Veerkracht en zelfregulatie in de operatiekamer: de sleutel tot topprestaties?
Werken op een operatiekamer (OK) is topsport. Elke operatie vraagt om intensieve samenwerking tussen zorgprofessionals in situaties die gekenmerkt worden door hoge druk en intensiteit. Voor goede kwaliteit van zorg en patiëntveiligheid is het belangrijk dat professionals optimaal leren van van zowel wat er fout gaat en wat er goed gaat (Safety-II) op de OK . Daarvoor zijn veerkrachtige zorgprofessionals essentieel.
Doel
De onderzoeksvraag van dit project is daarom: hoe kunnen we veiligheid, zorgkwaliteit en de veerkracht van zorgprofessionals in de OK vergroten?
Werkwijze
Het onderzoek vertrekt vanuit een zelfregulatieperspectief en hanteert een mixed-methodsaanpak. De eerste stap is kwalitatief onderzoek naar hoe leiderschap en zelfregulatie in specifieke situaties de veerkracht in de OK kunnen vergroten. Daarna wordt een kwantitatief dagboekonderzoek uitgevoerd om relaties tussen de geïdentificeerde zelfregulatievaardigheden, leiderschap, prestaties (veiligheid en zorgkwaliteit) en veerkracht inzichtelijk te maken.
Resultaat
Het onderzoek heeft tot nu toe laten zien dat er 3 type situaties zijn waar veerkracht van zorgprofessionals op de OK wordt gevraagd, en waar zelfregulatievaardigheden nodig zijn om mee om te gaan:
- Het gaat dan allereerst om situaties die te maken hebben met de operatie zelf, bijvoorbeeld wanneer er een onverwachte bloeding ontstaat, de operatie niet verloopt zoals verwacht (bijvoorbeeld omdat een tumor lastiger te verwijderen is dan gedacht) en veerkracht gevraagd wordt om plannen aan te passen of zelfs te improviseren.
- Een tweede type situatie heeft te maken met het team. Het kwalitatieve onderzoek heeft laten zien dat de teamsamenstelling en het leiderschap van de chirurg soms veerkracht vraagt, bijvoorbeeld als iemand niet goed bekend is met de rest van het team. Routines en gewoonten kunnen in belangrijke mate een bijdrage leveren aan het werken op de OK maar deze routines zijn sterker naarmate teamleden elkaar beter kennen
en beter op elkaar ingespeeld zijn. Het leiderschapsgedrag van de chirurg speelt daarnaast een belangrijke rol, omdat hij of zij een belangrijke factor is in het creëren van een omgeving waarin goed samengewerkt kan worden en waarin alle teamleden zich durven uit te spreken. - Een derde situatie heeft te maken met de werkomgeving. Veerkracht wordt onder andere gevraagd in situaties waarin er sprake is van de afwezigheid van specifieke materialen of als er problemen zijn met de bemensing. Zo’n situatie kan immers vragen om aanpassingen van bestaande routines en
werkwijzen en vraagt daarmee om veerkracht.
Uit het kwalitatieve onderzoek blijkt dat de volgende zelfregulatievaardigheden een belangrijke rol spelen om verschillende vormen van druk het hoofd te bieden.:
- proactive coping (het visualiseren en voorbereiden op mogelijke situaties)
- attentional focus strategies (strategieën om ook onder druk focus te kunnen houden)
- planningscoping (het vooruit werken, bijvoorbeeld door al instrumenten te halen die
mogelijk nodig zijn)
Aanbevelingen
- Voor alle zorgprofessionals die soms te maken hebben met druk of stressvolle situaties (dus ook buiten de OK), kunnen de geïdentificeerde zelfregulatievaardigheden een belangrijke rol spelen om ook in lastige omstandigheden goed te functioneren. Het delen van welke zelfregulatievaardigheden kunnen helpen, hoe je deze kunt inzetten, en wanneer, kan ervoor zorgen dat zorgprofessionals weerbaarder worden en goed kunnen omgaan met de druk van werken in de zorg.
- Het onderzoek onderstreept het belang van leiderschapsgedrag van chirurgen voor de teamsamenwerking. Meer dan een one-size-fits-all benadering van leiderschapsgedrag, laat het onderzoek zien dat er verschillende manieren zijn om leiderschap in te zetten. Meer aandacht voor leiderschapsgedrag in de opleiding van chirurgen is een belangrijke eerste stap.