Multidisciplinaire samenwerking in de eerstelijns palliatieve zorg, juiste zorg op gewenste plek.
In de palliatieve thuiszorg werken huisartsen en wijkverpleegkundigen samen, maar paramedici en geestelijk verzorgers worden nog weinig betrokken. Daardoor sluit de zorg niet altijd goed aan bij wat patiënten nodig hebben.
Doel en werkwijze
In dit project zijn Palliatieve Thuiszorg (PaTz) groepen uitgebreid met deze zorgverleners. We onderzochten wat patiënten, naasten en zorgverleners hiervan verwachten en hoe zij de samenwerking ervaren.
Samenwerking
Dit project is een samenwerking tussen Saxion, Carintreggeland, Zorggroep Manna, Netwerken Palliatieve zorg Twente, gezondheidscentrum Het Kompas, huisartsenpraktijk De Driehoek, en de Nederlandse Federatie van Kankerpatientenorganisaties en Long Alliantie Nederland.
Resultaten
Deelnemers waarderen dat zorgverleners elkaar beter kennen en sneller contact hebben. Patiënten merken echter niet altijd verbetering in de afstemming van zorg en weten vaak niet dat samenwerking plaatsvindt. De continuïteit en coördinatie van zorg lijken nauwelijks veranderd.
Wel helpt de bredere samenstelling van de PaTz-groepen om patiënten vanuit alle dimensies van palliatieve zorg te bespreken. Voor duurzame verbetering zijn duidelijke rollen, een centrale zorgverlener, betere informatiedeling en een leergerichte cultuur nodig.
Aanbevelingen
- Aanstellen van een centrale zorgverlener.
- Expliciet meenemen van wensen en behoeften van patiënten in PaTz-bijeenkomsten.
- Inzetten van een handelingsbeschrijving en eenduidige dossiervoering.
- Betrekken van paramedici voor meer gepersonaliseerde zorg.
Vervolgonderzoek is wenselijk: naar de specifieke bijdragen van paramedici en geestelijk verzorgers, en naar het functioneren van PaTz-groepen in verschillende zorgcontexten.
Conclusie en discussie
PaTz-bijeenkomsten dragen bij aan het leren kennen van elkaars expertise en het verkorten van communicatielijnen. De beoogde verbetering in continuïteit en coördinatie van zorg wordt echter niet herkend door patiënten, naasten en zorgverleners. Patiënten en naasten zijn niet altijd op de hoogte van de samenwerking en ervaren dat de zorg niet consequent aansluit bij hun wensen en behoeften.
Wijkverpleegkundigen, geestelijk verzorgers en paramedici leveren een waardevolle bijdrage aan het bespreken van alle dimensies van palliatieve zorg. Een handelingsbeschrijving kan de structuur van de multidisciplinaire samenwerking versterken. Voor duurzame verbetering zijn daarnaast een duidelijke rolverdeling, een centrale zorgverlener, een sterkere positie van paramedici en eenduidige dossiervoering nodig. Een leercultuur is hierbij essentieel.
Eindsymposium multidisciplinaire samenwerking in de eerste lijn
Kansen/successen
Volgens planning zouden de 2 palliatieve thuiszorg (PaTz) groepen te starten in fase 3. Er was echter grote behoefte vanuit de praktijk om al bij aanvang van het project te starten met de PaTz-groepen. Deze zeer gemotiveerde groepen bestonden uit huisartsen en verpleegkundigen en hebben zich in de multidisciplinaire samenwerking uitgebreid met fysiotherapeuten, diëtisten, ergotherapeuten, en geestelijk verzorger. Vanuit de wens van de praktijk sloten er ook verpleegkundig specialisten aan vanuit het consultteam palliatieve zorg, ZGT, Hengelo. Dit betekende dat fase 2 en 3 parallel liepen. Zoals bij fase 3 staat beschreven, nam de onderzoeker deel aan de PaTz-groepen en de reflecties werden in het actieteam besproken, Daarmee wordt in gezamenlijkheid gewerkt aan een optimale inrichting van de PaTz groepen. Deze samenwerking is geborgd voor de toekomst, de leden zijn gemotiveerd tot continueren van de multidisciplinaire PaTz-groepen.
Problemen/belemmeringen
Fase 1 nam ongeveer een jaar in beslag, meer dan de beschreven 3 maanden in het projectplan. De onderzoekers hadden deze tijd nodig om vertrouwen te krijgen van de leden van de PaTz-groepen. Hierdoor verliep ook de datawerving voor interviews voor zowel zorgverleners als patiënten in fase 2 aanvankelijk moeizaam, mede door de taboesfeer rondom het begrip palliatieve zorg. De zorgverleners voelden verlegenheid/waren terughoudend dit te benoemen bij het benaderen van patiënten voor medewerking voor het onderzoek, wat ook het dossieronderzoek in fase 4 belemmerde.
Tips
- Houd in het onderzoeksplan voor participatief actieonderzoek in de voorbereidingsfase rekening met het feit dat onderzoekers binnen participatief actieonderzoek tijd nodig hebben om vertrouwen op te bouwen.
- Houd er rekening mee dat de verschillende fasen van participatief actieonderzoek niet lineair verlopen, maar iteratief en elkaar gedurende het proces voortdurend kunnen beïnvloeden.
- Door naast een onafhankelijke onderzoeker, leden van de PaTz-groepen of andere multidisciplinaire samenwerkingsverbanden actief te betrekken bij de inrichting en evaluaties van deze samenwerking, worden inzichten/acties voortdurend ingezet en in de toekomst mogelijke duurzamer geborgd, ook wanneer het onderzoek geëindigd is.
Andere ZonMw-projecten
Bekijk de andere ZonMw-projecten waarbij Ingrid van Zuilekom betrokken is
Producten
Link: https://www.zonmw.nl
Auteur: Sonja van der Sluis Annet Olde Wolsink-van Harlingen Raymond Leverink Ingrid van Zuilekom Harmieke van Os-Medendorp
Magazine: TVZ
Begin- en eindpagina: 42-45
Link: https://link-springer-com.saxion.idm.oclc.org/article/10.1007/s41184-024-2320-8
Auteur: Sonja van der Sluis, MSc Annet Olde Wolsink-van Harlingen, MSc Harmieke van Os-Medendorp, PhD
Link: https://www.linkedin.com/posts/lectoraat-smart-health_congres-eapc2024-presentatie-activity-7199387286621356034-pfmb?utm_source=share&utm_medium=member_ios