Samen wonen, samen leven, samen zorgen: vitale gemeenschappen transformeren de langdurige zorg
De toenemende vergrijzing vraagt om alternatieve oplossingen op het gebied van wonen, zorg en welzijn. In Nederland ontstaan daarom gemeenschappen waarin verschillende groepen, waaronder ouderen met intensieve zorgbehoeften, kunnen wonen en passende zorg ontvangen. Uitgangspunten zijn het stimuleren van samenredzaamheid, eigen regie en het aansluiten bij persoonlijke wensen en behoeften. Voorbeelden van deze woonzorggemeenschappen zijn hofjes, intergenerationeel wonen en vitale gemeenschappen. Betrokken stakeholders (o.a. zorg- en welzijnsorganisaties, gemeenten, burgerinitiatieven, zorgverzekeraars, woningbouw, bedrijven, beleidsmedewerkers) geven aan nog veel belemmeringen te ervaren bij het opzetten van deze woonzorggemeenschappen. Er is onvoldoende kennis over deze gemeenschappen, voor welke doelgroepen ze geschikt zijn en welke impact ze hebben op het dagelijks leven van bewoners, hun naasten, medewerkers en de bredere sociale omgeving. Inzicht in deze factoren is belangrijk voor toekomstig beleid, het verbeteren van de kwaliteit van leven van bewoners en het versterken van de betrokkenheid van de gemeenschap.
Doel
Het hoofddoel is meer inzicht te krijgen in onderliggende werkingsmechanismen en voorwaarden voor de implementatie van succesvolle woonzorggemeenschappen in de langdurige zorg. Hieraan wordt gewerkt door middel van drie subdoelstellingen:
- Het in kaart brengen en analyseren van bestaande woonzorggemeenschappen. Dit gebeurt met criteria om de initiatieven goed te beoordelen.
- Inzicht krijgen in de randvoorwaarden voor succes. Hierbij wordt gekeken naar factoren die het succes bevorderen of juist in de weg staan.
- Doorontwikkeling van woonzorggemeenschappen. Dit gebeurt via co-creatie tussen wetenschap en praktijk, met aandacht voor de impact op bewoners, zorgverleners, en de bredere gemeenschap, en door veranderingen in de tijd te onderzoeken.
Aanpak
Het project duurt 48 maanden en bestaat uit drie fasen.
Fase 1 (maand 1-9): er wordt een systematische analyse van bestaande woonzorginitiatieven uitgevoerd en criteria ontwikkeld om deze te beoordelen.
Fase 2 (maand 10-24): er worden randvoorwaarden voor succesvolle gemeenschappen onderzocht door middel van een landelijke vragenlijst, gericht op fysieke, sociale en organisatorische aspecten.
Fase 3 (maand 12-48): richt zich op het doorontwikkelen van woonzorggemeenschappen op basis van tussentijdse evaluaties en uitkomsten uit de voorgaande fasen.
Samenwerkingspartners
Dit project wordt uitgevoerd door een samenwerking van twee academische werkplaatsen ouderenzorg (Academische Werkplaats Ouderenzorg Limburg, AWO-L, en het Universitair Kennisnetwerk Ouderenzorg Nijmegen, UKON), drie zorgorganisaties (MeanderGroep, Vilente en ZZG) en een burgerinitiatief (Zorgcoöperatie Hoogeloon). Belangrijk in de samenwerking is dat het wetenschappelijke team (Universiteit Maastricht, Radboud Universiteit, en Radboud UMC) een interdisciplinair karakter heeft waarbij expertise uit organisatiewetenschappen, sociologie, psychologie, en gezondheidswetenschappen samenkomt om te helpen bij het vertalen van geïdentificeerd werkingsmechanismen in de praktijk. Verder zijn ouderen en medewerkers van de organisaties gelijkwaardig partner in het project en vanaf het begin betrokken.
(Verwachte) Resultaten
Fase 1: leidt tot een overzicht van woonzorggemeenschappen en een framework waarmee typerende kenmerken geïdentificeerd kunnen worden.
Fase 2: er komt een overzicht van randvoorwaarden voor succesvolle woonzorggemeenschappen, waarbij verschillen tussen regio’s in Nederland meegenomen worden.
Fase 3: leidt tot een beschrijving van de rollen van verschillende stakeholders om belemmerende randvoorwaarden weg te nemen en faciliterende randvoorwaarden te realiseren. Ook zal er inzicht komen in de impact die woonzorggemeenschappen hebben (in verschillende fase van ontwikkeling) op direct betrokkenen, in het bijzonder cliënten en hun naasten, zorgprofessionals en burgers uit de wijk.