Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Preventie van obstipatie bij gebruik van opioïden: magnesium(hydr)oxide versus macrogol/elektrolyten

Obstipatie (harde ontlasting) treedt vaak op bij patiënten met kanker die in verband met pijnklachten behandeld worden met opiaten (bijvoorbeeld morfine). Er wordt bij behandeling met opiaten dan ook standaard een laxeermiddel voorgeschreven. Er is weinig systematisch onderzoek verricht naar de effectiviteit van de daarbij gebruikte laxeermiddelen.

Doel

Het doel was het vergelijken van magnesium(hydr)oxide en macrogol/elektrolyten ten aanzien van preventie van obstipatie en bijwerkingen van deze medicamenten bij patiënten in de palliatieve fase die starten met opioïden. 

Aanpak/werkwijze

In dit onderzoek vergeleken we de werking van 2 vaak voorgeschreven laxeermiddelen (Macrogol/Elektrolyten en Magnesiumoxide) bij patiënten met kanker die starten met een opiaat. De helft van de patiënten gebruikte de eerste 4 weken Macrogol/Elektrolyten en dan 4 weken Magnesiumoxide en de andere helft eerst 4 weken Magnesiumoxide en vervolgens 4 weken Macrogol/Elektrolyten. In deze periode vullen de patiënten om de 2 weken een lijst in met vragen over hun ontlastingspatroon en begeleidende klachten.

Samenwerkingspartners

Het Universitair Medisch Centrum Utrecht afdeling Medische Oncologie werkte niet samen met andere partijen.  

Resultaten

Patiënten met kanker in de palliatieve fase die voor het eerst starten met oraal of transdermaal toegediende opioïden kwamen in aanmerking voor dit symptoomonderzoek. Het is ondanks extra acties niet gelukt om voldoende patiënten te includeren. Vanwege het ontbreken van voldoende patiënten (5 in anderhalf jaar) is het project voortijdig beëindigd en ontbreken inhoudelijke resultaten en conclusies.

ZonMw en symptoombehandeling

Dit onderzoek financierden we vanuit ons Onderzoeksprogramma palliatieve zorg. Met het programma zetten we ons in voor een goede kwaliteit van leven voor mensen die ongeneeslijk ziek zijn en hun naasten. Goed onderbouwde interventies om symptoomlast te verminderen tot een voor de patiënt acceptabel niveau dragen aan die kwaliteit bij. Lees meer op ons thema symptoombehandeling in de palliatieve fase.

Verslagen


Eindverslag

Obstipatie (harde ontlasting) treedt vaak op bij patienten met kanker die in verband met pijnklachten behandeld worden met opiaten (bijv. morfine). Er wordt bij behandeling met opiaten dan ook standaard een laxeermiddel voorgeschreven. Er is weinig onderzoek verricht naar de effectiviteit van de daarbij gebruikte laxeermiddelen. In dit onderzoek wordt de werking vergeleken van twee vaak voorgeschreven laxeermiddelen (macrogol/elektrolyten en magnesiumoxide)bij patienten met kanker die starten met een opiaat. De helft van de patienten gebruikt eerst vier weken macrogol/elektrolyten en dan vier weken magnesiumoxide en de andere helft eerst vier weken magnesiumoxide en vervolgens vier weken macrogol/elektrolyten. In deze periode vullen de patienten om de twee weken een lijst in met vragen over hun ontlastingspatroon en begeleidende klachten.
In juni 2009 hebben wij gemeld dat het project vertraging heeft opgelopen ten gevolge van verkrijgen van de METC goedkeuring en vervolgens door logistieke problemen. De looptijd van de studie is toen aangepast tot de volgende planning: start juni 2009 en analyse en afronding in juni 2011. De eerste patiënt is in januari 2010 geïncludeerd. Inmiddels zijn in totaal 3 patiënten geïncludeerd. Patiënt nr. 1 is tijdens de looptijd van de studie overleden ten gevolge van de ziekte. Hierover is een SAE melding gedaan. De inschatting dat een groot aantal patiënten in een redelijk korte tijd zou kunnen worden ingesloten blijkt niet te kloppen. De voornaamste oorzaak hiervan is dat een groot aantal patiënten niet opioïd-naïef blijkt of reeds laxantia gebruikt. We zijn op zoek naar mogelijkheden om de inclusie te verbeteren.

Kenmerken

  • Projectnummer:
    11500005
  • Looptijd: 100%
    Looptijd: 100 %
    2009
    2010
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    Dr. A. de Graeff
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Universitair Medisch Centrum Utrecht