Useful and cost-effective workup in chronic polyneuropathy

Polyneuropathie is een ziekte waarbij de zenuwen in de armen en benen niet goed werken. Daardoor kunnen mensen last krijgen van tintelingen, pijn of een doof gevoel. In Nederland hebben meer dan 300.000 mensen deze aandoening, en elk jaar krijgen ruim 14.000 mensen de diagnose erbij.

Om goede zorg te kunnen geven, is het belangrijk om snel te weten wat de oorzaak is. In dit onderzoek is gekeken welke bloedtesten en wanneer zenuwtesten (EMG) echt nodig zijn om de ziekte vast te stellen. Aan het onderzoek deden 1.200 patiënten mee, van wie 512 polyneuropathie hadden. Uit de resultaten blijkt dat minder bloedtesten vaak genoeg zijn voor een betrouwbare diagnose. Een kleine set testen, waaronder glucose, HbA1c, vitamine B1, B12 en M-proteïne, gaf voldoende informatie en was niet duurder.

Met een eenvoudig rekenmodel konden artsen ook goed bepalen wanneer een EMG echt nodig was. Hierdoor konden 70% minder EMG’s worden gedaan, zonder dat belangrijke diagnoses werden gemist.

Kennisagenda

Dit onderzoek sluit aan op de kennisagenda Neurologie

Richtlijn

Bekijk de bijbehorende richtlijnen in de FMS Richtlijnendatabase Laboratoriumonderzoek zonder alarmsymptomen bij polyneuropathie, Stroomdiagram diagnostiek polyneuropathie en Indicatie EMG bij polyneuropathie

Inclusiemonitor - Voortgang deelnemende patiënten

Bekijk de voortgang van het aantal deelnemende patiënten (inclusies) aan deze studie.

Verslagen


Eindverslag

In Nederland hebben meer dan 300.000 mensen polyneuropathie en elk jaar wordt deze aandoening bij ruim 14.000 nieuwe patiënten vastgesteld. Het vinden van de oorzaak is belangrijk snel te kunnen beginnen met behandeling. De Nederlandse Richtlijn Polyneuropathie 2019 geeft aanbevelingen voor het verrichten van uitgebreid bloedonderzoek en zenuwgeleidingsonderzoek (EMG). 

In dit vroege zorgevaluatieonderzoek is onderzocht of en welke bloedonderzoeken zinnig zijn en wanneer EMG moet plaats vinden voor het stellen van de juiste diagnose. De studie omvatte 1200 patiënten die naar de neuroloog waren verwezen voor evaluatie van klachten in de ledematen die zouden kunnen passen bij polyneuropathie. De daadwerkelijke diagnostiek van de neuroloog is vergeleken met de diagnostiek die door neurologen in het studiepanel werd voorgesteld, om te bepalen of de juiste diagnose gesteld kon worden met een aangepaste methode van minder standaardtesten. Daarnaast is gekeken naar medische zorg- en patiëntgerelateerde kosten, invloed op behandeling en beleid, en voor- en nadelen voor de patiënt. Verder is onderzocht of op basis van neurologische kenmerken een EMG-predictiemodel ontwikkeld kon worden, waarmee betrouwbaar vastgesteld kan worden wanneer een EMG noodzakelijk is of niet. 

Van de 1200 geïncludeerde patiënten had de neuroloog bij 512 patiënten de diagnose polyneuropathie gesteld. Voor het zorgevaluatieonderzoek werd van 392 patiënten met polyneuropathie de diagnostiek  van de neuroloog vergeleken met de diagnostiek zoals voorgesteld door de panelneurologen. Een diagnostisch traject met minder onderzoek bleek even betrouwbaar om de diagnose polyneuropathie en de onderliggende oorzaak vast te stellen. Alleen het verrichten van een minimale beperkte set bloedtesten bestaande uit glucose, HbA1c, vitamine B1, vitamine B12 en M-proteïne leverde nieuwe diagnoses op. Deze minimale beperkte set was even kosteneffectief als de huidige uitgebreide set van bloedtesten in de richtlijn Polyneuropathie, ongeacht of de patiënt bekend al bekend was met een risicofactor voor polyneuropathie. Het was mogelijk om een EMG-predictiemodel op te stellen en te valideren waarmee betrouwbaar beoordeeld kon worden dat het EMG zinvol was en niet achterwege gelaten kon worden. Bij de validatie van het EMG predictiemodel werd beduiden minder vaak EMG aangevraagd (70% reductie in aantal) en werden er geen patiënten met een immuungemedieerde demyeliniserende polyneuropathie gemist.

Kenmerken

Projectnummer:
10330022010005
Looptijd: 100%
2020
2025
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
dr. A.F.J.E. Vrancken
Verantwoordelijke organisatie:
Universitair Medisch Centrum Utrecht