Mobiele menu

Topspecialistische Brandwondenzorg: Doelmatige zorg op maat

Projectomschrijving

Brandwondenzorg

De 3 Nederlandse Brandwondencentra werken samen om de zorg voor patiënten met ernstige brandwonden continu te verbeteren. Brandwondenzorg is meer dan alleen genezen van brandwonden. Gevolgen van brandwonden zijn lichamelijk, psychisch en sociaal ingrijpend. Patiënten moeten leren leven met littekens, veranderd uiterlijk en functionele beperkingen. Het doel van brandwondenzorg is optimale kwaliteit van leven en re-integratie in de maatschappij voor iedere individuele patiënt. De patiënt en wat hij/zij zelf wilt en belangrijk vindt staat centraal: het is doelmatige zorg op maat.

Doel en werkwijze

Met de TZO subsidie versterken we onze topklinische zorg. Waardegedreven zorg en samen beslissen met de patiënt worden geoptimaliseerd om te komen tot de beste behandeling voor iedere individuele patiënt. Drie belangrijke vraagstukken worden onderzocht en hier worden zorginnovaties voor ontwikkeld: het moment van huidtransplantatie, het effect van kunsthuid en optimalisering van zelfmanagement in de nazorg.

Inleiding onderzoeken

Voor dit project hebben wij drie belangrijke praktische vragen gekozen waarover nog veel discussie is in de brandwondenzorg en waarvan niet duidelijk is wat het beste behandelbeleid voor de individuele patiënt is. Elk van deze 3 vragen is uitgewerkt tot een onderzoeksvoorstel. Deze voorstellen dienen de komende 4 jaar als concrete basis voor het ontwikkelen en implementeren van een waardegedreven zorg raamwerk in de Nederlandse brandwondenzorg

Onderzoek 1  Wat is voor welke patiënt het beste moment om een brandwond te opereren?

Het eerste onderzoek richt zich op de acute fase in het brandwondencentrum. De behandeling van brandwonden is afhankelijk van de diepte (en grootte en locatie) van een brandwond. Diepe brandwonden moeten worden geopereerd, terwijl oppervlakkige brandwonden spontaan genezen. Veel brandwonden bevinden zich echter in het midden van dit spectrum. Het is dan niet duidelijk wat voor de patiënt de beste behandeling is; meteen opereren of afwachten en eventueel later opereren. De mening van de patiënt is dus uiterst belangrijk omdat er niet één beste behandeling lijkt te zijn.

Enerzijds zal dit onderzoek meer duidelijkheid geven over patiënt relevante uitkomsten voor de patiënt (bijvoorbeeld kwaliteit van leven) van vroeg en laat opereren. Anderzijds worden deze uitkomsten gebruikt voor het ontwikkelen van een keuzehulp die het samen beslissen voor deze keuze ondersteunt.

Onderzoek 2 Protocol en keuzehulp voor gebruik kunsthuid

Het tweede onderzoek richt zich op het gebruik van kunsthuid. Kunsthuid bestaat uit weefsel dat in een laboratorium wordt ontwikkeld en dat (delen van) de huid vervangt bij de behandeling van diepe brandwonden. In Nederland is er door het consortium veel onderzoek gedaan op dit gebied. Het is gebleken dat het gebruik van kunsthuid bij diepe brandwonden zorgt voor een beter functioneel (minder beperkingen in bewegen) en cosmetisch (‘mooiere’ littekens) resultaat. Hoewel er uit onderzoek al vrij veel bekend is over kunsthuid, wordt het in de praktijk nog weinig gebruikt en is de mening van de patiënt nog niet eerder volwaardig meegenomen.

Met dit onderzoek willen we uitzoeken bij welke patiënt welke type kunsthuid het beste is. Deze uitkomsten worden gebruikt om een protocol voor het gebruik van kunsthuid voor zorgverleners te maken, en om een keuzehulp voor patiënten te maken die het samen beslissen over toepassing van een kunsthuid ondersteunt.

Onderzoek 3 Hoe kunnen we optimale nazorg voor iedere individuele patiënt bieden?

Het derde onderzoek richt zich op de nazorg, met name op de rol van zelfmanagement van patiënten en het effect ervan op patiënt relevante uitkomsten. Nazorg omvat tal van aspecten, zoals de behandeling van littekens, pijn en/of jeuk, het dragen van drukkleding, het opbouwen van fysieke conditie of leren omgaan met de psychologische gevolgen van brandwonden. Wij willen het zelfmanagement van patiënten bevorderen door het ontwikkelen van een gepersonaliseerd nazorgprogramma met een focus op zelfmanagement.

Patiënt krijgt zelf de regie

Zelfmanagement is het zodanig omgaan met een (chronische) aandoening en de bijbehorende symptomen en behandeling, dat de aandoening optimaal kan worden ingepast in het leven. Door zelfmanagement wordt de patiënt zo onafhankelijk mogelijk en krijgt hij/zij zelf de regie. Dit bevordert zelfvertrouwen en eigenwaarde, en zo kunnen patiënten beter meedoen in de maatschappij en wordt hun kwaliteit van leven verbeterd. In dit project wordt op basis van de input van patiënten een nieuw nazorgprogramma opgezet, met een combinatie van face-to-face en online zorg (eHealth). In dit onderzoek worden de uitkomsten voor de patiënt van de huidige behandeling en het nieuwe gepersonaliseerde nazorgprogramma met elkaar vergeleken.

Verslagen


Samenvatting van de aanvraag

Optimizing top specialized burn care in the Netherlands The mission of our consortium, consisting of all three Dutch Burn Centers, is to achieve the best possible quality of life, autonomy and reintegration into daily life for every burn patient. We aim to reach this by optimal person-centered care matching a patient’s preferences and goals through providing the right care, at the right time, in the right place for the right price. In this model, the patient is an equal partner in creating a personalized approach to their care at three distinct stages – acute burn care, skin constructs and aftercare. Furthermore, this approach aligns with the principles of value-based health care (VBHC), shared decision making (SDM) and Triple Aim: better care, better health and better value for every patient. This TZO project aims to develop a sustainable systematic VBHC framework that shapes the evaluation of our specialized care and aligns with our current and future care and research priorities. We will integrate and strengthen insights from our burn care and research while improving training for professionals and students from relevant disciplines. Our consortium has a solid track record in registry-based research, national infrastructure, an international network, recognition as a VBHC leader in burn care and a shared commitment to knowledge translation and exchange. In fact, the Netherlands is one of only two jurisdictions that has a standardized and validated outcomes registry for burn care, and as such, we are uniquely positioned to exponentially improve care, outcomes and value. Our VBHC framework builds our existing data registries on patient and injury characteristics and clinical processes (Dutch Burn Repository R3) and patient-reported outcomes (Burn Centre Outcomes Registry the Netherlands), with outcomes such as quality of life and scar quality assessed over time. We have selected three pivotal areas of burn care: the timing of surgery of intermediate depth burns, the added value of tissue-engineered skin constructs, and aftercare. These areas have been studied, however there is no evidence-informed consensus on best practice. As such, this project has an unprecedented opportunity to inform standards of burn care. By choosing a VBHC framework to address this knowledge and practice gap, we are prioritizing the patient's perspective and values. Three projects will be implemented jointly, with each Burn Centre leading one project: • In Subproject 1 (lead: Maasstad Hospital, Rotterdam) we will investigate patient-relevant outcomes of surgery timing on intermediate depth burn wounds and develop a decision aid to support SDM and improve acute burn care. • In Subproject 2 (lead: Red Cross Hospital, Beverwijk) we will investigate the role of tissue-engineered skin constructs for improving patient-relevant outcomes of deep (full thickness) burns and develop a decision aid to support SDM and improve burn care. • In Subproject 3 (lead: Martini Hospital, Groningen) we will investigate aftercare for burns and develop, implement and study the effectiveness of a blended approach for personalized aftercare programs, with a focus on self-management. All Subprojects use the same approach based on six work packages (WP) to create a structured implementation of our VBHC framework: • In WP1, we define a core set of indicators (e.g. time to wound closure), outcomes (e.g. hospital stay; quality of life) and costs components (e.g. care and productivity costs) to use in the VBHC framework, determined with patients. • In WP2, we update our existing registries based on the core set (WP1) and link them to develop a standardized VBHC framework including analysis models. A dashboard will be developed where core set outcomes and analysis models are accessible for researchers and healthcare providers. • In WP3, the typical care of our three Burn Centers will be evaluated on each Subproject and used to inform patient care. • In WP4, outcomes will be used to develop innovative tools to enhance SDM. • In WP5, new tools will be tested and implemented to further improve patient-centered burn care. • In WP6, patient-centered care will be anchored in our treatment, research and education priorities and we will disseminate knowledge gained, including our expertise, new tools, insights on VBHC and SDM processes and lessons learned through a knowledge exchange dissemination plan. This project will address the most urgent questions in burn care, result in improved evidence to inform best practice and strengthen a sustainable VBHC approach. It is an unparalleled opportunity to enhance the leading burn care approach and further secure the consortiums’ global ranking in the integration of burn care, research and education. Most importantly, the sustainable VBHC framework will support ongoing innovation and improvements as we strive to achieve our mission to achieve the best possible quality of life, autonomy and reintegration into daily life for every burn patient.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
10070022010003
Looptijd: 58%
Looptijd: 58 %
2021
2025
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
C.H. van der Vlies
Verantwoordelijke organisatie:
Rode Kruis Ziekenhuis