Mobiele menu

Sekse- en gendersensitieve aspecten bij de implementatie van preventie in de eerste lijn; multidisciplinaire begeleiding bij stoppen met roken bij vrouwen

Projectomschrijving

Bekend is dat gender- en seksespecifieke factoren bestaan rondom stoppen met roken. We weten dat het voor vrouwen moeilijker is om te stoppen met roken dan voor mannen, onder andere vanwege de angst om zwaarder te worden en omdat vrouwen vaker roken in stressvolle situaties.

Aanpak

Het eerste deel van dit project bestond uit een kwalitatieve studie met behulp van focusgroepen naar factoren die het voor vrouwen moeilijk maken om te stoppen met roken en welke vorm van hulp zij hierbij kunnen gebruiken. Gekeken werd welke (zorg)professionals hierbij betrokken kunnen worden, zoals een dietist, en hoe vrouwen zelf kunnen actief mee kunnen doen.

Het tweede deel bestond uit onderzoek naar de implementatie van de interventie die uit het kwalitatieve onderzoek komt.

Tot slot werd uit de ‘lessons learned’ een onderwijsprogramma voor huisartsen in opleiding gemaakt over risicogedrag en gender, welke interventies werken bij vrouwen (en mannen met vrouwspecifieke factoren) en hoe je deze organiseert.

Resultaten

Uit dit project blijkt dat er verschillen bestaan in bevorderende en remmende factoren bij het stoppen met roken tussen mannen en vrouwen. Bij mannen spelen vaker externe factoren een rol, zoals beschikbaarheid van sigaretten; bij vrouwen zijn het meer interne factoren zoals stress, depressie en angst. Zowel mannen als vrouwen hadden een voorkeur voor een groepsinterventie, met daarin aandacht voor zowel de in- als externe factoren. In het kader van dit project is een bestaande groepsinterventie genderspecifiek gemaakt door het toevoegen van aandacht voor interne en externe factoren, genderverschillen in identiteit van de roker, gendersensitieve verschillen in medicatie en het op in- of externe kenmerken verbinden van buddy’s aan elkaar. Aandacht voor in- en externe factoren helpt omdat het behandelen hiervan in een groep de groepsgenoten beter voorbereidt op mogelijke situaties waar ze in terecht komen. De genderspecifieke informatievoorziening wordt positief gewaardeerd.

Producten

  • Een genderspecifiek handboek voor een groepsinterventie om te stoppen met roken
  • Een wetenschappelijk artikel over de resultaten van de eerste studie (BMJ-open)
  • Publicatie van de resultaten in een handboek over genderverschillen in stoppen met roken voor huisartsen
  • Geaccepteerde abstract en daarna oral presentation Wonca Europe congres
  • Deelname aan verschillende bijeenkomsten en symposia over gender en stoppen met roken
  • Deelname aan wijkinitiatief over stoppen met roken in achterstandswijken.

Producten

Titel: Gender differences within the barriers to smoking cessation
Auteur: H.M.M. Vos
Link: https://ivo.nl/event/sex-and-gender-differences-in-tobacco-control/
Titel: Gender differences in smoking cessation to align cessation care for women
Auteur: H.M.M. Vos
Titel: Gender differences within the barriers to smoking cessation and the preferences for interventions in primary care a qualitative study using focus groups in The Hague, The Netherlands
Auteur: Lieke Agathe Dieleman, Petra G van Peet, Hedwig M M Vos
Magazine: BMJ Open

Verslagen


Samenvatting van de aanvraag

Er bestaan sekse- en genderverschillen in leefstijl, in de prevalentie van risico factoren, in gezondheidsproblemen, in mortaliteit en in de toegang tot de gezondheidszorg. Vrouwen bezoeken de huisartsenpraktijk vaker dan mannen. Dit hogere zorggebruik van vrouwen roept de vraag op of en hoe vrouwen een doelgroep kunnen zijn voor preventie in de huisartsenpraktijk. Risicogedrag zoals roken, alcohol misbruik, overgewicht en onvoldoende lichaamsbeweging komen meer voor bij mannen dan bij vrouwen. Van alle bestudeerde risicofactoren maakt gender bij alleen roken verschil uit in het hulpvraaggedrag bij de huisarts: rokende mannen consulteren hun huisarts namelijk significant minder vaak dan niet-rokende mannen, terwijl bij vrouwen het omgekeerde het geval is. Het komt er op neer dat rokende vrouwen twee keer zo vaak de huisarts bezoeken als rokende mannen. Hoewel mannen vaker roken dan vrouwen zijn er sterke aanwijzingen dat vrouwen gevoeliger zijn voor de effecten van roken. Vrouwen die roken lopen dus een groter gezondheidsrisico dan mannen. Tegelijkertijd is bekend dat er gender- en seksespecifieke factoren bestaan rondom stoppen met roken. Het is voor vrouwen moeilijker om te stoppen met roken, onder andere vanwege de angst om zwaarder te worden en omdat vrouwen vaker roken in stressvolle situaties. Preventie en leefstijladvisering door middel van passieve case finding is toepasbaar bij vrouwen in de huisartsenpraktijk en er bestaat minder noodzaak voor een actieve oproepstrategie bij vrouwen vergeleken met mannen, omdat vrouwen, en in het bijzonder zij die een hoog risico lopen, frequent hun huisarts consulteren. Echter, het bespreken van het rookgedrag en de daaraan gerelateerde risico’s, die voor vrouwen ook nog eens hoger zijn, en het omgaan met genderspecifieke barrières om te stoppen met roken vereist wel een proactieve aanpak. Verder is het van belang dat de huisarts die op basis van passieve case finding een patiënt met een verhoogd risico op leefstijl gerelateerde aandoeningen detecteert daar ook daadwerkelijk actie op kan ondernemen. Dit gebeurt tot nu toe vooral binnen de huisartspraktijk door de huisarts zelf of eventueel de praktijkondersteuner somatiek. Beter zou zijn om dit multidisciplinair op te pakken met een diëtisten, fysiotherapeut en/of buurtsportcoach. Lastig is hierbij dat leefstijlprogramma’s en begeleiding door een diëtist wel vergoed worden als er sprake is van een aantoonbaar risico op hart- en vaatziekten en als er ook daadwerkelijk een behandeling plaatsvindt, dus hoge bloeddruk mét medicatie. Maar als er sprake is van een ongezonde leefstijl waar nog geen behandeling voor nodig is, dan wordt dit niet vergoed. Dat is zeker in wijken met een lage sociaal economische status (SES) een probleem. Daar bovenop komt dat de begeleiding van stoppen met roken, ook als deze door de huisarts wordt gegeven, buiten het verplichte eigen risico valt. Begeleiding door een fysiotherapeut is vaak nog een groter probleem, omdat deze vanuit de basisverzekering slechts gedeeltelijk in het basispakket en zeker voor mensen met een lage SES zijn de kosten voor de fysiotherapeut, als deze niet verhoed wordt, meestal niet op te brengen. Het implementatietraject is primair gericht op artsen en aankomend artsen en andere eerstelijns professionals in de zorg, zoals diëtisten, fysiotherapeuten, en indien nodig buurtsportcoaches. Dat gebeurt voor de aankomend huisartsen onder andere via de huisartsenopleiding bij het LUMC waar gendersensitiviteit bij diagnoses en behandeling toch al meer aandacht zal krijgen. Voor de andere professionals gebeurt dit door het implementeren van een wijksamenwerking en samenwerkingsafspraken.

Kenmerken

Projectnummer:
849600001
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2019
2021
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Dr. H.M.M. Vos
Verantwoordelijke organisatie:
Leiden University Medical Center