Vitamine D-deficiëntie bij niet-westerse allochtonen: behandeling met vitamine D3 of ultraviolet licht
Vitamine D deficientie komt in Nederland vaak voor bij niet-westerse allochtonen. Dit kan besteden worden door zonlicht en door suppletie van vitamine D3.
Doel
Drie behandelingen zijn vergeleken op: serum 25-hydroxyvitamine D (25 OHD); PTH; spierkracht; spierklachten en welzijn:
- blootstelling aan zonlicht
- vitamine D3 suppletie 1dd 800IE
- vitamine D3 suppletie 1 maal per 3 maanden 100.000 IE
Resultaten
- De resultaten laten zien dat vitamine D suppletie veel effectiever is dan zonlicht, voor de behandeling van vitamine D deficiëntie. Suppletie is noodzakelijk voor de behandeling van vitamine D deficiëntie bij niet-westerse allochtonen.
- Er is geen relatie gevonden tussen serum 25-OHD concentraties en de uitkomstmaten physical performance, functionele beperkingen en pijn. Dat is waarschijnlijk te verklaren door de methodologische beperkingen van dit onderzoek.
- Preventie van vitamine D deficiëntie is zinvol. Daartoe is onderzoek nodig naar mogelijkheden om vitamine D aan voedingsmiddelen toe te voegen.
Verslagen
Eindverslag
Vraagstelling
1. Wat is het verschil in effect van zonlicht, vitamine D3 1dd 800IE of 1 maal per 3 maanden 100.000 IE op vitamine D status (serum 25-OHD), en serum PTH concentraties (secundaire hyperparathyreoidie) bij niet-westerse allochtonen met vitamine D gebrek?
2. Wat is het verschil in effect van deze behandelingen op spierkracht en mobiliteit?
Methode(n)
Gerandomiseerde klinische trial waarbij de bovengenoemde 3 behandelingen met elkaar zijn vergeleken op de volgende uitkomstmaten: Serum 25-OHD, PTH, spierkracht (Takei TKK 5001, Hoggan MicroFEt, Chairtest), spierklachten en welzijn (aan de hand van een vragenlijst).
Aan dit onderzoek hebben 10 huisartsenpraktijken en de polikliniek inwendige geneeskunde van het VUmc meegewerkt. Deze hebben 231 patiënten ingesloten in het onderzoek. In 2004-2005 zijn 27 patiënten in het onderzoek ingesloten en behandeld, in 2005-2006 waren dit 204 patiënten. De actieve behandelperiode was 6 maanden, en 12 maanden na de start van het onderzoek heeft nog een follow-up meting plaatsgevonden. Metingen vonden plaats op baseline en na 3, 6 en 12 maanden. Selectie vond plaats op basis van een eerdere meting van de 25-hydroxyvitamine D-spiegel.
Resultaten/nieuwe inzichten
Data van 211 deelnemers (53 mannen, 158 vrouwen) waren bruikbaar voor intention-to-treat analyse. De baseline serum 25-OHD van 58 deelnemers was > 25 nmol/l, terwijl bij screening de serum 25(OH)D < 25nmol/l was.Deze deelnemers zijn geïncludeerd voor de intention-to-treat analyse, maar geëxcludeerd voor de per-protocol analyse.
De gemiddelde leeftijd [SD] van de 211 deelnemers was 41.3 [11.6] jaar, gemiddelde BMI was 28.7 [6.2] kg/m2. Bij ruim 30% van de deelnemers bestond obesitas (> 30 kg/m2). Daarnaast duiden de baseline gegevens op een lage sociaal-economische status van de onderzoekspopulatie: 63.8% had geen betaalde baan, 53.4% had geen onderwijs of alleen lager onderwijs genoten.
De gemiddelde serum 25-OHD concentratie aan het begin was 22.5 [11.1] nmol/l en 31 (14.7%) deelnemers hadden een serum 25-OHD concentratie van 12.5 nmol/l of lager. De gemiddelde PTH concentratie was 9.6 [4.6] pmol/l. Bij 55 personen (26.1%) werd een PTH concentratie boven de 11 pmol/l waargenomen (upper reference limit) en was er zeker sprake van secundaire hyperparathyreoidie. De drie interventiegroepen waren vergelijkbaar wat betreft demografische en prognostische kenmerken. Deelnemers van wie geen bloedmonster aanwezig was (of wiens bloedmonster insufficiënt was), waren voornamelijk gerandomiseerd in de zon-groep (p=0.003). De serum calciumspiegel was lager bij deelnemers met ernstig vitamine D-gebrek dan bij personen met relatief iets betere vitamine D-status.
Na behandeling werden significant hogere serum 25-OHD concentraties geobserveerd in beide vitamine D-suppletiegroepen (800 IE en 100.000 IE) vergeleken met de zongroep (gecorrigeerd voor geslacht, leeftijd, BMI (p< 0.001). Serum PTH concentraties waren lager in beide suppletiegroepen dan in de zongroep (gecorrigeerd voor baseline 25-OHD, geslacht, leeftijd en BMI (p= 0.023). De alkalische fosfatase spiegel daalde na behandeling, vooral bij personen met een lage baseline serum 25(OH)D (< 15 nmol/l). De verhoogde alkalische fosfatasespiegel kan passen bij beginnende osteomalacie (Engelse ziekte).
Hoewel de actieve behandelperiode 6 maanden duurde, nam de serumspiegel van 25-OHD niet verder toe na 3 maanden. Daarnaast namen de PTH concentraties weer toe na 3 maanden. Dit kan duiden op een relatief te lage vitamine D3 suppletie. Doordat dit patroon in beide suppletiegroepen werd waargenomen en de 100.00IE onder toezicht is ingenomen, veronderstellen wij dat er geen compliance probleem is opgetreden.
Er zijn inconsequenties geobserveerd in de klinische resultaten (physical performance, functionele beperkingen en pijn). Deze inconsequenties kunnen deels worden verklaard door de methodologische beperkingen van dit onderzoek.
Conclusies
De resultaten van deze randomiz