Mannose behandeling leidt niet tot het verdwijnen van vet uit de lever in muizen met hereditaire fructose intolerantie.
Patiënten met hereditaire fructose intolerantie (HFI), een erfelijke stofwisselingsziekte waarbij de verwerking van vruchtensuiker verstoord is door aldolase B deficientie, hebben een toegenomen vetstapeling in hun lever, ondanks een fructose-beperkt dieet.
Wij hebben eerder aangetoond dat een abnormale versuikering van eiwitten gerelateerd is aan meer vetstapeling in de lever van HFI-patiënten (PMID: 30901028). De abnormale versuikering van eiwitten wordt ook gezien in patiënten met congenital disorder of glycosylation veroorzaakt door een defect aan mannose-6-phosphate isomerase (MPI-CDG). Deze patiënten worden ook gekenmerkt door leververvetting en lever fibrose. De behandeling van MPI-CDG bestaat uit supplementatie van mannose (een speciale suiker), om het defect aan MPI en dus de abnormale versuikering te omzeilen. Gezien de overeenkomsten tussen fenotypen van patiënten met HFI en MPI-CDG was het doel van ons onderzoek om er achter te komen of mannose behandeling ook effectief is in HFI.
Voordat wij HFI-patiënten gaan behandelen, wilden wij dit eerst testen in muizen die hetzelfde defect hebben in de verwerking van fructose (i.e., HFI muizen model). Dit onderzoek is relevant omdat er momenteel geen behandeling is van leververvetting in HFI. Leververvetting kan op de lange termijn zorgen voor leverschade. Aldolase B knockout muizen werden gedurende 4 weken behandeld met mannose opgelost in het drinkwater (200 mg/dag). We vonden geen effect op de hoeveelheid levervet in vergelijking met vehikel-behandelde muizen. Uit dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat mannose behandeling het HFI-fenotype niet verbetert.
Producten
Auteur: Buziau AM, Lefeber DJ, Cassiman D, Rubio-Gozalbo ME, Kwast H, Tolan DR, Schalkwijk CG, Brouwers MCGJ
Magazine: Journal of Inherited Metabolic Disease
Begin- en eindpagina: 1-7
Link: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/jimd.12836