Praktijktest JGZ-richtlijn Voedselovergevoeligheid

Aanleiding

Deze praktijktest onderzoekt in hoeverre de herziene JGZ-richtlijn Voedselovergevoeligheid uitvoerbaar en toepasbaar is in de dagelijkse praktijk. Om richtlijnen succesvol in te voeren in de Jeugdgezondheidszorg (JGZ), is het belangrijk om door middel van een praktijktest in kaart te brengen welke belemmerende en bevorderende factoren de implementatie beïnvloeden. Zo wordt duidelijk wat goed werkt en wat aangepast moet worden.

Doel

Het doel van de praktijktest is om te begrijpen wanneer en waarom JGZ-professionals de richtlijn Voedselovergevoeligheid wel of niet gebruiken en om de richtlijn waar nodig te verbeteren op basis van hun praktijkervaringen. De nadruk van de praktijktest ligt op het systematisch handelen bij milde niet-IgEgemedieerde koemelkallergie. Deze vorm komt vooral voor bij zuigelingen en kan volledig binnen de JGZ begeleid worden.

Aanpak

De richtlijn wordt getest door 20–30 JGZ-professionals die de richtlijn gebruiken in hun reguliere werkzaamheden. Gedurende 3 tot 4 maanden registreren zij hun ervaringen via online vragenlijsten. De factoren die invloed hebben op het gebruik van de richtlijn worden in kaart gebracht met het Meet Instrument Determinanten van Innovaties (MIDI). Na het afronden van de uitvoeringsfase, neemt een deel van professionals (ongeveer 10 personen) ook deel aan een focusgroepsinterview.

Samenwerking

Het project wordt uitgevoerd door TNO samen met het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ). Het NCJ is verantwoordelijk voor het werven van deelnemers. TNO leidt het project en verzorgt de instructiebijeenkomst, vragenlijsten, data-analyse en rapportage. 

Verwachte resultaten

Na afloop van de praktijktest worden de bevindingen in een eindverslag opgenomen met aanbevelingen voor landelijke invoering. De richtlijn wordt waar nodig tekstueel en/of inhoudelijk aangepast.

Kenmerken

Projectnummer:
07450062510008
Looptijd: 77%
2026
2027
Gerelateerde programma's:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Alyanne Boon
Verantwoordelijke organisatie:
TNO