Mobiele menu

Richtlijnontwikkeling jeugdgezondheidszorg: Preventie, vroegsignalering en aanpak van voorkeurshouding en plagiocefalie

Voorkeurshouding, voorkeur van de baby om met het hoofdje op één bepaalde kant te liggen, en de vaak daarmee gepaard gaande vervorming van de schedel is een vaak voorkomend probleem. Voorkeurshouding komt voor bij 17% van de kinderen van 0-3 maanden en bij 3 tot 4% van de kinderen van 4-6 maanden.
Voorkeurshouding leidt vaak tot onzekerheid en ongerustheid bij ouders, vanwege de schedelvervorming die er vaak bij optreedt.

De richtlijn voor medewerkers in de jeugdgezondheidszorg (JGZ)) biedt handvatten voor het geven van adviezen aan ouders om voorkeurshouding en schedelvervorming te voorkomen, voor het tijdig signaleren en voor de aanpak in de jeugdgezondheidszorg en daarbuiten. Als basis voor de richtlijn is beschikbare wetenschappelijk literatuur gebruikt waaruit aanbevelingen voor de praktijk worden gedaan. Bij de ontwikkeling wordt rekening gehouden met het perspectief van de ouders. Het eindproduct bestaat uit een achtergrondboek, een samenvatting en een stroomdiagram.

Verslagen


Eindverslag

Voorkeurshouding en de vaak daarmee gepaard gaande vervorming van de schedel is een frequent voorkomend probleem. De prevalentie van voorkeurshouding bij kinderen van 0-3 en 4-6 maanden bedroeg in 2004 respectievelijk 17,0% en 3,7%. Voorkeurshouding staat een voorspoedige symmetrische ontwikkeling in de weg en leidt vaak tot onzekerheid en ongerustheid bij ouders vanwege de in een meerderheid van de gevallen tevens aanwezige schedelvervorming. Meestal is sprake van een deformatieve plagiocefalie (scheef hoofd), soms van brachycefalie (breed hoofd), vaak van een mengvorm. Uiteindelijk wordt schedelvervorming gezien bij ca. één op de tien kinderen onder de leeftijd van 6 maanden.
De wens tot het verkrijgen van een symmetrische houding en schedelvorm bij een zuigeling leidt in de eerste levensmaanden vaak tot interventies door jeugdgezondheidszorg (JGZ) medewerkers, de kinderfysiotherapeut, soms de manuele therapeut, de osteopaat of chiropracter, en regelmatig tot redressiehelmtheapie.

In dit project is een richtlijn ontwikkeld voor medewerkers in de JGZ voor de preventie, vroege signalering en aanpak van voorkeurshouding en schedelvervorming bij zuigelingen. De JGZ-richtlijn biedt handvatten voor 1) advisering over hantering en positionering ter preventie van schedelvervorming, 2) tijdige en correcte signalering, diagnose en/of eventuele verwijzing naar huisarts, medisch specialist en/of kinderfysiotherapeut, 3) verzorgingsadviezen na signalering, 4) monitoring van het vervolg na verwijzing.

De richtlijn is ontwikkeld volgens de methode van evidence-based richtlijnontwikkeling en volgt de stappen 2 t/m 5 van het AGREE instrument. Er is een kernredactie samengesteld, bestaande uit de belangrijkste beroepsgroepen die met dit probleem te maken hebben. Dit zijn de jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en kinderfysiotherapeuten. Deze kernredactie heeft door onderzoek van bestaande protocollen, focusgroepgesprekken, veldraadpleging en interviews op het consultatiebureau de knelpunten van professionals en ouders in kaart gebracht. Vervolgens is literatuuronderzoek verricht om antwoorden te vinden op de uitgangsvragen die naar aanleiding van de knelpunten zijn geformuleerd. Dit heeft geresulteerd in een richtlijn met aanbevelingen. Een expertgroep van o.a. verloskundigen, kraamverzorgenden, kinderverpleegkundigen, huisartsen, kinderartsen en medisch specialisten die de redressiehelmtherapie uitvoeren, heeft de geformuleerde kenlpunten, de uitgangsvragen en de diverse concepten van de richtlijn mede beoordeeld.

De conceptrichtlijn is uitgetest in de praktijk door middel van een proefimplementatie uitgevoerd door ca. 70 jeugdartsen en –verpleegkundigen. De bevindingen zijn vastgelegd in een eindrapport, tezamen met aanbevelingen voor landelijke implementatie. Naar aanleiding van de bevindingen is de concept richtlijn op diverse punten aangepast. De richtlijn bestaat uit een richtlijnboek, een samenvatting, een geplastificeerde samenvattingskaart met stroomdiagram en twee folders (een preventiefolder en een interventiefolder). Het is primair een richtlijn voor artsen en verpleegkundigen JGZ en in het verlengde daarvan een uitgangspunt voor de verwijzing naar kinderfysiotherapeuten.
Tevens zijn er op basis van de richtlijn indicatoren gemaakt om te meten of de richtlijn de zorg verbetert. Ten slotte is een powerpoint gemaakt die gebruikt kan worden voor scholing van jeugdgezondheidszorg medewerkers.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
156000007
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2008
2012
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. M.M. Boere-Boonekamp
Verantwoordelijke organisatie:
TNO