Mobiele menu

Systematic care for informal caregivers of dementia patients: an efficient approach?

Mensen die de zorg dragen voor een partner, ouder of andere persoon met dementie - zogeheten mantelzorgers - dreigen vaak overbelast te raken. Hierdoor kunnen zij depressief worden hetgeen hun taak als mantelzorger moeilijker, zo niet onmogelijk maakt. De kans is dan groot dat de dementerende opgenomen moet worden in een verpleeg- of verzorgingstehuis. In Nijmegen is onderzocht of met een gerichte, psychosociale ondersteuning de mantelzorger beter (en daardoor langer) in staat blijft voor de dementerende te zorgen. En wat de kosten hiervan zijn, ten opzichte van de gebruikelijk zorg. Een test, uitgevoerd in vier regio’s in Nederland en bij 263 dementerenden en hun mantelzorger, wees uit dat de gerichte ondersteuning de opname van de dementerende in een verpleeg- of verzorgingstehuis niet uitstelt. Ook verbeteren de kwaliteit van leven van de mantelzorger en die van de dementerende niet door de ondersteuning. De kosten verschillen amper van die van de gebruikelijke zorg.

Producten

Titel: Effectivenss of nonpharmacological interventions in delaying institutionalization of patients with dementia: a meta-analysis. J Am Geriatr Soc 2008, April Epub ahead of print
Auteur: Spijker A, Vernooij-Dassen M, Vasse E, Adang E, Wollersheim H, Grol R, Verhey F.
Magazine: Journal of the American Geriatrics Society

Verslagen


Eindverslag

ACHTERGROND - De zorg voor personen met een cognitieve stoornis en hun mantelzorgers is een enorme uitdaging voor de (toekomstige) gezondheidszorg. Er is een dringende behoefte aan kosteneffectieve ondersteuningsprogramma’s die de mantelzorger ervoor kunnen behoeden overbelast te raken en daarmee opname van de cliënt in een verpleeg- of verzorgingshuis te voorkomen of uit te stellen. Hiertoe is het “Systematisch Zorgprogramma Dementie” (SZP-dementie)ontwikkeld. DOELSTELLING - het onderzoek van de potentiële efficiency van het SZP-dementie.De onderzoeksvragen zijn: wat zijn de kosten en baten van het SZP-dementie in vergelijking met reguliere zorg? En wat zijn de effecten van het programma op de kwaliteit van leven van personen met geheugenproblemen of dementie en hun mantelzorgers? Interventie: Professionals screenen het gevoel van zorgcomptentie en depressieve symptomen met behulp van de SZP-dementie screeningstool (inventarisatie en interpretatie). Wanneer de tevredenheid van de mantelzorger ten aanzien van het eigen functioneren gering is, kan de zorgverlener overgaan tot het gezamenlijk stellen van verbeterdoelen die haalbaar moeten zijn. Psychosociale begeleiding. Het SZP-dementie is flexibel in het koppelen van pro-actieve interventies aan individuele problemen. STUDIEONTWERP - Er is een clustergerandomiseerd enkel blind gecontroleerd design gebruikt (CRCT). De randomisatie heeft plaatsgevonden binnen vier regio’s in Nederland: regio Rotterdam, regio Heerlen, regio Nijmegen/Oss en regio Deventer/Zwolle. In totaal zijn 80 professionele behandelaren van de GGz/RIAGG (psychologen en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen) at random toegedeeld aan de interventie- of controlegroep. Per regio zijn gemiddeld 11 professionals in de interventiegroep en 10 professionals in de controlegroep gerandomiseerd. De studiepopulatie bestaat uit 532 personen met geheugenproblemen of dementie en hun mantelzorgers die voor het eerst de GGz/RIAGG bezoeken. 456 Paren zijn toegewzen aan hetzij de interventie- hetzij de controlegroep. Na uitval waren 263 paren beschikbaar voor de baseline meting. Zij zijn door de GGz/RIAGG gekoppeld aan de behandelaren (cluster). UITKOMSTMATEN - De primaire uitkomstmaat is opname in een verpleeg- of verzorgingshuis bij een follow-up periode van 12 maanden. Zowel het aantal opnamen als de tijd tot opname is daarbij meegenomen. Deze maat is de belangrijkste input voor de schatting van het kostenverschil tussen interventie- en controlegroep. De secondaire uitkomstmaat is kwaliteit van leven. Voor de mantelzorger wordt dit vastgesteld aan de hand van het gevoel van competentie (SCQ), depressieve symptomen (CES-D) en kwaliteit van leven (EuroQol), voor personen met geheugenproblemen en of dementie door het vaststellen van gedragsproblemen (NPI-Q) en de kwaliteit van leven (QOL-AD) zoals ervaren door de mantelzorger. RESULTATEN De voornaamste uitkomst van het huidige onderzoek naar systematische zorg van informele mantelzorgers en personen met een cognitieve stoornis (op)nieuw aangemeld bij de ambulante geestelijke gezondheidszorg is dat systematische zorg niet leidt tot minder opnamen van de persoon met een cognitieve stoornis over een periode van een jaar (12 maanden) in vergelijking tot de groep informele mantelzorgers en personen met een cognitieve stoornis welke reguliere ambulante geestelijke gezondheidszorg ontvangen hebben. Daarnaast blijkt dat de kwaliteit van leven van zowel de informele mantelzorgers als personen met een cognitieve stoornis die systematische zorg hebben ontvangen niet significant verbetert over de periode van een jaar in vergelijking met de groep welke reguliere ambulante geestelijke gezondheidszorg ontvangen hebben. De reguliere zorg lijkt er enigszins op achteruit te gaan, terwijl SZP-dementie er enigszins op vooruit lijkt te gaan. De verschillen zijn echter niet significant. Tot slot lijkt uit de economische evaluatie dat de SZP-dementie (de interventie) er als meest gunstige ui
Het doel van het onderzoek is de potentiële efficiency te onderzoeken van het systematisch zorgprogramma voor mantelzorgers van personen met dementie(SZP-dementie). De onderzoeksvragen zijn: wat zijn de kosten en baten van het SZP-dementie in vergelijking met gangbare zorg? Wat zijn de effecten van het programma op de kwaliteit van leven van personen met dementie en hun mantelzorgers? Er wordt een cluster gerandomiseerd gecontroleerd design gebruikt. De randomisatie zal binnen de regio´s plaatsvinden. Professionele hulpverleners van de RIAGGs (psychologen en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen) worden toegedeeld aan interventie- of controlegroep. De studiepopulatie bestaat uit personen met dementie en hun mantelzorgers die voor het eerst de RIAGG bezoeken. Zij worden gekoppeld aan deze hulpverleners. De interventie bestaat uit een training in en het gebruik van de SZP-dementie: inventarisatie van gevoel van competentie van de mantelzorger en suggesties om met tekortkomingen om te gaan. De follow-up periode is een jaar. De primaire uitkomstmaat is opname van de patiënt in een verpleeghuis. Dit vormt de belangrijkste input voor de schatting van het kostenverschil tussen interventie- en controlegroep. De secondaire uitkomstmaat is kwaliteit van leven. Voor de mantelzorger wordt dit vastgesteld aan de hand van het gevoel van competentie (SCQ), depressie (CES-D) en kwaliteit van leven (EuroQol), voor personen met dementie door het vaststellen van gedragsproblemen (NPI). De power analyse is gebaseerd op eerder onderzoek, waarbij in de interventiegroep 14% van de personen met dementie werd opgenomen en in de controlegroep 28% (Vernooij-Dassen, 1993;Vernooij-Dassen et al., 1995). Bij een tweezijdige toetsing, met een alfa van 5% en power van 80% en Intra Class Correlatie 0.05 zijn in ieder groep 260 paren van personen met dementie en mantelzorgers nodig. De economische evaluatie bestaat uit een kosteneffectiviteitanalyse die uitgaat van een maatschappelijk perspectief. In de economische evaluatie zullen kosten en effecten worden vastgesteld en zal de netto winst worden berekend.

Kenmerken

Projectnummer:
94504152
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2004
2008
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Prof. dr. M.J.F.J. Vernooij-Dassen
Verantwoordelijke organisatie:
Radboudumc