Mobiele menu

Kennissynthese innovatieprocessen algemeen en toegepast op implementatie- en borgingsmogelijkheden in de jeugdsector

In deze kennissynthese is een overzicht gemaakt van de beschikbare kennis rondom de implementatie van interventies en richtlijnen op het gebied van jeugd. Hoe kunnen deze het beste ingevoerd worden? Binnen het project zijn 13 studies bekeken, is gekeken naar de invoering van interventies in de jeugdzorg en zijn 21 experts geraadpleegd. Naar aanleiding van de kennissynthese konden verschillende conclusies worden getrokken en zijn aanbevelingen gedaan. Zo werd aanbevolen om vernieuwingen systematisch in te voeren en te werken op basis van theoretische inzichten. De invoerstrategie moet gekozen worden na een analyse van belangrijke invloedhebbende factoren voor de beoogde gebruikers. Tijdens het implementatieproces zijn zaken nodig als een handleiding en materialen. Ook moet de vernieuwing actief gepromoot worden en moeten er trainingen plaatsvinden voor de gebruikers. De gebruikers moeten hun ervaringen kunnen uitwisselen en de vernieuwing moet opgenomen worden in het beleid van de gehele organisatie.

Verslagen


Eindverslag

Achtergrond
ZonMw (programma Zorg voor Jeugd) wil nagaan welke scenario’s mogelijk zijn voor de inrichting van een implementatie-infrastructuur ten behoeve van de implementatie en borging van jeugdinterventies én richtlijnen in de jeugdsector. TNO KvL en het Nederlands Jeugdinstituut zijn gevraagd een beperkte kennissynthese uit te voeren naar de condities voor effectieve invoering van jeugdinterventies.

Doelstelling
Het systematisch in kaart brengen van veelbelovende en effectief-bewezen strategieën en structuren voor implementatie in de jeugdsector.

Vraagstellingen
1. Welke (internationale) kennis is beschikbaar over het proces van implementeren en borgen van innovaties in de jeugdsector?
2. Welke kennis is beschikbaar over werkende infrastructuren voor implementatie en borging van kennis in de jeugdsector?

Methode
Het project bestond uit drie activiteiten: literatuurstudie, analyse van de invoering van jeugdzorginterventies en raadpleging van experts. Vanwege de beperkte omvang van het project is de literatuurstudie beperkt tot reviews/meta-analyses en het aantal interventies in de jeugdsector tot zeven. Experts zijn geraadpleegd over de literatuur, de keuze van de interventies, het conceptrapport en de consequenties voor de vervolgopdracht (ontwikkeling scenario’s).

Resultaten
Er werden 13 reviews/meta-analyses geïncludeerd over de kosten van innovatieprocessen (n=1), het effect van invoerstrategieën (n=9), het effect van determinanten (n=1), het effect van invoerstrategieën én determinanten (n=2). Via (grijze) literatuur en interviews met betrokkenen is informatie verkregen over de verspreiding, adoptie, implementatie en continuering van zeven interventies in de jeugdsector die (in theorie) effectief zijn volgens de databank Effectieve (Jeugd)interventies. Aan de raadpleging namen 21 experts deel.

Conclusies
- Bij de invoering van vernieuwingen moet systematisch te werk worden gegaan. Er moet aangesloten worden bij specifieke kenmerken van de beoogde gebruiker, de context waarin deze opereert en de kenmerken van vernieuwing zelf. Op basis daarvan moet de invoerstrategie bepaald worden.
- Noch uit de literatuur, noch uit de analyse van de interventies komen generaliseerbare determinanten en/of invoerstrategieën die de invoering van vernieuwingen beïnvloeden.
- Het merendeel van de innovatiestudies vertoonde methodologische tekortkomingen.
- De invoering in interventies in de jeugdsector is zelden specifiek afgestemd op de beoogde gebruikers en betreffende context.
- Binnen de JGZ is ervaring opgedaan met een infrastructuur voor invoering van vernieuwingen. In de jeugdzorg (en in het jeugdwelzijn) ontbreekt deze infrastructuur.
- Er is te weinig (kwalitatief goed) onderzoek voorhanden om uitspraken te kunnen doen over de kosten van de invoering van vernieuwingen.
- Er is redelijk veel geld voor de ontwikkeling van interventies in de jeugdsector, maar weinig voor de verdere verspreiding, invoering en continuering van een interventie.

Aanbevelingen
- Bij de invoering van vernieuwingen moet systematisch en op basis van theoretische inzichten gewerkt worden. Eerst moet een determinantenanalyse plaatsvinden onder de beoogde gebruikers. Vervolgens moeten invoerstrategieën gekozen worden die daarop aangrijpen.
- Determinanten op het niveau van de vernieuwing, de beoogde gebruiker, de organisatie en de sociaal-politieke context moeten betrokken worden in de analyse, evenals hun onderlinge verhouding.
- Begeleidend evaluatieonderzoek is nodig naar de mate van verspreiding, adoptie, implementatie en continuering in relatie tot de uitgevoerde determinantenanalyse en invoerstrategieën. Dit biedt inzicht in de noodzaak en (on)mogelijkheden voor gerichte bijstelling van de invoerstrategie/-structuur.
- In de verschillende fasen van het innovatieproces moeten onderstaande zaken geregeld worden.
•De vernieuwing moet de beoogde gebruiker voorzien van concrete en eenduidige handelingsvoorschriften en effectieve en bruikbare material

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
157020001
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2008
2009
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. M.A.H. Fleuren
Verantwoordelijke organisatie:
TNO