On Time! Exploring patients and surgeons' opinions on strategies to minimize futile elective endovascular abdominal aneurysm repair
Een aneurysma van de aorta is een verwijding van de grote lichaamsslagader. Patiënten met deze verwijding hebben geen klachten, maar de verwijding kan plotseling scheuren. Vaak treedt er dan een levensbedreigende bloeding op. De kan op scheuren is minimaal bij kleine verwijdingen maar neemt toe wanneer de verwijding groter wordt. Om deze reden worden grotere verwijdingen (meer dan 55 mm) door de vaatchirurg gerepareerd. Onderzoek heeft laten zien dat eerdere reparatie geen voordeel geeft maar wel leidt tot hogere kosten. In de praktijk blijken veel verwijdingen eerder dan afgesproken te worden gerepareerd. In dit onderzoek zijn interviews gehouden met vaatchirurgen om er achter te komen waarom dit zo vaak gebeurt. Het blijkt dat vaatchirurgen heel verschillend denken over de gevolgen van eerdere of latere reparatie, dat het onduidelijk is hoe de grootte van het aneurysma het beste kan worden gemeten, en dat de artsen behoefte hebben aan beter voorlichtingsmateriaal.
Producten
Auteur: Brust M, van Gestel LC, Vriens PWHE, Hamming JF, Adriaanse MA, Lindeman JH.
Magazine: Eur J Vasc Endovasc Surg
Begin- en eindpagina: 755-762
Link: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/40659081/
Verslagen
Eindverslag
Ondanks eenduidige de richtlijnen ten aanzien van electieve repair diameter van het een abdominaal aorta-aneurysma (AAA), vindt een aanzienlijk deel van de reparaties eerder plaats. Deze studie had als doel om, vanuit een gedragswetenschappelijk perspectief de factoren van invloed te identificeren die van invloed zijn op het handelen van vaatchirurgen met betrekking tot interventiedrempel.
Opzet
Deze kwalitatieve studie maakte gebruik van semi-gestructureerde interviews met vaatchirurgen.
Methoden
12 vaatchirurgen, willekeurig geselecteerd uit 30 Nederlandse ziekenhuizen, namen deel aan face-to-face interviews tussen januari en mei 2024. De studie werd benaderd door een gedragswetenschappelijke benadering, middels de zogenaamde Theoretical Domains Framework (TDF) methode, die 14 theoretische domeinen omvat die drie overkoepelende categorieën van het COM-B-model omvatten: Bekwaamheid, Mogelijkheid en Motivatie. Samen bieden deze domeinen een uitgebreid overzicht van aspecten die de naleving van klinische richtlijnen beïnvloeden. De data-analyse omvatte thematische analyse met behulp van Atlas.ti, waarbij de codes inductief en deductief werden afgeleid op basis van het TDF.
Chirurgen hadden uiteenlopende perspectieven op vroege AAA-reparatie. Sommigen rechtvaardigden vroege interventie om patiëntgerichte redenen, terwijl anderen het als slechte praktijk beschouwden. Belangrijke factoren die de handelen volgens de richtlijnen beïnvloeden waren onder meer de interpersoonlijke communicatievaardigheden van chirurgen om patiënten gerust te stellen, kennis van meetmethoden, de aanwezigheid van externe beperkingen zoals beperkte consultatietijd, sociale invloeden zoals druk van de patiënt, hun overtuigingen over de risico's verbonden aan vroege reparatie en prikkels gerelateerd aan het vergoedingssysteem, en het ingeschatte vermogen om een meer afwachtende aanpak te verdedigen. Suggesties om vroege reparatie te verminderen omvatten hulpmiddelen voor nauwkeurige voorspelling van het ruptuurrisico, herevaluatie van de optimale interventiedrempel, extra consultatietijd en verbeterde psychologische ondersteuning voor patiënten.
Conclusie
Het gedrag van vaatchirurgen met betrekking tot AAA-reparatie nabij de interventiedrempel wordt bepaald door een complex samenspel van factoren binnen de TDF-domeinen Bekwaamheid, Mogelijkheid en Motivatie. Het aanpakken van deze factoren zou de naleving van evidence-based richtlijnen kunnen verbeteren, wat zou leiden tot consistentere praktijken die prioriteit geven aan patiëntresultaten. In deze geeft dit onderzoek duidelijke handvatten voor gericht vervolg onderzoek.