Mobiele menu

Open label 1:1:1 cluster randomized controlled trial of chloroquine, hydroxychloroquine or no treatment in patients with admitted with moderate to severe COVID-19 (ARCHAIC)

Projectomschrijving

In de eerste maanden van de pandemie was er geen effectieve therapie voor COVID-19. De ARCHAIC studie deed een gerandomiseerde studie naar een behandelstrategie met chloroquine (CQ), hydroxychloroquine (HCQ) of alleen standaard ondersteunende zorg bij patiënten opgenomen in het ziekenhuis met COVID-19.
Het doel van dit onderzoek is vast te stellen of behandeling met CQ of HCQ vroeg in het ziektebeloop zo kan beïnvloeden dat minder patiënten achteruitgaan. Hiervoor wordt vergeleken of het toevoegen van deze medicamenten bovenop standaard ondersteunende zorg leidt tot minder opnames op Medium – of Intensive Care afdelingen.

Enkele weken na start van de ARCHAIC studie verschenen er kritische berichten verschenen over studies naar chloroquine en hydroxychloroquine, vooral over de veiligheid voor patiënten. Om die reden heeft de WHO geadviseerd onderzoeken met deze middelen die vallen binnen hun ‘solidarity trial’ stop te zetten. In samenspraak met de medisch-ethische toetsingscommissie (METC), ZonMw en de DSMB (Data Safety Monitoring Board) van de trial is besloten dat advies over te nemen en de studie tijdelijk te staken op 3 juni. Op 4 juni mocht de studie weer herstart werden omdat de vragen die opkwamen over de veiligheid van de medicijnen bleek te berusten op een artikel dat werd terugtrokken als wetenschappelijke artikel. De tussentijdse analyse van een grote Engels trial met de HCQ liet ook geen toxiciteit problemen zien, maar toonde ook geen duidelijk effect aan voor de middelen.
Het was jammer dat we ons oorspronkelijke plan, behandelen in een vroeg stadium bij patiënten in de huisartsenpraktijk, vanwege angst dat er niet genoeg medicatie zou zijn niet hebben kunnen uitvoeren.
Zeker nu een recente studie bij vroeg behandeling met deze middelen wel effect heeft laten zien.

Aan de hand van deze informatie hebben de onderzoekers opnieuw gekeken naar de toevoeging en haalbaarheid van de studie. In samenspraak met ZonMw is op 9 juni 2020 besloten de ARCHAIC studie te staken. De voornaamste redenen hiervoor zijn dat een grote trial geen effect laten zien in ernstige zieke COVID-19 patiënten en er momenteel vrijwel geen patiënten meer worden opgenomen met COVID-19. Indien er wel effectiviteit is van deze medicatie bij matig-ernstig zieke patiënten moeten hier waarschijnlijk heel veel patiënten voor behandeld worden (>1000). Daarnaast lijkt een andere antiviraal middel veel belovend voor vroege behandeling van COVID-19 patiënten.

Als behandelend artsen en inwoners van Nederland zijn we blij dat de maatregelen van het kabinet en het RIVM zo succesvol zijn en er perspectief is op behandeling van patiënten met COVID-19.
Als onderzoekers zijn wij uiteraard teleurgesteld dat we het onderzoek niet hebben kunnen afronden. Een groot aantal medewerkers heeft veel inzet getoond waarvoor wij hen danken.
We zijn ook dank verschuldigd aan ZonMw voor het verstrekken van de subsidie, de snelheid van handelen en het voortdurend meedenken bij de vervolg stappen.

Meer informatie over

Verslagen


Samenvatting van de aanvraag

De huidige pandemie met het SARS-COV-2, dat het ziektebeeld COVID-19 veroorzaakt, vormt een ernstige bedreiging voor vooral ouderen met co-morbiditeit als HVZ en longziekten, ouderen boven de 80 jaar zonder co morbiditeit en patiënten met een afweerstoornis. Daarnaast dreigt ons zorgsysteem te worden overvraagd. Dit uit zich onder andere in een dreigend tekort aan beademingsbedden op de IC-afdelingen. Internationaal wordt geschat dat 25% van de opgenomen patiënten beademing nodig heeft. Op 27 maart 2020 was dat in NL zelfs het geval bij 33.3% van de opnames met COVID-19 (832 IC opnames /2500 ziekenhuis opnames). Er bestaat geen klinische bewezen effectieve therapie tegen dit virus. In vitro zijn zowel chloroquine als hydroxychloroquine actief. Een nog niet gepubliceerde studie uit China zou laten zien dat CQ behandeling bij COVID-19 patiënten zowel klinisch als virologisch beter zou zijn dan standaardbehandeling. In vitro is HCQ effectiever dan CQ en dit geneesmiddel is mogelijk minder toxisch. In een kleine patiënten serie in een niet-gecontroleerd onderzoek in Frankrijk werden patiënten die behandeld werden met HCQ sneller PCR-negatief dan controles. Op dit moment zijn er weinig alternatieven en hebben het LCI en de SWAB zonder (duidelijk) bewijs voor effectiviteit en veiligheid deze geneesmiddelen opgenomen in de Nederlandse behandelrichtlijn. Door het hele land worden al patiënten behandeld met deze medicijnen. In een alleen online beschikbaar systematisch review wordt geconcludeerd dat, er genoeg preklinische bewijs is voor de effectiviteit van chloroquine en ook bewijs voor de veiligheid bij langdurig gebruik in de klinische praktijk, maar hoewel er “expert opinion” is voor het gebruik van chloroquine, dit alleen binnen klinische studies zou moeten gebeuren. De WHO komt tot dezelfde conclusie. (Cortegiani, et al. 2020). Wij stellen een cluster gerandomiseerde studie voor naar de effectiviteit van beide geneesmiddelen in vergelijking met standaardbehandeling (ondersteunende therapie met zuurstof en vochttoediening en, indien nodig, antibiotica en anti-influenza therapie). Het doel van de studie is om bij opgenomen patiënten met matig ernstige COVID-19 (NEWS-2 score kleiner of gelijk aan 5) te onderzoeken of één van deze middelen in staat is om progressie van de ziekte (met als mogelijk gevolg IC-opname of overlijden) te voorkomen. Er is een standaard of care groep opgenomen omdat behandeling met (hydroxy)chloroquine ook een keerzijde zou kunnen hebben met o.a. (cardiale) toxiciteit wat het klinische voordeel van behandeling wel eens teniet zou kunnen doen. We willen beide middelen onderzoeken omdat CQ in diverse landen is opgenomen in de behandelrichtlijn, er theoretische overwegingen zijn waarom HCQ beter en veiliger is en sommige ziekenhuizen in NL CQ prefereren, andere HCQ en andere geen van beide middelen willen gebruiken. De DSMB monitored de uitkomsten, om bij een eventueel significant verschil, één van de armen te kunnen staken.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
10150062010001
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2020
2020
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Prof. dr. A.I.M. Hoepelman
Verantwoordelijke organisatie:
Universitair Medisch Centrum Utrecht