Valrisico in beeld: uniforme werkwijze voor benzodiazepinegebruikers
Aanleiding
Ouderen lopen een verhoogd risico op vallen. Een val kan leiden tot letsel, verlies van zelfstandigheid en ziekenhuisopname. Medicatie is hierbij een belangrijke, maar nog onderbenutte risicofactor. Vooral benzodiazepinen, zoals slaap- en kalmeringsmiddelen, vergroten het valrisico door sufheid, spierzwakte en een vertraagd reactievermogen.
In de regio Gooi en omstreken zijn bij de 38 aangesloten SAGO-apotheken ongeveer 42.000 mensen van 70 jaar en ouder ingeschreven. Een groot deel van hen gebruikt medicatie die het valrisico kan verhogen. Duizenden ouderen gebruiken benzodiazepinen. Apotheken hebben frequent contact met deze doelgroep en beschikken over actuele medicatiegegevens. Daarnaast is in de regio al ervaring opgedaan met leefstijlapotheken en het project Benzomoe.
Op dit moment worden ouderen vaak pas bereikt wanneer er al klachten of incidenten zijn. Daarom is een proactieve aanpak nodig waarbij ouderen met een verhoogd valrisico eerder worden opgespoord en ondersteund.
Doel
Het doel van dit project is het implementeren van een uniforme werkwijze binnen 4 tot 5 SAGO-apotheken om mensen van 70 jaar en ouder die benzodiazepinen gebruiken vroegtijdig te signaleren, kort te screenen op valrisico en waar nodig gericht toe te leiden naar passende vervolgstappen.
Hiermee worden stap 1 (signaleren) en stap 2 (beoordelen van het valrisico) van de ketenaanpak valpreventie versterkt. Daarnaast draagt het project bij aan een betere medicatieveiligheid, met als uiteindelijk doel minder valincidenten en meer zelfstandigheid onder ouderen.
Aanpak
De deelnemende apotheken identificeren de doelgroep via digitale selecties in het apotheekinformatiesysteem.
Centraal in de aanpak staat de introductie van een hybride Very Brief Advice (VBA). Deze bestaat uit 3 geïntegreerde onderdelen:
- Een kort mondeling gesprek aan de balie.
- Schriftelijke informatie, zoals een folder en materialen van Benzomoe.
- Digitale ondersteuning via het patiëntenportaal met gepersonaliseerde informatie.
De digitale component maakt het mogelijk om ook ouderen te bereiken die niet regelmatig in de apotheek komen, bijvoorbeeld doordat zij gebruikmaken van een herhaalservice. Hierdoor kan de doelgroep eerder en consistenter worden geïnformeerd over valrisico en medicatiegebruik.
Wanneer sprake is van een verhoogd risico volgt verwijzing naar een leefstijlpunt of fysiotherapeut voor een valrisicobeoordeling. Indien nodig volgt daarnaast een consult met de apotheker voor een medicatiebeoordeling, afbouwadvies en afstemming met de huisarts.
Apotheekteams worden geschoold in de werkwijze. De implementatie start met een pilot binnen een aantal koploperapotheken. De voortgang wordt gemonitord en besproken tijdens leersessies, zodat de aanpak kan worden verbeterd en geborgd.
Samenwerkingspartners
De SAGO-apotheken werken samen met huisartsen, fysiotherapeuten, leefstijlpunten, leefstijlapothekers en, waar relevant, gemeenten.
Deze samenwerking is belangrijk omdat valpreventie alleen effectief is wanneer signalering, beoordeling en vervolginterventies goed op elkaar aansluiten. Apothekers brengen kennis van medicatiegebruik en een groot bereik onder ouderen in. Huisartsen ondersteunen bij besluiten over medicatieaanpassingen of afbouw. Fysiotherapeuten voeren valrisicobeoordelingen uit en bieden passende interventies.
Door regionale werkafspraken en korte communicatielijnen kunnen ouderen snel en laagdrempelig worden doorgeleid naar passende ondersteuning.
Verwachte resultaten
Naar verwachting worden ouderen met een verhoogd valrisico eerder in beeld gebracht en vaker doorverwezen voor een valrisicobeoordeling en een medicatiecheck.
De concrete resultaten van het project zijn:
- Een regionaal werkprotocol voor signalering en doorverwijzing.
- Praktische hulpmiddelen, waaronder een instructie voor de hybride VBA en een registratiesjabloon.
- Scholingsmateriaal voor apotheekteams.
- Vastgelegde samenwerkingsafspraken met ketenpartners.
Op langere termijn draagt het project naar verwachting bij aan minder valincidenten, een betere medicatieveiligheid en lagere zorgkosten door het voorkomen van valgerelateerd letsel en ziekenhuisopnames.