Mobiele menu

Quality of life in first onset schizophrenia

Projectomschrijving

Schizofrenie is een psychische aandoening, die onder meer gepaard gaat met psychoses; waarbij  de patiënt het contact met de werkelijkheid kwijt is. Antipsychotica kunnen psychoses onderdrukken. Patiënten die hersteld zijn van een eerste psychose willen dikwijls stoppen met antipsychotica. De richtlijnen in Nederland, hoewel niet gebaseerd op empirische gegevens, adviseren twee jaar door te gaan met antipsychotische medicatie. Uit dit project blijkt dat het verantwoord is na stabiele remissie van de ziekteverschijnselen bij eerste episode psychosen de antipsychotische medicatie geleidelijk te stoppen, mits onder condities van zorgvuldige monitoring en na nadrukkelijke toestemming van de patiënt. Bij een op de vijf onderzocht patiënten kon de medicatie zonder problemen worden gestaakt. Bij de overige patiënten moest medicatie worden hervat of traden al bij het stoppen van de medicatie problemen op. Advies is om in de richtlijn op te nemen dat bij eerste psychosen na goed herstel stoppen met medicatie een optie is.

Richtlijn

De studieresultaten zijn opgenomen in de bijbehorende richtlijn in de FMS Richtlijnendatabase.

Verslagen


Samenvatting van de aanvraag

Achtergrond: De consequenties van een recidief na een eerste psychose zijn ernstig: in de regel een heropname, toename van het risico op een chronische psychose en negatieve symptomatologie, verlies van sociale status (arbeidsinvaliditeit), stigmatisering en een aanmerkelijke last voor de naaste familie. Clinici kunnen de uitkomst na een eerste psychose niet voorspellen. Er is grote onenigheid in de psychiatrische wereld over de aard en de duur van de behandeling (psychosociaal/medicamenteus) gedurende de eerste twee jaar. De controverse spitst zich toe op de duur van met name de farmacotherapeutische profylaxe, ook al wordt onderkend dat psychosociale interventies in de vorm van psychoeducatie, familieondersteuning, sociale vaardigheidstraining en vormen van individuele cognitieve therapie een grote rol spelen. De klassieke antipsychotica en in mindere mate de atypische antipsychotica staan bekend om hun negatieve bijwerkingenprofiel. Alle evidentie waarop de richtlijnen zijn gebaseerd is beperkt tot de invalshoek van de psychosepreventie zonder adequate aandacht voor de kwaliteit van leven. Doel: nagaan van de differentiële effecten van 2 behandelstrategieën: de gebruikelijke zorg met verlengde medicamenteuze behandeling met antipsychotica gedurende 1,5 jaar na herstel uit een eerste psychose versus gebruikelijke zorg zonder de antipsychotische medicatie, op kwaliteit van leven, zorgbehoefte, optreden van een terugval en belasting van de familie. Onderzoeksvraag: welke meerwaarde heeft de ene behandelstrategie boven de andere voor het verdere ziektebeloop en kwaliteit van leven van de patiënt en welke gevolgen voor de directe en indirecte kosten hiermee gemoeid zijn over een periode van anderhalf jaar na herstel. Studieopzet: De studie is een prospectieve gerandomiseerde multicenter trial met twee behandelingscondities op verschillende locaties in het noorden, oosten en zuiden van het land. Elke behandelarm omvat 57 patiënten die allen twee jaar worden gevolgd. Geïncludeerd worden ambulante of klinische patiënten met een eerste psychose (DSM-IV 295, 297, 298). Leeftijd bij aanvang van de psychose tussen de 18 en 45 jaar. Patiënten die weigeren aan de trial mee te doen zullen gevolgd worden door middel van een casus register wat betreft hun medische consumptie en ondervraagd worden in een eenmalig gesprek op een vergelijkbaar tijdstip als in de behandelcondities wat betreft hun kwaliteit van leven. Dit geeft een indicatie van de selectiebias van de trial en van de haalbaarheid van de onderzochte behandelstrategie voor de totale patiëntenpopulatie. Interventies: Zij ontvangen in beide behandelcondities regelmatige contacten (maandelijks), psychoeducatie en familieondersteuning. In één conditie wordt de medicamenteuze therapie voortgezet. Primaire uitkomstmaat is de kwaliteit van leven, inclusief het psychosociaal functioneren, de tevredenheid met levensomstandigheden qua werk, wonen, opleiding, bezigheden en contacten. Secundaire uitkomstmaten betreffen het verdere ziektebeloop, een terugval in de psychose, de ervaren bijwerkingen, en optreden van co-morbiditeit (depressie, verslaving), en de medisch-maatschappelijke kosten. Poweranalyse: op basis van verwacht verschil van qaly's is uitgegaan van 57 patiënten per behandelarm (incl. 25% weigering in de loop der tijd); dus 114 te includeren patiënten die 2 jaar worden gevolgd. Economische analyse: in eerste instantie zal een kosten-utiliteitsanalyse (Euroqol) gedaan worden en daarna een kostenconsequentie-analyse.

Kenmerken

Projectnummer:
94501001
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2001
2005
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Prof. dr. D. Wiersma