Mobiele menu

ONTWIKKELING KWALITEITSSTANDAARD DECUBITUS

Projectomschrijving

Decubitus is van grote invloed op het lichamelijk, psychisch en sociaal functioneren van de zorgvrager. Hoewel decubitus in theorie in veel gevallen voorkomen kan worden, blijkt dit in de praktijk nog een uitdaging.

Doel

De V&VN-richtlijn Decubitus is, na 10 jaar, herzien. Het belangrijkste uitgangspunt in de richtlijn is het verminderen van druk- en schuifkrachten als basis voor preventie en behandeling. De richtlijn ondersteunt verpleegkundigen verzorgenden in het maken van keuzes hierbij.

Resultaat en werkwijze

Een team van zorgverleners, zorgvragers en wetenschappers op het terrein van preventie en behandeling van decubitus werkten samen aan de ontwikkeling van aanbevelingen voor verpleegkundigen en verzorgenden. Na een knelpuntenanalyse formuleerden ze 8 uitgangsvragen. Deze uitgangsvragen werden omgezet in kernaanbevelingen op de volgende gebieden:

  • risicobeoordeling
  • patiëntengroepen met risico op decubitus
  • classificatiesysteem
  • preventieve maatregelen
  • behandeling van decubitus
  • zelfmanagementondersteuning
  • monitoren en evalueren
  • organisatie van zorg

Resultaten

Een multidisciplinair team, bestaande uit 24 zorgverleners uit alle settingen en 2 zorgvragers, werkte gedurende 2,5 jaar aan een handzaam en toegankelijk document. De richtlijn is ontwikkeld door een combinatie van literatuuronderzoek, werkgroepbijeenkomsten, vragenlijsten, interviews en consultatie van experts. Daarbij werkten we op unieke wijze samen met een internationale werkgroep (EPUAP, NPIAP en PPPIA) die verantwoordelijk was voor de update van de internationale richtlijn decubitus. Deze samenwerking had vooral een groot voordeel bij de beoordeling van alle literatuur. Bij het bepalen van de inhoud van de richtlijn heeft de werkgroep per uitgangsvraag beoordeeld welke informatie 1) relevant is voor verpleegkundigen en verzorgenden en 2) specifiek is voor de zorg voor decubitus. Dit heeft geleid tot een grote reductie aan aanbevelingen ten opzichte van de multidisciplinaire V&VN-richtlijn uit 2011.

Coördinatie

Het project is uitgevoerd in opdracht van ZonMw en V&VN is de eigenaar van de richtlijn. De coördinatie van de richtlijn was in handen van dr. Erik de Laat (Radboudumc), dr. Betsie van Gaal (Hogeschool Arnhem en Nijmegen) en Marscha Engelen, MSc (Radboudumc).

Interview

Als je alles beschrijft, ben je een handboek aan het maken in plaats van een richtlijn’, vertelt verpleegkundig specialist Erik de Laat. De nieuwe richtlijn decubitus is geen dik boekwerk, maar informatie die echt specifiek is voor doorligwonden én relevant is voor verpleegkundigen en verzorgenden.

> Lees het interview

Verslagen


Eindverslag

De V&VN richtlijn Decubitus is herzien, na tien jaar. Een team van zorgverleners, zorgvragers en wetenschappers op het terrein van de preventie en behandeling van decubitus werkten samen om aanbevelingen voor verpleegkundigen en verzorgenden te ontwikkelen. Het project werd gecoördineerd vanuit het Radboudumc en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Decubitus is van grote invloed op het lichamelijk, psychisch en sociaal functioneren van de zorgvrager. Hoewel decubitus in theorie in veel gevallen kan worden voorkomen, blijkt dit in de praktijk nog een uitdaging. Het belangrijkste uitgangspunt in de richtlijn is het verminderen van druk- en schuifkrachten als basis voor preventie en behandeling. De richtlijn ondersteunt zorgverleners bij het maken van keuzes hierbij.

Een multidisciplinair team, bestaande uit 24 zorgverleners uit alle settingen en 2 zorgvragers, werkte gedurende 2,5 jaar aan een handzaam en toegankelijk document. De richtlijn is ontwikkeld door een combinatie van literatuuronderzoek, werkgroepsbijeenkomsten, vragenlijsten, interviews en consultatie van experts. Daarbij werkten we op een unieke wijze samen met een internationale werkgroep (EPUAP, NPIAP en PPPIA) die werkten aan de update van de internationale richtlijn decubitus. Dit had met name een groot voordeel bij de beoordeling van alle literatuur.
Bij het bepalen van de inhoud van deze richtlijn heeft de werkgroep per uitgangsvraag beoordeeld welke informatie 1) relevant is voor verpleegkundigen & verzorgenden en 2) specifiek is voor de zorg voor decubitus. Dit heeft geleid tot een grote reductie aan aanbevelingen ten op zichtte van de multidisciplinaire V&VN richtlijn uit 2011.

Het project is uitgevoerd in opdracht van ZonMw en V&VN is de eigenaar van de richtlijn. De coördinatie van de richtlijn lag in handen van dr. Erik de Laat (Radboudumc), dr. Betsie van Gaal (Hogeschool Arnhem en Nijmegen) en Marscha Engelen, MSc (Radboudumc).

Samenvatting van de aanvraag

PROBLEEMSTELLING Decubitus is een lokale schade van de huid en/of onderliggend weefsel ten gevolge van druk of druk in samenhang met schuifkrachten. Het is een ernstige aandoening. De zorgdisciplines (verzorgenden, verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de decubituszorg volgens de meest actuele richtlijnen. Ondanks de actualisatie van de bestaande richtlijnen en de implementatie hiervan, is de adherentie laag. RELEVANTIE Het belang van een actuele kwaliteitsstandaard is om meerdere redenen groot. 1. Beschikbaarheid van kennis op het gebied van de decubituszorg om de juiste zorg uit af te leiden. 2. Hoge kosten zijn een reden om te verantwoorden dat het geld dat uitgegeven wordt aan decubituszorg ook goed uitgegeven wordt. Hiervoor biedt de kwaliteitsstandaard een kader. 3. Een kwaliteitsstandaard maakt kennislacunes transparant. 4. Een kwaliteitsstandaard is richtinggevend is voor de ontwikkeling van curricula en onderwijsmateriaal. IMPLEMENTATIE De kwaliteitsstandaard wordt: • aangeboden voor publicatie op de website van V&VN en relevante beroepsorganisaties en in (inter)nationale tijdschriften, • gepresenteerd op relevante congressen • kenbaar gemaakt in onderwijsinstellingen. Tevens worden een aantal afgeleide producten opgeleverd als onderdeel van de kwaliteitsstandaard. DOELSTELLING Het doel van deze subsidieaanvraag is het verkrijgen van middelen voor het herzien van de V&VN richtlijn voor 'Preventie en behandeling van decubitus' uit 2011 naar een kwaliteitsstandaard decubitus. PLAN VAN AANPAK 1. Voorbereidingsfase (januari 2018- maart 2018) Voor het ontwerp van het plan van aanpak is de leidraad voor kwaliteitsstandaarden richtinggevend. Voor de concretisering van deze fasen is gebruik gemaakt van de HARING-tools. Een projectteam draagt zorg voor de coördinatie van het gehele project en is verantwoordelijk voor het ontwerp, de uitvoering van het project en verspreiding van resultaten. De harde kern van het project wordt gevormd door een kernteam van een projectleider, een projectmedewerker en eventueel een datamanager. Verder wordt het projectteam gevormd door projectcommissieleden. De commissieleden beschikken over een deelcommissie van ongeveer 5 deskundigen om uiteindelijk te komen tot beoordeling van literatuur en het genereren van aanbevelingen op de wijze die kenmerkend zijn voor een kwaliteitsstandaard. Bij alle fasen van de ontwikkeling van kwaliteitsstandaarden zijn inhoudsdeskundigen, ervaringsdeskundigen en methodologische experts betrokken. 2. Ontwikkelfase (april 2018- maart 2019) Door een knelpuntanalyse wordt getracht een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de problematiek met betrekking tot de inhoud en organisatie van zorg. Hierbij staat vooral de zorgvraag centraal. Bij de knelpuntanalyse zal aansluiting worden gezocht op aanverwante kwaliteitsstandaarden en richtlijnen. Op basis van de geprioriteerde knelpunten worden uitgangsvragen geformuleerd. De ontwikkeling van deze kwaliteitsstandaard start niet blanco. Er ligt al een stevige merthodologische basis, zowel internationaal (EPUAP/ NPUAP/ PPPIA) als landelijk (V&VN). In eerste instantie wordt zoveel mogelijk geaggregeerde evidence verzameld en gebundeld om een antwoord te formuleren op de uitgangsvragen. Aanvullend op het resultaat van deze eerste exercitie vindt een update plaats van de onderliggende evidence (tot 2014) tot de datum van aanvang van het project (planning 1-1-2018) door een systematisch literatuuronderzoek. Het systematisch samenvatten van de literatuur gebeurt binnen de verschillende deelcommissies en door ten minste twee deelcommissieleden, onafhankelijk van elkaar. De deelcommissies formuleren conclusies over het beschikbare bewijs en de daaruit ontwikkelde aanbeveling. Een aanbeveling is zo geformuleerd dat duidelijk wordt hoe krachtig die moet worden opgevat. Op basis van kennislacunes wordt een advies gegeven voor prioritering ten behoeve van de onderzoeksagenda. De ontwikkeling van een set van kwaliteitsindicatoren, start in het 2e deel van het project als de eerste kernaanbevelingen bekend zijn. De kwaliteitsstandaard bevat een hoofdstuk met een inventarisatie (literatuur en expert-opinion) van bevorderende en belemmerende factoren voor de implementatie van de aanbevelingen. Bovendien zal een overzicht van randvoorwaarden worden gegeven voor de succesvolle implementatie van de kwaliteitsstandaard. Het project zal leiden tot een aantal eenvoudig af te leiden producten: • Model zorgplan of zorgpad • Informatiefolder voor de zorgvrager en mantelzorger • Checklist voor structuurindicatoren voor bestuur en management van zorginstellingen 3. Afrondingsfase (april 2019 – juni 2019) De concept standaard wordt voor commentaar voorgelegd aan geselecteerde leden van beroeps- en patiëntverenigingen. Na verwerking van het commentaar wordt de kwaliteitsstandaard ter autorisatie voorgelegd aan alle relevante beroepsgroepen en patiënten- /cliëntenorganisatie(s).

Kenmerken

Projectnummer:
516004015
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2018
2021
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. H.E.W. de Laat
Verantwoordelijke organisatie:
Radboudumc
Afbeelding

Kwaliteitsverbetering in de V&V

Kwaliteitsinstrumenten ondersteunen zorgprofessionals en de patiënt en diens naasten om de juiste zorgoptie te kiezen. Daarom ondersteunen we de ontwikkeling, implementatie, evaluatie en herziening van kwaliteitsinstrumenten voor de verpleegkundige en verzorgende beroepsgroepen.