ZIN-samen: Zinvolle Samenwerking tussen Geestelijk Verzorgers en Vrijwilligers Levensvragen
Vragen over zingeving waren van oudsher vooral voorbehouden aan geloofsgemeenschappen. Afnemende religieuze betrokkenheid vraagt om een andere aanpak. In het zuiden van Nederland was door netwerken palliatieve zorg en Centra voor Levensvragen al ervaring opgedaan met vrijwilligers levensvragen, naast de inzet van geestelijk verzorgers. Een inhoudelijk en organisatorisch kader voor welke ondersteuner bij welke vraag past, ontbrak echter. Ook ontbrak een onderbouwde standaard voor de waarden en competenties van vrijwilligers levensvragen.
Doel
Het project richtte zich op het ontwikkelen van een integraal en afgestemd aanbod van geestelijke zorg in de thuissituatie door geestelijk verzorgers en vrijwilligers levensvragen, voor mensen in de palliatieve fase en hun naasten en voor vijftigplussers. Daarbij werd onderzocht welke competenties vrijwilligers nodig hebben, hoe geestelijk verzorgers en vrijwilligers goed kunnen samenwerken en hoe een hulpvraag kan worden geleid naar de juiste ondersteuner.
Aanpak/werkwijze
Het project gebruikte participatief actieonderzoek. In 4 regionale actieonderzoeksgroepen brachten de onderzoeker en co-onderzoekers eerst de bestaande situatie, knelpunten en gewenste situatie in kaart. Dit gebeurde onder andere door dialoog, deskresearch, reflectie en regionale activiteiten. Vervolgens is een start gemaakt met het bepalen van onderzoeksthema’s en activiteiten voor de ontwikkelfase. De 4 actieonderzoeksgroepen deelden hun kennis en ervaringen in een Community of Practice.
Samenwerkingspartners
Hogeschool Rotterdam werkte samen met 4 regionale actieonderzoeksgroepen: Netwerk Palliatieve Zorg & Centrum voor Levensvragen Midden-Limburg, Netwerk Palliatieve Zorg Regio Noordoost Brabant: Oss-Uden-Veghel en ’s-Hertogenbosch-Bommelerwaard, Netwerk Palliatieve Zorg Stadsgewest Breda & ZINVOL Centrum voor Levensvragen en Netwerk Palliatieve Zorg & Centrum voor Levensvragen Westelijke Mijnstreek. Binnen de actieonderzoeksgroepen waren onder andere geestelijk verzorgers, vrijwilligers en netwerkcoördinatoren betrokken.
Resultaten
In de eerste fasen van het project hebben de 4 actieonderzoeksgroepen hun uitgangssituatie, knelpunten en gewenste situatie in kaart gebracht. De Centra voor Levensvragen bleken sterk van elkaar te verschillen in voorgeschiedenis, organisatiestructuur en werkwijze.
Tegelijkertijd kwamen verschillende gezamenlijke vraagstukken naar voren. Zo was er behoefte aan:
- een helder profiel en duidelijke competenties voor vrijwilligers levensvragen
- betere samenwerking tussen geestelijk verzorgers en vrijwilligers
- een kader voor de toeleiding van hulpvragen: wanneer, hoe en wie zet je in, een geestelijk verzorger en/of een vrijwilliger
- passende scholing voor vrijwilligers
- een goede positie en inzet van vrijwilligers binnen de Centra voor Levensvragen
In alle 4 de regio’s ontbrak een kader, procedure of handvat dat duidelijk maakte wanneer en welke ondersteuner bij een bepaalde hulpvraag moest worden ingezet. Ook verschilde de samenwerking tussen geestelijk verzorgers en vrijwilligers sterk per regio.
Het project is na afronding van de eerste 2 fasen vroegtijdig beëindigd. Hierdoor zijn de voorgenomen ontwikkel-, actie- en evaluatiefasen niet volledig uitgevoerd. De belangrijkste opbrengst is daarom de tussenrapportage waarin de uitgangssituatie, knelpunten, gewenste situatie en beoogde onderzoeksthema’s voor de 4 regio’s zijn beschreven.
Producten
Link: https://www.zonmw.nl/sites/zonmw/files/2026-08/DEF_1febr21_Tussenrapportage-ZIN-samen_2021-02-01_21-00.pdf