Effectiveness of an intra-articular corticosteroid injection versus an intra-muscular gluteal corticosteroid injection for knee osteoarthritis in general practice: a multicenter randomized, 24 weeks comparative parallel-group trial
Effectiviteit van corticosteroïd injectie ten opzichte van geen injectie
Huisartsen behandelen veel patiënten met knieartrose.
Doel
Deze studie onderzocht de effectiviteit van een corticosteroïdinjectie in het kniegewricht (volgens de richtlijn) ten opzichte van een corticosteroïd injectie in de bilspier (experimenteel).
Werkwijze: 2 verschillende behandelgroepen
Hiervoor wezen we minimaal 140 patiënten met knieartrose met behulp van loting toe aan 2 behandelgroepen:
- corticosteroïd injectie in het kniegewricht
- corticosteroïd injectie in de bil
De uitkomst is de ernst van de kniepijn op 4 weken na de beginmeting. De patiënten werden 24 weken vervolgd om ook het langer termijn effect in kaart te brengen.
Resultaten
Op basis van de 145 geïncludeerde patiënten met knieartrose in de eerstelijn en de 24 weken follow-up kunnen we concluderen dat beide behandelingen een klinisch relevant effect hadden, tot 12 weken na de injectie. Op geen van de meetmomenten was er een statistisch significant, noch een klinisch relevant verschil in de klinische uitkomstmaten tussen beide behandelingen.
Echter kunnen we niet uitsluiten dat voor sommige patiënten de intramusculaire injectie 4 weken na de injectie (primaire uitkomstmaat) minder effectief was dan de intra-articulaire injectie. Gezien de kleine en niet-significante verschillen in bijwerkingen en klinische uitkomstmaten tussen de behandeling, de non-inferiority na 8 en 24 weken (secundaire uitkomstmaten) en het hoge aantal deelnemers met een voorkeur voor de intramusculaire injectie (48% vs. 18%) lijkt de intramusculaire injectie met corticosteroïden een behandeling die door huisartsen, in overleg met de patiënt, zou kunnen worden overwogen bij pijnklachten door knieartrose.
Verslagen
Eindverslag
Op basis van de 145 geïncludeerde patiënten met knieartrose in de eerstelijn en de 24 weken follow-up kunnen we concluderen dat beide behandelingen een klinisch relevant effect hadden, tot 12 weken na de injectie. Op geen van de meetmomenten was er een statistisch significant, noch een klinisch relevant verschil in de klinische uitkomstmaten tussen beide behandelingen. Echter kunnen we niet uitsluiten dat voor sommige patiënten de intramusculaire injectie 4 weken na de injectie (primaire uitkomstmaat) minder effectief was dan de intra-articulaire injectie. Gezien de kleine en niet-significante verschillen in bijwerkingen en klinische uitkomstmaten tussen de behandeling, de non-inferiority na 8 en 24 weken (secundaire uitkomstmaten) en het hoge aantal deelnemers met een voorkeur voor de intramusculaire injectie (48% vs. 18%) lijkt de intramusculaire injectie met corticosteroïden een behandeling die door huisartsen, in overleg met de patiënt, zou kunnen worden overwogen bij pijnklachten door knieartrose.
Huisartsen behandelen veel patiënten met knieartrose. Deze studie onderzoekt de effectiviteit van een corticosteroïd injectie in het kniegewricht (volgens de richtlijn) ten opzichte van een corticosteroïd injectie in de bilspier (experimenteel).
Hiervoor zullen we minimaal 140 patiënten met kneiartrose met behulp van loting toewijzen aan twee behandelgroepen: 1.
Corticosteroïd injectie in het kniegewricht, 2. Corticosteroïd injectie in de bil. De uitkomst is de ernst van de kniepijn op 4 weken na de beginmeting.
De patiënten worden 24 weken vervolgd om ook het langer termijn effect in kaart te brengen.