Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Voorgoed thuis in een nieuw gezin: onderzoek naar het functioneren van volwassen Nederlands geadopteerden en hun adoptieouders en hun beleving van afstand en adoptie (werktitel voor het project)

In het regeerakkoord van kabinet Balkenende IV werd binnenlandse adoptie als mogelijk alternatief voor abortus geopperd. Daarop volgde een discussie van voor- en tegenstanders van dit alternatief. Er was destijds geen onderzoek beschikbaar om een besluit op te baseren. Daarom werd het onderzoeksprogramma Verkenning abortushulpverlening gestart. Zodat er meer zicht komt op de lange termijn gevolgen van abortus, afstand doen ter adoptie en binnenlandse adoptie. In dit project wordt het functioneren en welbevinden van Nederlands geadopteerden onderzocht. Ook hun familierelaties en de rol van het geadopteerd zijn worden onder de loep genomen. Daarvoor worden geadopteerden en hun adoptieouders bevraagd. De gegevens worden waar mogelijk vergeleken met gegevens van de algemene bevolking en/of van interlandelijk geadopteerden.

Verslagen


Eindverslag

In het regeerakkoord van het kabinet Balkenende IV (2007-2010) werd over binnenlandse adoptie gesproken als mogelijk alternatief voor abortus provocatus. Daarop volgde een discussie van voor- en tegenstanders die niet afgemaakt kon worden omdat er geen onderzoek voorhanden was om een besluit op te baseren. Daarom werd een onderzoeksprogramma gestart om meer zicht te krijgen op de lange-termijn gevolgen van abortus, afstand ter adoptie en binnenlandse adoptie. Het laatste onderwerp staat centraal in dit project: we onderzochten het functioneren en welbevinden van Nederlands geadopteerde jongvolwassenen en hun ouders, hun familierelaties en de rol van het geadopteerd zijn. Daarvoor hebben we in 2010 97 adoptieouders en 79 geadopteerden geïnterviewd. Het welbevinden en sociaal functioneren van binnenlands geadopteerde vrouwen en van adoptieouders is grotendeels vergelijkbaar met gegevens uit de algemene bevolking. Echter, binnenlands geadopteerde mannen lijken vaker problemen met emoties en (met name) gedrag te hebben dan mannen uit de algemene bevolking. Bij meer negatieve gevoelens over het afgestaan en geadopteerd zijn is het psychisch welbevinden ook vaak minder. Het contact tussen binnenlands geadopteerden en adoptieouders is minstens net zo vaak en bijna net zo goed als tussen ouders en niet-geadopteerde kinderen. En bijna alle adoptieouders zijn (zeer) tevreden over verschillende aspecten van de adoptie.

Het onderzoek naar Binnenlandse Adoptie in Nederland richt zich op het systematisch in kaart brengen van de gevolgen van afstand en adoptie voor jongvolwassen binnen Nederland geadopteerden en hun adoptieouders. Het onderzoek heeft als hoofddoelen de vaststelling van:
1. Socio-demografische kenmerken, inclusief het onderhouden van familiebanden
2. Psychisch welbevinden
3. De rol van adoptie- en afstandsgerelateerde factoren

Na een verkennende pilotstudie is er in oktober 2009 gestart met het hoofdonderzoek.

Via het Ministerie van Justitie heeft er een dossieronderzoek plaatsgevonden om een totaalbeeld van tussen 1980 en 1989 geboren niet-biologisch verwante binnenlands geadopteerden te krijgen. Hiervoor zijn 949 dossiers onderzocht en bleken 576 geadopteerden te voldoen aan de inclusiecriteria.

De gemiddelde leeftijd van de geadopteerden bleek 26 jaar (20-30 jaar) en die van de adoptieouders 59 jaar (moeders) en 61 jaar (vaders; 47-81 jaar). Gemiddeld werden de geadopteerden 4,5 maand na hun geboorte in het adoptiegezin geplaatst(0-40 maanden) en vond de formele adoptie plaats na gemiddeld 2,5 jaar (1-7 jaar). Als we kijken naar de spreiding van adopties naar provincie dan blijkt de top 4 van provincies met de meeste binnenlandse adopties: 1.Zuid Holland (20.5%); 2. Gelderland (14.2%); 3/4. Noord-Brabant (14.1%); en 3/4. Noord Holland (14.1%). De top 4 van provincies met relatief de meeste binnenlandse adopties zijn: 1.Zuid Limburg (0.054% van levend geborenen); 2. Zeeland (0.038%); 3. Groningen (0.037%); en 4. Gelderland (0.036).

Vervolgens is er een a-selecte steekproef van 262 adoptiegezinnen getrokken en zijn via het Ministerie van Justitie de oude adresgegevens bij meer dan 200 Gemeentelijke Basis Administraties geactualiseerd. Uiteindelijk konden 239 adoptieouders aangeschreven worden via het Ministerie en zijn nog eens 128 ouders aangeschreven die na 2 maanden nog niet gereageerd hadden. De geadopteerden zijn via de ouders benaderd.

Van de 234 ouders die deel konden nemen hebben tot nu toe 97 ouders meegewerkt aan het onderzoek (41.5%). In alle gezinnen nemen zowel vader als moeder, zover aanwezig, deel aan het onderzoek. Van alle deelnemende ouders heeft 91.9% van hun kinderen die deel konden nemen tot nu toe meegewerkt (n=79) Van de 223 benaderbare geadopteerden heeft tot nu toe 35.4% meegewerkt. Ter vergelijking, in het Nederlandse onderzoek naar jongvolwassen internationaal geadopteerden doet 50% van de oorspronkelijke geadopteerden mee en 35% van de adoptieouders.

Relatief werkten minder geadopteerde mannen mee aan het onderzoek (37.1% i.p.v 51.9%). Echter deze onderrepresentatie komt overeen met vergelijkingsstudies van jongvolwassen internationaal geadopteerden en niet-geadopteerden. Wat betreft de leeftijd van geadopteerden en hun adoptieouders, tijd tussen geboorte en plaatsing in gezin en formele adoptie, en de provincie ten tijde van de adoptie waren er geen significante verschillen tussen de totale steekproef en de deelnemende gezinnen.

Alle deelnemers hebben gestandaardiseerde vragenlijsten ingevuld en zijn thuis geïnterviewd door getrainde onderzoeksmedewerkers.

Tot nu toe zijn gegevens van 62 geadopteerden onderzocht. Leeftijd, opleidingsniveau, geslacht, en het hebben van kinderen was onder binnenlands geadopteerden vergelijkbaar met internationaal geadopteerden en niet-geadopteerden. Geadopteerden zijn vaker niet meer thuiswonend.

Alhoewel uit internationaal onderzoek blijkt dat binnenlands geadopteerden (BA) meer problemen met emoties en gedrag hebben dan internationaal geadopteerden (IA) en jongvolwassenen uit de algemene bevolking (AB), blijkt uit de eerste voorlopige resultaten hier geen bewijs voor. Als we kijken naar gemiddelde probleemscores dan blijken vrouwelijke BA zelfs minder problemen te ervaren dan IA, met name voor emotionele problemen, zoals angst en somberheid.

Binnenlands geadopteerde mannen verschillen niet significant in de mate van problemen met emoties en gedrag van IA e

Snel naar

Kenmerken

  • Projectnummer:
    127000001
  • Looptijd: 100%
    Looptijd: 100 %
    2008
    2011
  • Gerelateerde programma's:
  • Gerelateerde subsidieronde:
  • Projectleider en penvoerder:
    Dr. J.G. Vinke
  • Verantwoordelijke organisatie:
    Universiteit Leiden