Mobiele menu

Ouderen en verslaving: Een overzichtstudie

Ouderen en verslaving: een overzichtstudie
Steeds meer ouderen zijn verslaafd aan middelen zoals alcohol, cannabis, benzodiazepinen, heroïne en cocaïne. Dit is nadelig voor hun gezondheid en het brengt hoge kosten voor de samenleving met zich mee. De kennis over de oorzaken, aard en omvang van verslavingsproblemen bij ouderen in Nederland is onvolledig. Daarom heeft de ZonMw commissie Risicogedrag en Afhankelijkheid opdracht gegeven voor een onderzoek naar de problematiek rond ouderen en verslaving, inclusief een overzicht van de wetenschappelijke kennis en praktijkervaringen op dit terrein.

Doel
Het doel van het project is kennis en ervaringen te verzamelen op het gebied van de ouderenverslaving. Het gaat onder meer om een literatuuronderzoek, een praktijkonderzoek en een onderzoek naar methoden om het aantal ouderen met verslavingsproblematiek in Nederland te kunnen inschatten.

Verslagen


Eindverslag

Verslaving of misbruik van middelen is een groeiend, maar verwaarloosd probleem bij ouderen. Gegeven de negatieve gezondheidseffecten voor de ouderen, de kosten voor de samenleving, de groeiende groep ouderen, en de toename van middelen gebruik is er inspanning nodig om verslaving bij ouderen te voorkomen. Echter, kennis over oorzaken, aard en omvang van verslavingsproblemen bij ouderen in Nederland is verre van volledig; zorgprofessionals lijken onvoldoende oog te hebben voor verslavingsproblemen bij ouderen; en men is nog onvoldoende bewust van het belang en effecten van een goede behandeling. In verband daarmee heeft de projectcommissie Risicogedrag en Afhankelijkheid van ZonMw opdracht gegeven voor een onderzoek naar de problematiek rond ouderen en verslaving (aan alcohol, cannabis, benzodiazepinen, en/of heroïne/cocaïne) en een overzicht te geven van wetenschappelijke kennis en praktijkervaringen op dit terrein.

Het onderzoek bestaat uit drie kleinere projecten; een literatuuronderzoek, een praktijkonderzoek en een onderzoek naar methoden om te komen tot een betrouwbare schatting van het werkelijk aantal ouderen met verslavingsproblematiek in Nederland. Aan de hand van literatuuronderzoek worden de psycho-bio-sociale kenmerken van verschillende typen oudere verslaafden in kaart gebracht, gedifferentieerd naar het middel waaraan men verslaafd is. Tevens wordt een overzicht van risicofactoren voor de verschillende typen verslaving gegeven. Met een schriftelijke vragenlijst wordt de ervaring van huisartsen, artsen van algemene ziekenhuizen, managers van thuiszorginstellingen, geriaters van verzorgings- en verpleeghuizen, en behandelaren van gespecialiseerde instellingen (verslavingsklinieken en GGZ-instellingen) met oudere cliënten en verslaving geïnventariseerd en eventuele problemen gesignaleerd. Omdat er nog onvoldoende zicht is op de werkelijke omvang van het aantal ouderen met een verslavingsprobleem eindigen we met een onderzoeksvoorstel met methoden om de omvang van deze zogenoemde ‘hidden populations’ betrouwbaar te kunnen schatten.

Wetenschappelijk onderzoek naar middelengebruik bij ouderen is nog zeer beperkt en heeft zich met name gericht op het beschrijven van psycho-bio-sociale kenmerken van ouderen die risicovol alcohol en benzodiazepinen gebruiken. Kennis van prevalentie, oorzaken, gevolgen en kenmerken van ouderen die volgens DSM criteria verslaafd zijn aan alcohol of benzodiazepinen is zeer beperkt.Misbruik of afhankelijkheid van Cannabis, heroïne en cocaïne door ouderen is nauwelijks onderzocht. Veel onderzoek is gedaan in de Verenigde Staten of andere landen, waarvan de resultaten vanwege culturele verschillen niet zonder meer van toepassing zijn op de Nederlandse situatie.

Professionals in de nulde tot en met de derdelijn gezondheidszorg hebben regelmatig te maken met ouderen die risicovol alcohol of benzodiazepinen gebruiken. Weinigen hebben te maken met het ouderen die cannabis, heroïne of cocaïne gebruiken. Zorgprofessionals zijn in de regel onvoldoende op de hoogte van richtlijnen rondom middelengebruik bij ouderen. Er is grote behoefte aan richtlijnen voor ouderen en aan adequate screenings- en behandelmethodieken binnen de verschillende settingen.

Eén van de meest basale vragen in verslavingsonderzoek is de vraag naar de omvang van het aantal ouderen dat middelen misbruikt of daarvan afhankelijk is. Deze vraag is nog niet beantwoord. Hoewel er tellingen zijn van het aantal ouderen dat voor middelenmisbruik of –afhankelijkheid behandeld wordt, is naar verwachting de totale omvang van de problematiek vele malen groter. Met verschillende directe en indirecte schattingsmethoden is het mogelijk een betrouwbare schatting te maken van het aantal ouderen dat middelen gebruikt of daarvan afhankelijk is. Voor een schatting van de prevalentie van afhankelijkheid of misbruik per middel kunnen bestaande datasets worden benut, maar moet dan worden aangevuld met veldonderzoek.

Conclusie: Een effectieve pre

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
31160215
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2010
2011
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. M.J. Aartsen
Verantwoordelijke organisatie:
Vrije Universiteit Amsterdam