Betere samenwerking van de protocolpartners bij langdurige pleegzorg als alternatief voor adoptie
Het implementatieproject richtte zich primair op de ontwikkeling van een addendum voor langdurige pleegzorg als alternatief voor adoptie. Dit was essentieel omdat dergelijke situaties zeldzaam zijn, en pleegzorgorganisaties steeds opnieuw moesten bepalen hoe te handelen. Het project streefde naar meer duidelijkheid en uniformiteit in werkwijzen en zorgkwaliteit. Daarnaast was er behoefte aan een betere samenwerking tussen begeleiding bij afstand en pleegzorg in het keuzeproces.
Dit project was een vervolg op Hechting op afstand: Onderzoek naar het proces en de ervaringen met langdurige pleegzorg na een onbedoelde zwangerschap, dat startte in 2021.
Doel
Het primaire doel van dit implementatieproject was het ontwikkelen van een addendum voor langdurige pleegzorg bij het ATA-protocol. Rollen, taken en verantwoordelijkheden van betrokken partijen waren bij afstand ter adoptie al duidelijk beschreven in het ATA-protocol en werden in de praktijk ook onderschreven. Bij pleegzorg als alternatief voor adoptie waren deze minder eenduidig, niet duidelijk of stonden ze ter discussie. Met als gevolg dat deze in iedere casus opnieuw moesten worden vastgesteld. Voor alle partijen, jeugdbescherming, Fiom, Raad voor de Kinderbescherming en pleegzorg, gold dat er behoefte was aan duidelijkheid hieromtrent. Door het ontwikkelen van een addendum werkte dit project aan meer eenduidigheid in de werkwijze en kwaliteit van zorg.
Aanpak
De implementatie vond plaats in twee fasen. Fase 1 omvatte de analyse van afgeronde casussen en het opstellen van een conceptwerkwijze met input van professionals. Met de bij de betreffende casus betrokken hulpverleners is nagegaan welke stappen in de casus doorlopen zijn, wat ieders rol, taak en verantwoordelijkheid was, welke knelpunten zij daarin hebben ervaren en welke oplossingen zij daarvoor hadden gevonden. Fase 2 bestond uit het testen van de werkwijze in nieuwe casussen, waarbij pleegzorg vanaf het begin een actieve gesprekspartner was.
Resultaten
In dit project is een landelijke werkwijze ontwikkeld voor pleegzorg als alternatief voor adoptie. Het project bouwde voort op resultaten van eerder onderzoek waaruit bleek dat het voor betrokken professionals niet altijd duidelijk was welke taken en verantwoordelijkheden zij hebben wanneer een zwangere of pas bevallen vrouw, na een eerder voornemen tot afstand ter adoptie, overweegt haar kind in een pleeggezin te laten opgroeien. Een uniforme werkwijze helpt om verschillen in aanpak te voorkomen en draagt bij aan de kwaliteit van de begeleiding. Om de werkwijze te ontwikkelen, namen professionals van Fiom, Raad voor de Kinderbescherming, gecertificeerde instellingen, en pleegzorgorganisaties deel aan vier werksessies. Aan de hand van casussen bespraken zij de huidige praktijk, knelpunten en gewenste verbeteringen. Dit resulteerde in een werkwijze waarin rollen en taken van de verschillende organisaties zijn vastgelegd. Deze werkwijze vormt een onderdeel van het bestaande protocol Afstand ter Adoptie.