening houden met diversiteit in de doelgroep. De nieuwe richtlijn wordt geschreven door een projectgroep van deskundigen van TNO en NSDSK die wordt ondersteund door een werkgroep van JGZ professionals en inhoudelijk deskundigen. Daarnaast wordt de projectgroep ondersteund door een klankbordgroep met daarin onder andere professionals uit relevante aanpalende disciplines (huisartsen, kno-artsen, pedagogen, et cetera). Tot slot wordt input gegeven door twee ouderverenigingen (via respectievelijk de werkgroep en klankbordgroep).

Naast de ontwikkeling van de JGZ richtlijn worden eveneens een BDS-protocol en een set van prestatie-indicatoren ontwikkeld. Ook wordt in een aantal JGZ organisaties een praktijktest uitgevoerd. Het eindproduct van de praktijktest is een herschreven JGZ richtlijn en diverse producten die de landelijke implementatie van de richtlijn ondersteunen: een impactanalyse op organisatieniveau, een rapportage van de geleerde lessen uit de praktijktest, een PowerPointpresentatie voor scholing aan JGZ professionals, en een beknopte rapportage met aanbevelingen voor de landelijke implementatie.

Kenmerken

Projectnummer:
732000303
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2016
2019
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. C.I. Lanting
Verantwoordelijke organisatie:
TNO