Mobiele menu

Veilig slapen en niet roken bij jonge kinderen van allochtone en lage SES-ouders (gesubsidieerd vanuit LLC 2003-2008 + 2009)

Dit samenwerkingsproject van Consument & Veiligheid en Stivoro richt zich op een duidelijke en beperkte (geconcentreerde) boodschap gericht op drie belangrijke veilig slapen-adviezen, waaronder het niet roken bij de baby.

Doel is de kennis te vergroten over die drie belangrijkste adviezen in verband met veilig slapen en wiegendood bij allochtone en lage SES-ouders van kinderen van 0 tot en met 2 jaar om de kans op wiegendood te verkleinen en hen te motiveren tot gedragsverandering.

Binnen het project worden materialen ontwikkeld en onderzoek gedaan naar de participatie van de einddoelgroep bij de ontwikkeling van de materialen en interventiemethoden.

Dit samenwerkingsproject bestaat uit een voorbereidingsfase, een fase van materiaalontwikkeling inclusief een pretest bij de einddoelgroepen. De derde fase beslaat lokale pilotprojecten voor implementatie van de materialen onder intermediairs en einddoelgroep gecombineerd met onderzoek. Het project wordt afgesloten met een fase voor overdracht en bestendiging van resultaten van de pilotprojecten.

Verslagen


Eindverslag

Consument en Veiligheid en STIVORO richtten zich in respectievelijk 'kinderveiligheidscampagne
Veilig Slapen' en 'Roken? Niet waar de kleine bij is' zijdelings op allochtone ouders als doelgroep. Voor lage SES-ouders werd geen specifieke interventie uitgevoerd op het gebied van veilig slapen. Uit literatuur en informatie van intermediairs bleek dat zowel de kennis met betrekking tot meeroken en veilig slapen als ook het gedrag bij allochtone ouders achterbleef. Ook was er een duidelijke
indicatie dat naarmate de SES van de ouders daalt er vaker gerookt wordt in de buurt van kleine kinderen. Deze doelgroepen (allochtone en lage-SES ouders) waren binnen de bestaande campagnes moeilijk te benaderen. Met dit samenwerkingsproject werd een specifieke interventie voor deze groepen ontwikkeld en getest in pilotsituaties.

Ter voorbereiding op de materiaalontwikkeling zijn drie focusgroepsgesprekken gevoerd. Eén met Marokkaanse moeders, één met Turkse moeders en één met autochtoonse moeders met lage SES. Hieruit bleek het hierboven beschreven beeld. Een groot verschil tussen de allochtone en de lage SES moeders was dat de laatste groep niet in het onterwerp was geinteresseerd.

Het benaderen van allochtone en lage SES-ouders vereist een
visuele en interactieve presentatie van de informatie in combinatie met het voordoen (modeling) van vaardigheden. Binnen dit project is ervoor gekozen om een duidelijke en beperkte (geconcentreerde) boodschap uit te dragen die is gericht op de drie belangrijkste veilig slapen-adviezen, waaronder het niet roken bij de baby. Het uitgangspunt hierbij was dat de materialen geschikt zouden zijn voor zowel lage SES als anderstalige ouders.

Om de materialen te pretesten in de praktijk is samenwerking gezocht en gevonden bij de kraamzorg, JGZ en VETC in Roermond en Amsterdam. De pilot is gestart met een bijeenkomst in beide steden. Hierbij zijn de wensen van de intermediairs omtrent dit onderwerp in kaart gebracht.

In 2007 hebben de intermediairs voorlichting gegeven met behulp van de beschikbaar gestelde materialen. Een en ander is omgeven door een effectevaluatie die is opgezet en uitgevoerd door Ipso Facto en Colourview.

Op grond van gesprekken met de intermediairs bleek dat behoefte bestond aan ondersteuning bij interculturele communicatie. Hiervoor is een methodiek bestaande uit een dvd en een handleiding ontwikkeld. De methodiek is in oktober 2007 onder kraamverzorgenden en jgz-verpleegkundigen gepretest. Hieruit bleek onder meer dat beide groepen verschillend zijn op voor de methodiek cruciale punten, waardoor deze methodiek niet voor beiden geschikt is.

STIVORO en CenV zijn beide van plan een vervolg te geven aan het project.

Het project "Veilig Slapen en niet Roken" bevindt zich 12 maanden na de start nog in de voorbereidingsfase. Deze fase heeft langer geduurd dan beoogd. Veel tijd is geinvesteerd in het opzetten van een goede projectorganisatie tussen de twee organisaties en het zoeken van lokale samenwerkingspartners. De looptijd van het project wordt met zes maanden verlengd. De voorbereidingsfase is nu afgerond en in Amsterdam en Roermond wordt gestart met de volgende fase: materiaalontwikkeling.
Het project heeft aanloopproblemen gehad. We hebben in dit voortgangsverslag geprobeerd hieruit leerpunten te trekken. We verwachten het project met een langere doorlooptijd te realiseren.

Onderwerpen

Kenmerken

Projectnummer:
66500001
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2005
2007
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Drs. S.B.N. van Eck
Verantwoordelijke organisatie:
Stichting VeiligheidNL