Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Validering van de VOBO-Z voor vroegsignalering van manifeste problemen in opvoeding en ontwikkeling bij jonge kinderen

Vraagstuk

Met SPARK (in het onderzoek: VOBO-Z) kan een jeugdverpleegkundige van de JGZ via een gestructureerd vraaggesprek opvoedings- en ontwikkelingsproblemen bij jonge kinderen opsporen. De SPARK (Signaleren van Problemen en Analyse van Risico bij Kinderen) combineert mening van ouders met de expertise van verpleegkundigen. Is dit signaleringsinstrument valide en betrouwbaar?

Onderzoek

De kwaliteit van de SPARK is in Zeeland onderzocht bij 2.000 kinderen van 18 maanden. Ouders vulden vragenlijsten in over hun kind.

Uitkomst

De SPARK is valide en betrouwbaar in het onderscheiden van hoge en lage risico’s op opvoedings- en ontwikkelingsproblemen. Het instrument is goed toepasbaar en biedt snel inzicht in wat speelt in een gezin. Ook levert de SPARK – in samenspraak met de ouders – direct bruikbare informatie op voor het bepalen welke zorg er nodig is, en hoeveel.

Verspreiding en implementatie

Dit project heeft een vervolg gekregen in project Faciliteren van implementatie van de SPARK.

Verslagen


Eindverslag

De VOBO-Z is een gestructureerd vraaggesprek dat een verpleegkundige in de jeugdgezondheidszorg (JGZ) kan gebruiken om (risico op) opvoedings- en ontwikkelingsproblemen bij jonge kinderen vroegtijdig te signaleren. De VOBO-Z combineert het perspectief van de ouders met de expertise van de JGZ-verpleegkundige. In een groep van 2000 kinderen van 18 maanden in Zeeland is de kwaliteit van de VOBO-Z onderzocht.
De VOBO-Z maakt op valide en betrouwbare wijze onderscheid tussen kinderen met hoog, verhoogd en laag risico op opvoedings- en ontwikkelingsproblemen. De VOBO-Z is goed toepasbaar in de dagelijkse praktijk, levert snel inzicht in wat er speelt in een gezin en draagt bij aan een zorgvuldige risicotaxatie door de JGZ-verpleegkundigen. De VOBO-Z levert in samenspraak met de ouders direct bruikbare informatie op voor het bepalen welke en hoeveel zorg nodig is. Met het afnemen van alleen zelfrapportagevragenlijsten wordt een risicovolle groep gemist. Uit een andere studie blijkt dat met de VOBO-Z meer kinderen met hoog en verhoogd risico worden opgespoord dan zonder de VOBO-Z.

Met ouders systematisch doornemen van hun zorgen en steunbehoefte op het brede terrein van opvoeding en ontwikkeling is een goede manier van risicosignalering door JGZ-professionals. Implementatie van de VOBO-Z in de rest van Nederland lijkt zinvol.

In een cross-sectionele studie bij 1500 Zeeuwse kinderen zullen de klinimetrische eigenschappen van de VOBO-Z onderzocht worden: de inter-raterbetrouwbaarheid; de discriminatieve validiteit; de constructvaliditeit ten opzichte van een aantal gerelateerde zelfrapportage instrumenten; en welk scoringsalgoritme het beste een klinische score op één van deze zelfrapportage instrumenten voorspelt. Op 2 manieren zal nagegaan worden waarop jeugdverpleegkundigen hun risico-inschatting baseren: door logistische regressie op de risico-inschatting met als voorspellers de ernst van probleem op de VOBO-Z clusters, en door te vragen naar welke factoren de risico-inschatting positief of negatief beïnvloeden.
Tevens zal worden bekeken hoe de jeugdverpleegkundigen en de ouders oordelen over het contactmoment met de VOBO-Z. Deze valideringsstudie wordt ingepast in een grotere, door VWS gefinancierde studie naar de waarde van een huisbezoek bij 18 maanden in heel Zeeland met inzet van alle Zeeuwse jeugdverpleegkundigen.

Omdat deze studie is ingepast in een al lopende RCT is direct na honorering van het onderzoeksvoorstel gestart met het includeren van de 1500 Zeeuwse kinderen. Bij deze kinderen en hun ouders is de VOBO-Z lijst door de jeugdverpleegkundige afgenomen en aan de ouders gevraagd om informed consent en zelfrapportage oudervragenlijsten (ASQ, ASQ:SE, NOSIK en KIPPPI) in te vullen. De verzamelde gegevens middels de VOBO-Z en de oudervragenlijsten zullen dan ook voor beide studies gebruikt worden. Daarnaast dienden voor de inter-rater betrouwbaarheid, de predictieve validiteit en het gebruikersoordeel extra gegevens worden verzameld.

Voor de inter-rater betrouwbaarheid zijn een aantal random (per team de 1e 10 kinderen van 18 maanden oud vanuit het GBA-bestand, waar twee jeugdverpleegkundigen samen te plannen zijn) gekozen kinderen door twee jeugdverpleegkundigen tegelijkertijd beoordeeld. Het VOBO-Z vraaggesprek werd zoals gebruikelijk uitgevoerd door een jeugdverpleegkundige. Een andere jeugdverpleegkundige bleef op de achtergrond, zonder zich in het gesprek te mengen, om tevens een scoreformulier van de VOBO-Z in te vullen (“meeluister-VOBO-Z”). Deze opzet is gekozen omdat het voeren van het vraaggesprek leidt tot het geven van antwoorden op vragen van ouders. Het nadenken over de vragen, de gegeven adviezen en/of interventies beïnvloeden zowel de ouders als de jeugdverpleegkundigen. Daardoor is het niet goed mogelijk om simpelweg het contactmoment te herhalen. Inter-rater betrouwbaarheid bepalen via een video-opname blijkt niet goed mogelijk omdat de verpleegkundigen bij een voor instructie-doeleinden gemaakte video rapporteren dat ze teveel van de interactie met kind en ouder(s) missen om een goed oordeel te kunnen geven. De twee verpleegkundigen hadden bij voorkeur een steeds wisselende samenstelling. Als het uit praktische overwegingen om zelfde koppels ging, dan werden de rollen om en om verdeeld.

In het onderzoeksvoorstel stond vermeld dat alleen de verpleegkundigen die minstens een dagdeel per week CB doen om een gebruikersoordeel gevraagd zouden worden. Wij hebben besloten alle verpleegkundigen een gebruikersoordeel te vragen voor alle 18 maandscontacten van november tot half december 2007. Dit had als voordeel dat van alle verpleegkundigen naar rato een inspanning werd gevraagd en niet alleen van de verpleegkundigen met een groter dienstverband. Wij vermoeden dat deze laatste groep meer contactmomenten voor zijn of haar rekening zal nemen bij de inter-rater betrouwbaarheid. Doordat in deze periode geen schoolvakanties of feestdagen vallen is ook aannemelijk dat de verdeling tussen huisbezoek en CB bezoek gelijk verdeeld zal zijn. Zowel de verpleegkundige als de ouder werd gevraagd na afloop van het 18 mnd contactmoment (zowel HB als verlengd CB) via een link op de GGD website een daarvoor bestemde online vragenlijst in te vullen. Wanneer er geen toegang was tot internet kon een papieren versie gebruikt worden. Bij een oud

Snel naar

Kenmerken

  • Projectnummer:
    157001009
  • Looptijd: 100%
    Looptijd: 100 %
    2007
    2010
  • Gerelateerde programma's:
  • Projectleider en penvoerder:
    Dr. H.F. van Stel
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Universitair Medisch Centrum Utrecht