Personalized approach using wearable technology for early detection of Atrial Fibrillation (PATCH-AF)
Ouderen met atriumfibrilleren (AF) hebben een verhoogd risico op een herseninfarct. Tijdige behandeling van AF kan dit risico aanzienlijk verlagen. Omdat AF vaak weinig klachten geeft, blijft de aandoening geregeld onopgemerkt. Dit project onderzocht of intensieve screening met jaarlijkse 7-daagse hartritmemonitoring (middels een ECG-pleister) bij ouderen met een verhoogd cardiovasculair risico leidt tot betere opsporing van AF dan de gebruikelijke huisartsenzorg.
Doel
Het doel van het project was vast te stellen of jaarlijkse 7-daagse continue hartritmemonitoring bij ouderen (≥65 jaar) met één of meer hart- en vaatziekten leidt tot meer opgespoorde gevallen van atriumfibrilleren en een lager aantal herseninfarcten, vergeleken met gebruikelijke zorg in de huisartsenpraktijk.
Aanpak/werkwijze
In 20 huisartspraktijken werden mensen van 65 jaar of ouder zonder bekend AF geselecteerd. Tien praktijken vormden de interventiegroep: hier kregen 65-plussers met het hoogste risico op AF jaarlijks een 7-daagse continue hartritmemonitoring met een ECG-pleister. In de overige tien praktijken ontvingen alle 65-plussers de gebruikelijke huisartsenzorg zonder aanvullende screening. De deelnemers werden drie jaar gevolgd. Uitkomstmaten waren nieuw gediagnosticeerd AF en het optreden van herseninfarcten.
Samenwerkingspartners
Het project werd uitgevoerd in samenwerking tussen de onderzoeksgroep, huisartsenpraktijken, de Hartstichting en Ksyos. Ksyos was hierbij de leverancier van de Holter devices en de Hartstichting bood advies in studieopzet, -documentatie en -informatie. Daarnaast is de onderzoeksgroep actief binnen internationale consortia zoals AF-SCREEN en AFFECT-EU, waarin de resultaten worden gedeeld en benut voor (toekomstige) analyses. De groep is tevens betrokken bij het EmbRACE-consortium, waarmee kennis wordt verbonden aan nieuwe onderzoeksrichtingen.
Resultaten
Na afronding van het project bleek dat intensieve screening met hartritmemonitoring geen toename gaf in het aantal opgespoorde AF-patiënten en geen vermindering van herseninfarcten opleverde ten opzichte van gebruikelijke zorg. De impact is dat grootschalige intensieve AF-screening onder ouderen in Nederland geen aantoonbare meerwaarde heeft.
Vervolg
De resultaten ondersteunen voortzetting van de huidige huisartsenzorg voor het opsporen en behandelen van atriumfibrilleren. Verdere inzet op intensieve screeningsstrategieën bij ouderen zonder klachten lijkt op basis van dit onderzoek niet noodzakelijk.