Achtergrond afbeelding Achtergrond afbeelding darkmode

Een mechanistisch georiënteerde diagnose van orthostatische intolerantie bij post-COVID

Orthostatische intolerantie (OI) treft 30–70% van de post-COVID patiënten. Zij ervaren duizeligheid, flauwvallen en hartkloppingen bij rechtop zitten of staan. Met de huidige diagnostische tests worden veel patiënten gemist, omdat zij niet voldoen aan de gangbare criteria, wat kan leiden tot onvolledige zorg. Met nieuwe meetmethoden onderzoekt dit project systematisch de achterliggende oorzaken van OI, zoals verminderde bloedtoevoer naar de hersenen en mogelijke auto-immuniteit. Hiermee willen onderzoekers OI beter herkennen en verklaren. De resultaten van dit project kunnen de zorg voor een grote groep post-COVID patiënten verbeteren.

Doel

Dit onderzoek wil helder krijgen waarom OI zo vaak voorkomt bij post-COVID patiënten en hoe OI het beste kan worden vastgesteld. Er wordt gekeken naar afwijkingen in de bloedsomloop en naar auto-antistoffen die het autonome zenuwstelsel kunnen verstoren. De uitkomsten moeten leiden tot een beter onderbouwde, gestandaardiseerde werkwijze voor diagnostiek en behandeling, zodat ook patiënten die niet voldoen aan de gangbare criteria (bijvoorbeeld omdat hun bloeddruk en hartslag normaal lijken) tijdig herkend en geholpen worden.

Aanpak/werkwijze

Het project omvat 3 studies. De eerste vergelijkt 100 post-COVID patiënten met OI (waarvan 50 zonder duidelijke hart- of bloeddrukafwijkingen) met 30 post-COVID patiënten zonder OI en 30 gezonde controles. Met tilt-tafeltests, ademhalingsoefeningen, Valsalva-manoeuvres en hersendoorbloedingsmetingen (Doppler, NIRS) worden afwijkende reacties in kaart gebracht. De tweede studie onderzoekt autoantistoffen in bloed, die mogelijk OI veroorzaken. De derde studie gebruikt SPECT-beeldvorming om bloedtoevoer in de hersenen te meten tijdens staan en liggen. Deelnemers worden geworven via de betrokken ziekenhuizen en Post-COVID Netwerk Nederland (PCNN). Met geavanceerde data-analyses worden nieuwe methoden voor diagnostiek getest.

Samenwerkingspartners

Neurologen, cardiologen, immunologen en datawetenschappers uit universitaire ziekenhuizen (Leiden UMC, Amsterdam UMC, UMC Utrecht), klinieken (Stichting Cardiozorg) en PCNN slaan de handen ineen om de complexiteit van OI beter te doorgronden. Deze partijen brengen elk hun eigen expertise in en zorgen voor een versnelde vertaling van onderzoeksresultaten naar de praktijk. Ook patiënt-belangenorganisaties leveren een belangrijke bijdrage, onder meer bij het mee-ontwikkelen van het onderzoek en het minimaliseren van de belasting voor patiënten. De directe betrokkenheid van patiënten zorgt dat de gekozen metingen en procedures aansluiten bij hun behoeften en dat de uitkomsten beter toepasbaar zijn in de dagelijkse zorg.

(Verwachte) resultaten

Na ongeveer 2 jaar worden resultaten verwacht over hoe hersendoorbloeding, auto-immuunreacties en andere verstoringen bijdragen aan OI bij post-COVID. Dit biedt artsen en onderzoekers nauwkeurigere manieren om OI vast te stellen, ook bij patiënten zonder opvallende hart- of bloeddrukreacties. Daarnaast kan het onderzoek leiden tot nieuwe behandelstrategieën, waarbij bijvoorbeeld auto-immuunmechanismen worden aangepakt of hersendoorbloeding gericht wordt verbeterd. Deze bevindingen zijn niet alleen relevant voor post-COVID, maar mogelijk ook voor andere post-infectieuze syndromen (zoals door Lyme of Q-koorts) en ME/CVS. Uiteindelijk kan een betere diagnose en behandeling de kwaliteit van leven voor een grote groep patiënten aanzienlijk verbeteren.

Vervolg

Op basis van de uitkomsten zullen vervolgprojecten worden gepland om doelgerichte behandelmethoden te ontwikkelen en te testen, bijvoorbeeld medicatie tegen auto-antistoffen of specifieke revalidatieprogramma’s. Ook zal worden gekeken naar de toepasbaarheid van deze aanpak in andere post-infectieuze aandoeningen. Een nauwe samenwerking tussen onderzoekers, klinieken en patiëntenorganisaties blijft hierbij centraal staan, zodat eventuele doorbraken snel kunnen worden doorgevoerd in de reguliere zorg.

Verslagen

Voortgang

Orthostatische Intolerantie (OI) treft 30-70% van post-COVID patiënten en wordt gekenmerkt door invaliderende symptomen zoals duizeligheid en flauwvallen bij zitten of staan. Dit project beoogt betere identificatie en behandeling van OI-patiënten. Dit is om 2 redenen urgent:

  1. De gangbare tests geven artsen beperkte informatie voor behandelbeslissingen.
  2. Bij veel patiënten, ook met ernstige klachten, laten deze tests geen afwijkingen zien.

Beide problemen kunnen leiden tot onjuiste diagnoses en daarmee ontoereikende zorg. Wij stellen daarom betere, innovatieve methoden voor. In drie studies vergelijken we post-COVID patiënten (met en zonder OI-klachten) en gezonde mensen. Hierbij meten we systematisch de reacties van het hart- en vaatstelsel en de bloedtoevoer naar en in de hersenen, evenals de onderliggende biologische mechanismen. Deze methoden zijn direct toepasbaar in de praktijk en kunnen al op korte termijn de post-COVID zorg verbeteren.

Er zijn op dit moment nog geen (tussentijdse) projectresultaten.


Kenmerken