Mobiele menu

Richtlijnontwikkeling Jeugdgezondheidszorg: Nazorg pre- en dysmaturen

Projectomschrijving

In 2007 werd in Nederland 7,6% van alle kinderen prematuur (zwangerschapsduur <37.0 weken) geboren, waarvan 1,5% zeer vroeg-prematuur (<32.0 weken). In 2007 werd 1,4% van de pasgeborenen met een geboortegewicht onder 1500 gram geboren; meest te vroeg geboren kinderen. Deze kinderen ontvangen vaak nazorg door zowel de kinderarts in het ziekenhuis als het consultatiebureau, als onderdeel van de reguliere jeugdgezondheidszorg voor pasgeborenen. Momenteel wordt op dit terrein een JGZ-richtlijn ontwikkeld met aanbevelingen voor de praktijk. De richtlijn beschrijft 1) basiskennis over de gevolgen voor zowel de kinderen als hun ouders, 2) de mogelijkheden voor vroegherkenning, interventies en doorverwijzing door de JGZ. En 3) een meer praktisch stuk over de samenwerking (met o.a. kinderartsen) en de overdracht van gegevens, dat voornamelijk gebaseerd is op Samenwerken en Afstemmen (uit 2009), geschreven door een werkgroep vanuit de beroepsverenigingen Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland en de Nederlandse Vereniging Kindergeneeskunde.

Producten

Auteur: Sylvia van der Pal, Nen Heerdink, Margreet Pols, Pauline Verloove
Auteur: S. Veen 1 1. Mede namens de Landelijke Werkgroep van participerende Verenigingen en Organisaties

Verslagen


Eindverslag

Zie eerder ingediende eindverslag (28 maart 2013). Bij dit aanvullende eindverslag wordt alleen de richtlijn als bijlage bij het eerder ingediende eindverslag ingediend.

Er is een conceptrichtlijn ontwikkeld die tijdens het voortgangsoverleg positief is beoordeeld door ZonMw. TNO is vervolgens door ZonMw gevraagd om een proefimplementatieplan in te leveren met aangepaste planning voor het opleveren van de richtijn en een concept van een informatietekst voor ouders.
Dit plan en de bijbehorende begroting (voor de vergoeding van de organisaties en aanvullende uren voor TNO mbt tot de wijziging naar de "regionale" proefimplementatie, in vergelijking met het oorspronkelijke voorstel) is bijgevoegd in de bijlagen.

Samenvatting van de aanvraag

Veel pre- en dysmature kinderen hebben na ontslag uit het ziekenhuis nog steeds een verhoogd gezondheidsrisico. Daarom worden ze in veel gevallen vervolgd door de kinderarts. Naast deze klinische follow-up komen verreweg de meeste kinderen ook in zorg bij de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). De nazorg aan pre- en dysmatuur geboren kinderen is dan ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid van kinderartsen en JGZ en afstemming is essentieel, zeker nu de JGZ in een steeds vroeger stadium wordt geconfronteerd met méér en jongere prematuur geboren kinderen.

In de praktijk blijkt deze (afstemming van) nazorg niet altijd goed te verlopen. Te vaak krijgen ouders tegenstrijdige adviezen van de kinderarts en de JGZ. Veel ouders vinden dat de communicatie tussen consultatiebureau en kinderarts niet helder is en dat niet goed wordt samengewerkt. De helft van de ouders die hierover ontevreden zijn, vindt dat dit ligt aan zowel de kinderarts als aan het consultatiebureau.

Naast knelpunten op het gebied van samenwerking en communicatie, schiet de kennis op consultatiebureaus over de lichamelijke en psychosociale gevolgen van pre- en dysmaturiteit tekort.

De te ontwikkelen multidisciplinaire richtlijn ‘Nazorg pre-en dysmaturen’ beoogt op een evidence based wijze de optimale nazorg voor deze groep kinderen te beschrijven, uitgaande van concrete ervaren knelpunten. Deze richtlijn is primair bedoeld voor artsen, verpleegkundigen en doktersassistentes werkzaam in de JGZ. Daarnaast is de richtlijn bedoeld voor kinderartsen, huisartsen, verloskundigen, kinderfysiotherapeuten en andere ketenpartners in de (na)zorg aan pre- en dysmatuur geboren kinderen.

Door het betrekken van alle relevante disciplines zal de richtlijn breed gedragen worden. Hiermee wordt een uniform evidence based beleid ontwikkeld voor nazorg aan pre- en dysmatuur geboren kinderen, en wordt tevens een brug geslagen tussen de preventieve en de curatieve zorg.

Kenmerken

Projectnummer:
156000009
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2009
2013
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. S.M. van der Pal
Verantwoordelijke organisatie:
TNO