Mobiele menu

Treatment with low molecular weight heparin after knee arthroscopy and lower leg immobilisation

Er is onderzocht of het zinvol is om antistollingsbehandeling te geven om trombose te voorkomen bij patiënten met onderbeengips of die een kijkoperatie van de knie moeten ondergaan.
In twee grote klinische studies heeft de ene helft van de patiënten wel en de andere helft geen behandeling gekregen. En deze groepen zijn vergeleken met betrekking tot het optreden van trombose.

Resultaten

Bij patiënten met onderbeengips werd een trombosebeen of longembolie in 10/719 patiënten (1,4%) gediagnosticeerd in de behandelde groep en in 13/716 patiënten in de niet behandelde groep (1,8%). In de behandelde groep werd één klinisch relevante bloeding waargenomen.
Bij patiënten die een kijkoperatie moesten ondergaan werd een trombosebeen of longembolie in 5/731 (0,7%) patiënten gediagnosticeerd in de behandelde groep en in 3/720 (0,4%) patiënten in de niet behandelde groep. In beide groepen werd één ernstige bloeding waargenomen.
Deze resultaten laten zien dat het geven van antistolling bij onderbeengips of na een kijkoperatie niet effectief is om trombose te voorkomen.

Vervolg

Dit project kent een vervolg in: Implementatie van de POT-(K)CAST resultaten: naar minimaliseren van antistollingsgebruik rond onderbeengips en knie artroscopie (1711020011)

In de media

Richtlijn

Van de onderzoeksprojecten uit het ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen (GGG) is inzichtelijk gemaakt of zij aansluiten bij de richtlijnen en/of modules in de FMS Richtlijnendatabase. Bekijk de bijbehorende richtlijn in de FMS Richtlijnendatabase.

Verslagen


Eindverslag

Een ‘trombosebeen’ oftewel een diep veneuze trombose is een aandoening waarbij een bloedstolsel de aderen van het been afsluit. Hierdoor ontstaat zwelling en pijn. In ongeveer een derde van de gevallen breekt dit stolsel af en komt met de bloedstroom mee in de longen terecht. Dit wordt een longembolie genoemd en is een potentieel levensbedreigende situatie. In bepaalde situaties is het risico op het krijgen van trombose licht verhoogd, zoals na grote operaties, of bij aanwezigheid van andere ziektes, zoals kanker. Vaak wordt dan tijdelijk antistollingsmedicatie voorgeschreven om trombose te voorkómen. Voor twee situaties waarin de kans op trombose iets verhoogd is was het tot voor kort niet duidelijk of antistollingsbehandeling trombose zou kunnen voorkomen, namelijk voor het hebben van onderbeengips en na een kijkoperatie van de knie. In twee grote klinische studies hebben wij dit onderzocht, door de helft van de patiënten wel en de andere helft geen behandeling te geven, en deze groepen te vergelijken m.b.t. het optreden van trombose. Het bleek dat in beide groepen evenveel gevallen van trombose optraden en dat deze behandeling dus geen zin heeft. Dit is een belangrijk resultaat omdat hiermee een pijnlijk behandeling (de medicatie wordt met injecties gegeven), die bovendien gepaard gaat met een klein bloedingsrisico, niet meer gegeven hoeft te worden aan een grote groep mensen (enkele tienduizenden patiënten per jaar).

Kenmerken

Projectnummer:
171102001
Looptijd: 100%
Looptijd: 100 %
2011
2016
Onderdeel van programma:
Gerelateerde subsidieronde:
Projectleider en penvoerder:
Prof. dr. S.C. Cannegieter
Verantwoordelijke organisatie:
Leiden University Medical Center