VIMP - 104022003
Mensen met een spierziekte hebben vaak kuitspierzwakte, wat zorgt voor loopproblemen, zoals een hoger energieverbruik. Om deze loopproblemen te verminderen worden enkel-voet orthesen (EVO's) voorgeschreven. Het effect van de EVO hangt erg af van hoe gemakkelijk de EVO buigt, de EVO-stijfheid. Welke stijfheid het lopen het meest verbeterd verschilt per individu. Gevolg is dat de EVO-stijfheid voor iedereen moet worden geoptimaliseerd om het lopen maximaal te verbeteren.
Momenteel gebeurt dit optimaliseren met behulp van experimenten. Dit is een tijdrovend en belastend proces. In het IMDI-doorbraakproject is met behulp van simulaties aangetoond dat gewicht, loopsnelheid en mate van zwakte veel effect hebben op welke EVO-stijfheid optimaal is. Deze resultaten wilde de projectgroep nu omzetten naar een algoritme. Met dit algoritme kunnen behandelaren de EVO-stijfheid voorspellen. Dit doel is grotendeels gerealiseerd. Een prototype van het behandelalgoritme en de daaraan gekoppelde confectie EVO database is ontwikkeld. Het behandelalgoritme is opgesteld aan de hand van een in-silico database, gegenereerd op basis van simulaties. Voor het aanleggen van de EVO database zijn de eigenschappen van een groot aantal confectie orthesen gemeten. De factoren in het algoritme zijn besproken met verschillende zorgprofessionals (revalidatieartsen en instrumentmakers). Daarnaast is een eerste validatie van het algoritme op bestaande data uitgevoerd.