Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Toegepast onderzoek naar werkzame elementen bij de inzet van volwassen GGZ-expertise, voor de verbetering van de resultaten van de inzet vanuit de jeugdzorg van Jeugdbescherming west en het Crisis Interventie Team in regio Haaglanden

Onze missie is: ieder kind blijvend veilig. Wanneer we de veiligheid van het kind in een kwetsbare situatie willen vergroten, zijn verschillende factoren belangrijk en van invloed. Op dit moment hebben we onvoldoende kennis van en vaardigheden op het domein van de volwassen-ggz en ook geen structurele domein-overstijgende samenwerking.

Doel

Doel van de pilot is onderzoeken hoe betere samenwerking tussen jeugdzorg en volwassen-ggz bijdraagt aan het vergroten van blijvende veiligheid van kinderen. Dit doen we door ouders/opvoeders en hun problematiek (nog meer) te zien, hen te steunen en hulp beter af te stemmen op de behoeften van het hele gezin. Zo doorbreken we gezinspatronen die niet langer werken, zodat de veiligheid van het kind blijvend vergroot wordt.

Samenwerking

In deze pilot gaat het Crisis Interventie Team (CIT) van Jeugdbescherming west (JBw) de samenwerking aan met GGZ Delfland. Vanuit de volwassen-ggz zal een professional gedetacheerd worden bij het CIT. 

Verslagen


Eindverslag

Begin 2025 is de pilot “Werkzame elementen bij inzet volwassenen GGZ-expertise voor de resultaten van Jeugdbescherming West en Crisis Interventie Team” afgerond. Concreet ging het om de detachering van twee medewerkers met expertise volwassen-GGZ van GGZ Delfland bij het Cisis Interventie Team jeugd-Haaglanden, onderdeel van Jeugdbescherming West. De pilot betreft één van de zes experimenten in Nederland naar samenwerking van volwassenen GGZ binnen de jeugdzorg. In een overkoepelend onderzoek door het Verwey Jonker wordt nagegaan wat de opbrengsten hiervan zijn. 

Er is binnen de jeugdzorg brede consensus, dat eigen problematiek van een ouder/opvoeder van enorme invloed is op welzijn en ontwikkeling van kinderen. Kinderen van ouders met psychiatrische problemen doen veel vaker een beroep op de Jeugdzorg, dan kinderen met ouders zonder psychiatrische problemen.  Ondanks deze consensus blijkt in de praktijk niet mogelijk om in een gezin één geïntegreerd aanbod van jeugdzorg- en volwassenen-GGZ uit te voeren. In de pilot is met financiering door ZonMw, voor een periode van 18 maanden ‘het onmogelijke mogelijk gemaakt’, door medewerkers vanuit de V-GGZ toe te voegen aan het team jeugdzorgmedewerkers- en de cliënten van het CIT. 

De opbrengsten

  • Jeugdzorgmedewerkers van het CIT zijn door de input van de V-GGZ medewerker deskundiger geworden in het duiden- en bespreekbaar maken van gedrag van ouders waar er mogelijk sprake was van psychiatrie.
  • CIT medewerkers hebben door de samenwerking met de V-GGZ medewerker, meer kennis gekregen van de sociale kaart en behandelmogelijkheden binnen de V-GGZ in de regio.
  • De V-GGZ medewerkers hebben meer kennis gekregen van functioneren- en aanbod van de jeugdzorgketen in z’n algemeenheid en van crisiswerk in het bijzonder. Ook hebben de V-GGZ medewerkers meer inzicht gekregen in de impact van psychiatrie bij ouders, op het welzijn van de betrokken kinderen. Deze kennis is door de V-GGZ medewerkers deels ook weer gedeeld met medewerkers van de moederorganisatie van de V-GGZ medewerkers.
  • Ouders zijn in de pilot, vanuit het belang van hun kinderen, eerder gewezen op-, gemotiveerd voor, en toe geleid naar aanmelding en behandeling van eigen hun GGZ problematiek.
  • Psycho-educatie van de VGGZ medewerkers, aan de kinderen en partner van de ouder met GGZ-problematiek heeft bijgedragen aan meer onderling begrip en rust binnen het gezin.
  • De betrokken kinderen zullen als gevolg hiervan minder of minder lang last ondervinden van de problematiek van ouders. Hierdoor zullen zij zelf minder klachten en-problemen ontwikkelen, zowel op korte termijn als op langere termijn als ze zelf volwassen worden. 

Financiering als knelpunt

Gemeenten als financier van de Jeugdzorg en zorgverzekeraars als financier van de volwassenen GGZ geven beiden aan, de inhoudelijke meerwaarde van deze samenwerking voor zowel kinderen als ouders te onderkennen. Maar beiden geven ook aan, vanuit hun kaders niet in staat te zijn dit aanbod structureel te continueren. De onderzochte samenwerking krijgt daarom geen opvolging. En de opbrengsten zullen ook niet ter implementatie breder in de Jeugdzorg aangeboden kunnen worden.

Kenmerken