Mobiele menu

Diagnostiek en prognose van hand-polsklachten in de huisartspraktijk

Klachten aan pols en hand komt bij zo’n 10 % van de Nederlandse volwassenen voor. Bij de meeste mensen kan geen specifieke diagnose worden vastgesteld. Er is weinig informatie over het beloop van pols- of handklachten. Evenmin over de factoren die het herstel van klachten kunnen beïnvloeden.

Resultaten

Dit onderzoek heeft veel bruikbare informatie opgeleverd over de impact, diagnostiek en
het beloop van pols- of handklachten in de huisartspraktijk. Het beloop van klachten is niet gunstig. Minder dan de helft van de patiënten met pols- of handklachten, rapporteert volledig herstel binnen 12 maanden.

Verspreiding en implementatie

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in internationale, wetenschappelijke tijdschriften. Ze zijn ook opgenomen in een onderwijsprogramma over hand- en polsklachten voor huisartsen in opleiding aan het VUmc. De resultaten leveren tevens een bijdrage aan de NHG-Standaard Pols-/handklachten van het NHG.

Verslagen


Eindverslag

Achtergrond – Klachten aan pols en hand (pijn, tintelingen of functieverlies) komen veel voor; bij 9 tot 12.5% van de Nederlandse volwassenen. In bepaalde beroepsgroepen (bijv. beeldschermwerkers of mondhygienisten) komen deze klachten nog veel vaker voor en zijn een belangrijke oorzaak van werkverzuim. Niet alle mensen bezoeken de huisarts voor pols/handklachten. De huisarts wordt 2 tot 3 keer per maand geraadpleegd door een patiënt met een nieuwe klacht aan de pols of hand. Bij pols- of handklachten kan een brede variatie van diagnosen worden gesteld. In enkele gevallen gaat het om een reumatische of neurologische aandoeningen, soms wordt een peesontsteking vastgesteld. Bij de meeste mensen kan echter geen specifieke diagnose worden vastgesteld.

Doel van het onderzoek - Er is weinig informatie beschikbaar over het beloop van pols- of handklachten en over de verschillende factoren die het herstel van klachten kunnen beïnvloeden, zoals de duur en ernst van klachten, diagnose, fysieke belasting of psychosociale factoren. Door het ontbreken van deze informatie is het voor de huisarts niet eenvoudig goede beslissingen te nemen ten aanzien van de behandeling van pols/handklachten. In dit onderzoek stonden de volgende vragen centraal:
1. Hoe vaak gaan mensen naar de huisarts voor pols/handklachten en welke factoren bepalen welke mensen naar de huisarts gaan?
2. Welke diagnosen stelt de huisarts bij pols/handklachten?
3. Wat is de invloed van pols/handklachten op de dagelijkse activiteiten?
4. Hoe is het beloop van pols/handklachten en welke factoren beïnvloeden het beloop?

Opzet – Het project bestond uit een prospectief cohortonderzoek uitgevoerd in twee cohorten. Het eerste cohort betreft mensen die de huisarts consulteren voor pols/handklachten. Huisartsen in circa 40 praktijken ontvingen een training over de verschillende aandoeningen die pols/handklachten kunnen veroorzaken. Vervolgens werden patiënten die deze huisartsen bezochten vanwege pols/handklachten gevraagd mee te werken aan het onderzoek (cohort 1). Het tweede cohort bestond uit mensen met klachten aan pols of hand in de algemene bevolking. Deelnemers werden geworven door middel van een vragenlijst die werd gestuurd naar een aselecte steekproef van ruim 4700 volwassenen ingeschreven in 5 huisartspraktijken (15 huisartsen). Respondenten die in de vragenlijst aangaven last te hebben van pols of hand werden uitgenodigd voor een vervolgonderzoek (cohort 2). Alle deelnemers (beide cohorten) ontvingen een vragenlijst bij het begin van de onderzoeksdeelname en tevens na 3, 6 en 12 maanden (cohort 1) of na 3 en 12 maanden (cohort 2) om de ernst en het beloop van de klachten te volgen. Via de huisartsen zijn gegevens verzameld over het aantal bezoeken aan de huisarts, gestelde diagnosen en verwijzing.

Resultaten
De gezondheidsvragenlijst die werd gebruikt om deelnemers voor cohort 2 te identificeren is aan 4741 mensen verstuurd. De respons was 53,5% (2447 respondenten), van wie 563 pols/handklachten rapporteerden (23%). Hoewel 440 respondenten de huisarts bezochten in het daaropvolgende jaar, waren pols/handklachten slechts bij 32 mensen de belangrijkste reden (6%). De belangrijkste voorspellers voor het consulteren van de huisarts voor hand/polsklachten waren de frequentie van de klachten en de invloed van de klachten op dagelijkse activiteiten.
De huisartsen meldden 301 patiënten met pols/handklachten aan voor het onderzoek (cohort 1), van wie 267 toestemming gaven voor deelname (89%). De drie meest gestelde diagnosen door de huisarts waren peesontsteking (19%), artrose (18%) en inklemmingssyndromen (waaronder carpaal tunnel syndroom) (14%). Deelnemers rapporteerden een minder goede gezondheid in vergelijking met een Nederlandse normpopulatie, met name voor fysiek functioneren en pijn. De ernst van klachten was groter bij mensen zonder betaald werk, meer overgewicht, een lange klachtenduur bij het eerste consult, een diagnose carpaal tunnel syndroom, hogere pijnsc

Kenmerken

Projectnummer:
42000007
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2004
2008
Onderdeel van programma:
Projectleider en penvoerder:
Prof. dr. D.A.W.M. van der Windt
Verantwoordelijke organisatie:
Amsterdam UMC - locatie VUmc
Afbeelding

Alledaagse Ziekten

Zo’n 80% van de klachten waarmee patiënten naar de huisartsen-praktijk komen, zijn alledaagse klachten zoals buikpijn, een neerslachtige periode, wratten of slapeloosheid. Vanuit ons programma Alledaagse Ziekten financierden we onderzoek om adviezen en behandelingen wetenschappelijk te onderbouwen. Dit project is daar één van. Bekijk de andere projecten.