Praktijktest JGZ-richtlijn Psychosociale problemen
Wat wordt er gedurende de praktijktest Psychosociale Problemen getest?
Deze praktijktest onderzoekt in hoeverre de JGZ-richtlijn Psychosociale Problemen uitvoerbaar en toepasbaar is in de dagelijkse praktijk van JGZ-professionals. De richtlijn wordt getest door 20-30 JGZ-professionals, waarbij zij de richtlijn in hun reguliere werkzaamheden gebruiken en evalueren. Om richtlijnen succesvol in te voeren in de Jeugdgezondheidszorg (JGZ), is het belangrijk om door middel van een praktijktest in kaart te brengen welke belemmerende en bevorderende factoren de implementatie beïnvloeden. Zo wordt duidelijk wat goed werkt en wat aangepast moet worden.
Doel
De praktijktest heeft als doel te begrijpen waarom JGZ-professionals de richtlijn Psychosociale Problemen wel of niet gebruiken, en om de richtlijn waar nodig te verbeteren op basis van hun ervaringen.
Plan van aanpak
De factoren die invloed hebben op het gebruik van het advies worden in kaart gebracht met het Meet Instrument Determinanten van Innovaties (MIDI). Dit instrument kijkt naar kenmerken van: - De richtlijn zelf - De gebruiker (bijv. de JGZ-professional) - De organisatie - De sociaal-politieke omgeving
De praktijktest bestaat uit de volgende stappen:
1. Digitale instructie over de herziene richtlijn Psychosociale Problemen
2. Periode van testen (3-4 maanden) waarin JGZ-professionals met de JGZ-richtlijn Psychosociale Problemen werken. De professional vult tenminste vijf keer een korte vragenlijst in over de casus en welke handelingen/acties precies ingezet zijn.
3. Start- en eind vragenlijst om de determinanten, aansluiting LPK en ervaringen ouders en/of jongeren in kaart te brengen
4. Focusgroep met (een deel van de) JGZ-professionals en eventueel managers
Er worden 20-30 JGZ-professionals (van diverse JGZ-organisaties) geworven. Na afloop van de praktijktest worden de resultaten in een eindverslag opgenomen met aanbevelingen voor landelijke invoering. De richtlijn wordt waar nodig aangepast.