Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Vergroten van onderzoeksrijpheid binnen een poliklinische Jeugd GGZ-instelling: samen naar meer evidentie voor psychotraumazorg

De zorg voor patiënten met traumagerelateerde klachten kan door samenwerking van zorgverleners en onderzoekers verbeterd worden. In dit project wordt gebruik gemaakt van “evidence-based practice” (EBP), waarbij wetenschappelijke kennis in de praktijk gebruikt wordt. Door gestructureerd gebruik van meetinstrumenten wordt meer informatie bekend over de patiënt en de effectiviteit van de behandeling. Dit heeft invloed op bijvoorbeeld de behandeling en de kwaliteit van de zorg. Om de onderzoeksrijpheid en de onderzoeksbereidheid van de betrokkenen te verhogen worden informatiebijeenkomsten op de betreffende afdelingen gehouden over  wetenschappelijk onderzoek, meetinstrumenten en het invoeren van geprotocolleerde behandelingen. Ook worden behandelprocedures ontwikkeld waarin behandelingen en metingen opgenomen zijn. Een onderzoeksassistent gaat onder andere de afname van vragenlijsten coördineren en interviews afnemen. Aan het eind van dit project zal een eerste stap genomen zijn in de verbetering van de zorg. Er wordt volgens protocol gewerkt en er zal een basis gelegd zijn voor vervolgonderzoek. De resultaten worden verder verspreid naar andere zorglijnen.

Verslagen


Eindverslag

Doel, methode en uitvoeringsproces:
Het doel van het huidige project was de verbetering van de zorg voor patiënten met traumagerelateerde klachten door middel van het principe “evidence-based practice” (EBP). Dit houdt in dat wij de onderzoeksrijpheid van de kinder-en jeugdpsychiatrie AMC-de Bascule en de onderzoeksbereidheid van zorgverleners wilden vergroten op drie zorglijnen. Sinds december 2010 hebben wij verschillende stappen ondernomen om ‘evidence based practice’ op het gebied van traumazorg te bevorderen op deze zorglijnen.
1. Een onderzoeksassistent/psycholoog werd aangenomen om het project vorm te geven, te introduceren bij de medewerkers en de praktische werkzaamheden te verrichten. Ook was zij het aanspreekpunt voor de medewerkers en signaleerde zij knelpunten die het verloop van het project in de weg konden staan.
2. Er werd een geprotocolleerd diagnostisch pakket ontwikkeld voor verdiepende traumadiagnostiek.
3. In samenwerking met alle betrokken partijen werden procedures opgesteld waarin het gestructureerd gebruik van meetinstrumenten en de werkwijze rondom het diagnostisch onderzoek werd vastgelegd. Dit werd zo goed mogelijk afgestemd op de wensen, behoeftes en visie van de betreffende afdeling en besproken met de medewerkers.
4. Het doel van het project werd uitgelegd in de teambijeenkomsten, het belang van voor- en nametingen besproken en het gebruik en belang van meetinstrumenten (diagnostiek) toegelicht.
5. De onderzoeksassistent verrichtte verdiepende traumadiagnostiek bij kinderen/jongeren tussen 8 en 18 jaar, op aanvraag van de behandelaar of betrokken maatschappelijk werker. Hierbij werd gebruik gemaakt van gestructureerde interviews en vragenlijsten. De resultaten, conclusie en het behandeladvies werd door de onderzoeksassistent terug gekoppeld aan de cliënt en de behandelaar.
6. Het gebruik van geprotocolleerde traumabehandelingen die de status ‘evidence based’ hebben (EMDR/TG-CGT) werd bevorderd; door het in kaart brengen van medewerkers die hiervoor opgeleid zijn en het benadrukken van de supervisie/intervisie mogelijkheden.
7. De onderzoeksbereidheid van de medewerkers werd na afloop van het project in kaart gebracht aan de hand van een enquête.
8. De ervaringen en bevindingen van dit project zijn in een bijeenkomst teruggekoppeld aan het management en de medewerkers van de afdelingen. Bascule breed zijn de resultaten verspreid door middel van publicatie op intranet, in Binnenste Buiten (Bascule tijdschrift) en in de researchvergadering van het onderzoeksteam.

Resultaten:
Het gebruik van twee geprotocolleerde en evidence based behandelingen (EMDR/TG-CGT) inclusief het volgen van training en het gebruik van supervisie en intervisie mogelijkheden is in kaart gebracht, benadrukt en gegroeid. Inmiddels zijn meerdere behandelaren geschoold in Eyemovement desensitization and reprocessing (EMDR) en/of Traumagerichte cognitieve gedragstherapie (TG-CGT) en zijn er mogelijkheden voor supervisie en intervisie.
Dit project heeft bijgedragen aan het in kaart brengen van de kinderen en het gebruik van de diagnostiek bij deze doelgroep. Wat betreft behandeladvies bleken enkele van de kinderen met PTSS-klachten nog niet toe te zijn aan een kortdurende specifieke traumabehandeling, zoals EMDR of TG-CGT. Hier leek een stabilisatiefase nodig, waarbij gewerkt kan worden aan het opbouwen van veiligheid en de benodigde vaardigheden om de traumaverwerking te kunnen dragen.

Conclusie en vervolg
De basis is nu gelegd om kinderen met traumaklachten snel in kaart te brengen met behulp van verdiepende diagnostiek. Daaropvolgend kan een geprotocolleerde behandeling aangeboden worden. Ook zijn de knelpunten bij het bevorderen van EBP op deze zorglijnen duidelijker geworden. Voor de toekomst zijn er verschillende plannen gemaakt: er zal gewerkt worden aan de ontwikkeling van een stabilisatieprogramma om getraumatiseerde kinderen beter te kunnen begeleiden. Ook zijn er concrete plannen gemaakt om een werkgroep op te r

Het doel van het huidige project is de verbetering van de zorg voor patiënten met traumagerelateerde klachten door middel van het principe “evidence-based practice” (EBP). Dit houdt in dat de onderzoeksrijpheid van de kinder- en jeugdpsychiatrie de Bascule en de onderzoeksbereidheid van zorgverleners toegenomen zal zijn.
De zorglijnen Forensische Jeugdpsychiatrie (FJP), Therapeutische Pleegzorg (TGV) en Psychiatrische Gezinsbehandeling (PGB) van de Divisie Gezin & Gezag van de Bascule werken in dit project samen met de divisie Onderzoek, Onderwijs, Opleiding en Ontwikkeling (O4) en de onderzoeksafdeling Kinder- en Jeugdpsychiatrie van het AMC om bovengenoemde doelen te bereiken. Sinds december jl. zijn verschillende stappen ondernomen om een basis te leggen voor het gestructureerd gebruiken van meetinstrumenten en het geprotocolleerd behandelen van traumaklachten binnen deze zorglijnen.
Ten eerste zijn voor EBP procedures noodzakelijk waarin het gestructureerd gebruik van meetinstrumenten is opgenomen. De onderzoeksassistent, speciaal aangenomen voor dit project, heeft de wensen en ideeën met betrekking tot dit onderwerp van alle betrokken partijen in kaart gebracht: van het hoofd van Divisie Gezin & Gezag tot de zorglijnhoofden en teamleden van de poliklinieken. Op basis hiervan werd een conceptversie van de procedure opgesteld en een uitgebreider stappenplan gemaakt. De werkwijze van de drie zorglijnen bleken ver uit elkaar te liggen. Daarom werd besloten om het project in alle teams apart te bespreken, in plaats van een algemene informatiebijeenkomst. In samenspraak met de teamleden (behandelaren, psychiaters, maatschappelijk werkers) van de verschillende zorglijnen zijn de uiteindelijke procedures opgesteld. In deze procedures staat beschreven op welke indicatie een behandelaar of intaker traumadiagnostiek aan kan vragen en welke stappen vervolgens genomen dienen te worden (zie voorbeeld in bijlage 2). Tijdens de teambijeenkomsten werd verder het doel van het project uitgelegd, het belang van voor en nametingen besproken en de meetinstrumenten toegelicht.
Op dit moment is er een begin gemaakt met het implementeren van de procedures op de verschillende zorglijnen. Traumadiagnostiek wordt aangevraagd bij de onderzoeksassistent die metingen uitvoert en binnen 3 á 4 weken na het aanvragen van de diagnostiek resultaten terug koppelt.
Ten tweede zijn voor EBP procedures noodzakelijk waarin het implementeren van geprotocolleerde behandelingen, die de status evidence-based hebben, is vastgelegd.
Op de drie zorglijnen zijn inmiddels meerdere behandelaren geschoold in Eyemovement desensitization and reprocessing (EMDR) en/of Traumagerichte cognitieve gedragstherapie (TG-CGT). Op dit moment wordt er gedetailleerd in kaart gebracht welke behandelaren binnen de drie zorglijnen EMDR/TG-CGT geschoold zijn en welke behandelaren wel of niet aan supervisie/intervisiegroepen deelnemen. Binnen de Bascule is het voor zowel EMDR als ook TG-CGT behandelaren mogelijk om aan supervisie- en intervisie bijeenkomsten deel te nemen. De supervisie voor TG-CGT vindt plaats via conference calls. Vanaf het najaar zal er ook Nederlandse supervisie beschikbaar zijn voor TG-CGT, om de bereidheid regelmatig aan supervisiebijeenkomsten deel te nemen te vergroten. Op korte termijn wordt een bijeenkomst gepland met de aandachtsfunctionarissen Trauma van de drie betreffende zorglijnen en de coördinator van het Traumacentrum. In deze bijeenkomst zal besproken worden hoe het staat met de supervisie/intervisiegroepen en of dit meer benadrukt moet worden. Ook zal hier besproken worden hoe de behandelintegriteit bevordert kan worden. Er zijn inmiddels checklisten opgesteld voor zowel EMDR als TG-CGT als ondersteuning bij het geprotocolleerd behandelen (zie bijlage 3). Deze checklisten zullen besproken worden en vervolgens verspreid worden onder de behandelaren.

De basis is nu gelegd om kinderen met traumaklachten snel in kaart te brengen met behulp van verdiepende

Snel naar

Kenmerken

  • Projectnummer:
    157030017
  • Looptijd: 100%
    Looptijd: 100 %
    2010
    2011
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    Prof. dr. R.J.L. Lindauer
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Amsterdam UMC - locatie AMC