Psychosociale last na een abortus: een onderzoek naar risico- en beschermende elementen in de abortushulpverlening
Verslagen
Eindverslag
De doelstelling van het onderzoek ´psychosociaal welzijn van abortuscliëntes: de rol van de hulpverlening´ was oorspronkelijk om de hulpverleningstrajecten, die in de Nederlandse abortushulpverlening worden gehanteerd, te inventariseren en te beoordelen op hun bruikbaarheid en geschiktheid om het psychosociale welzijn na een abortus te optimaliseren. Hiervoor was een inventariserend deel en een cliëntenonderzoek gepland. Helaas is alleen het eerste deel uitgevoerd.
De vraagstellingen luiden als volgt:
1. Welke vormen van hulpverlening (counseling) worden door de diverse Nederlandse hulpverleningsinstanties gebruikt om zowel de besluitvorming bij als de verwerking van een abortus te begeleiden?
2. Welke doelstelling hebben de hulpverleningstrajecten, welke knelpunten zijn er en welke elementen van de hulpverlening zijn met name van belang voor de bevordering van het psychosociaal welbevinden na een abortusbesluit?
Via literatuurstudie, het bestuderen van richtlijnen en protocollen uit abortusklinieken en organisaties voor maatschappelijke hulpverlening aan ongewenst zwangeren (n=23) en interviews met 16 medewerkers uit organisaties is de huidige situatie rondom psychosociale abortushulpverlening in kaart gebracht.
De meeste hulpverleners zijn tevreden met de psychosociale hulpverlening die zij cliënten bieden. Voor vrijwel alle hulpverleners is ‘zorg op maat’ het uitgangspunt van hun hulpverlening. Echter, niet in iedere kliniek of instelling is er voldoende ruimte om deze zorg te bieden. Zij hebben namelijk beperkte financiën tot hun beschikking waardoor er niet voldoende tijd uitgetrokken kan worden voor de individuele cliënt. Beperkte financiën zorgt voor de Fiom (met name die in Amsterdam en Utrecht) zelfs voor een serieuze zorg over hun voortbestaan.
Bevorderende factoren: In de psychosociale abortushulpverlening zijn dit enerzijds factoren die gericht zijn op patiëntvriendelijkheid, en die de toegankelijkheid, empathie en zorg op maat stimuleren. Het gaat dan bijvoorbeeld om empathisch personeel, een toegankelijke receptie, cultuurgevoeligheid van de hulpverleners en de mogelijkheid om consulten of andere gesprekken te laten uitlopen.
Anderzijds gaat het ook om meer inhoudelijke psychologische hulpverlening die het besluitvormingsproces van de vrouw ondersteunt zodat zij zelf een duidelijke weloverwogen keuze kan maken. Hulpverleners noemen hierbij manieren/technieken die de vrouw helpen om de motivatie voor de abortus (of uitdragen van de zwangerschap) te verhelderen en erkennen, helpen om het dilemma te erkennen dat sommige vrouwen ervaren, die mogelijke schuld en schaamtegevoelens bespreekbaar maken en mogelijke misverstanden rondom zwangerschap en abortus wegnemen.
Wensen: Een groot aantal hulpverleners uit de wens om nog meer good-practices te delen met collega’s uit andere klinieken of instellingen. Er is bij een aantal klinieken en Fiom en VBOK al ruimte voor bijscholing in het kader van deskundigheidsbevordering. Anderen zouden graag nog betere bijscholing ontvangen.
Enkele klinieken en ook de VBOK zouden meer (financiële) ruimte willen hebben voor het uitbreiden van hun hulpverleningsaanbod, bijvoorbeeld voor verwerkingsgroepen, preventiewerk op scholen, of meer opvanghuizen.
Belemmerende factoren
1. Klinieken die door de financieringsstructuur vooral gericht zijn op productie in plaats van op de mens. Dit zou opgelost kunnen worden door niet per abortus te vergoeden maar (ook) per intake/consult. Overigens loopt lang niet iedere kliniek tegen deze beperking aan.
2. Het maatschappelijk stigma op abortus maakt de keuze voor veel vrouwen moreel zwaar, terwijl het persoonlijk als de juiste beslissing kan voelen.
3. Beperkte financiën.
4. Samenwerking tussen kliniek en huisarts enerzijds en maatschappelijk werk anderzijds (met name Fiom) is in een aantal plaatsen niet goed geregeld.
De aard van de aangeleverde stukken bleek aanzienlijk tussen organisaties te verschillen in vorm, de mate van uitgebre