Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

MOTHER-II een cohortstudie naar de associatie tussen geboorte foetale caput en bekkenbodemdysfunctie

De helft van de vrouwen ontwikkelt na de bevalling bekkenbodemproblemen zoals incontinentie en verzakking, mogelijk door schade aan dieperliggende bekkenbodemspieren. Verwacht wordt dat de snelheid waarmee het hoofdje geboren wordt, een rol speelt. Dit project, een aanvulling op de MOTHER-II studie, combineert vragenlijsten en medische gegevens met bekkenbodemonderzoek. Deelnemers worden onderzocht tijdens de zwangerschap en 6 weken en 1 jaar na de bevalling, om inzicht te krijgen in schade, functie en klachten van de bekkenbodem.

Doel

Veel risicofactoren voor bekkenbodemdysfunctie zijn bekend, maar de invloed van de duur van staan en de snelheid van geboorte van het hoofdje (caput) is onduidelijk. De MOTHER-II studie onderzoekt wat hiervan de impact is op bekkenbodemfunctie en -klachten. Daarnaast wordt gekeken of klinische uitkomsten samenhangen met zelfgerapporteerde klachten en hoe deze uitkomsten zich ontwikkelen van zwangerschap tot 1 jaar postpartum, en of dit geassocieerd is met de geboorte van het hoofdje.

Aanpak

De MOTHER-II-studie is een prospectieve cohortstudie binnen de lopende MOTHER-I, waarin 3.000 zwangere en bevallen vrouwen worden gevolgd om de invloed van baringsfactoren op bekkenbodemklachten te onderzoeken. Participanten vullen vragenlijsten in tijdens zwangerschap, 6 weken, 6 maanden, 1 jaar en 5 jaar postpartum. Zorgverleners verstrekken data over baringsfactoren en begeleidingstechnieken. In MOTHER-II wordt bij een subgroep nulliparae aanvullend bekkenbodemfunctieonderzoek uitgevoerd tijdens de zwangerschap en 6 weken en 1 jaar postpartum. Dit omvat een POP-Q, functieonderzoek en EMG-beoordeling (bekkenfysiotherapeut); en transperineaal 3D/4D-ultrageluidonderzoek (arts-onderzoeker). De echobeelden worden geanalyseerd door een team van urogynaecologen. De primaire uitkomstmaten zijn levator ani hiatus en avulsie.

Samenwerkingspartners

Dit project wordt uitgevoerd door een multidisciplinair team van experts uit verloskunde, (uro)gynaecologie, eerstelijnszorg en bekkenfysiotherapie. De samenwerking combineert wetenschappelijk onderzoek, klinische praktijk en tevens ook onderwijs binnen een sterk netwerk. Het team heeft ruime ervaring met grootschalige studies, richtlijnontwikkeling en onderwijs, en beschikt over specifieke expertise in baringszorg, bekkenbodemgezondheid en klinische epidemiologie. Ook is het perspectief van cliënten structureel ingebed doordat de patiëntenvereniging reeds vanaf de opzet van de studie betrokken is. Door deze brede samenwerking kan het project zowel wetenschappelijk robuust als maatschappelijk relevant worden uitgevoerd, met directe vertaling naar de praktijk.

(Verwachte) resultaten

De resultaten zullen inzicht geven in hoe geboorte van het hoofdje de bekkenbodemfunctie beïnvloedt, wat toekomstige onderzoeksrichtingen kan sturen en de geboortezorg kan verbeteren. De bevindingen zullen geboortezorgverleners helpen strategieën tijdens de baring te optimaliseren en daarmee bekkenbodemklachten verminderen. Daarnaast zal de studie inzicht geven in het verloop van herstel van de bekkenbodem postpartum en de relatie met klachten. 

De MOTHER-II-studie vult een belangrijk kennishiaat door de impact van de geboorte van het caput op bekkenbodemfunctie en -klachten te onderzoeken. Dit zal effectieve preventieve strategieën ondersteunen en de kans op bekkenbodemdysfunctie en de bijbehorende psychosociale, economische en maatschappelijke kosten verminderen. 

Vrouwspecifieke gezondheid

Dit project is gefinancierd vanuit het kennisprogramma Vrouwspecifieke gezondheid. Het kennisprogramma Vrouwspecifieke gezondheid zet in op meer kennis en aandacht voor vrouwspecifieke aandoeningen en vrouwspecifieke somatische gezondheidsproblematiek. Ook wil het programma de diagnostiek en behandeling van deze aandoeningen verbeteren. Dit moet ervoor zorgen dat vrouwen eerder de benodigde hulp zoeken en passende zorg krijgen voor vrouwspecifieke gezondheidsproblemen.

Er zijn meerdere projecten gefinancierd gericht op innovatief translationeel en klinisch onderzoek naar gynaecologische aandoeningen. Lees alle projecten die in 2026 starten.

Vrouwengezondheid

De informatie op deze pagina valt onder het thema vrouwengezondheid van ZonMw. Vrouwengezondheid reikt verder dan de gezondheidszorg alleen. Het gaat om lichamelijke, mentale én sociale gezondheid, waarbij oog is voor de gezondheid en welzijn van vrouwen in alle levensfasen. Het gaat zowel om gezondheidsaspecten die samenhangen met het vrouwelijk lichaam - zoals hormonale processen - als leefstijl, mentale veerkracht, relaties, zorg, onderwijs, werk en participatie die de gezondheid, welzijn en het functioneren van vrouwen beïnvloeden.

Volg onze LinkedIn-pagina Vrouwengezondheid

Draagt u vrouwengezondheid ook een warm hart toe en wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen? Volg dan de LinkedIn-pagina Vrouwengezondheid!

Kenmerken

  • Projectnummer:
    11420012410003
  • Looptijd: 4%
    Looptijd: 4 %
    2026
    2031
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    prof. dr. C.J.M. J Verhoeven PhD
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Amsterdam UMC Research BV