Zorgmijding en verminderde toegankelijkheid van zorg tijdens de COVID19 pandemie - beloop en lange termijn effecten op incidentie en prognose van hart- en vaatziekten en kanker in Nederland
Tijdens de eerste fase van de pandemie ging 1 op de 5 mensen niet naar de dokter. Daarnaast hebben zorgverleners afspraken uitgesteld vanwege COVID-19. Of deze veranderde toegang tot zorg heeft geleid tot ernstigere vormen van hart- en vaatziekten en kanker is onduidelijk.
Doel
Het doel van dit project was het beantwoorden van de volgende vragen:
- In welke mate en door wie is er minder zorg ontvangen?
- Wat zijn de effecten hiervan op de ernst van hart- en vaatziekten en kanker?
- In hoeverre zijn door het aangepaste zorgaanbod de gesprekken tussen arts en patiënt veranderd?
Resultaten
Tijdens de coronapandemie gingen minder mensen naar de huisarts. Dit blijkt uit grote databestanden van de dossiers van huisartsen. Vooral mensen die zich eenzaam, bang of somber voelden, bleven weg. Daardoor kwamen sommige mensen met hartklachten of alarmsignalen van kanker later of helemaal niet. Toch werd een hartinfarct nog net zo vaak ontdekt als voor corona. Maar beroertes en TIA’s werden minder vaak vastgesteld.
Ook na de eerste coronagolf kwam het aantal huisartsbezoeken niet helemaal terug op het oude niveau. Mensen met klachten die kunnen wijzen op kanker kwamen tijdens lockdowns minder vaak. Mensen die later kanker kregen, gingen wel iets vaker naar de huisarts dan mensen met dezelfde klachten die geen kanker bleken te hebben.
De gevolgen voor het moment waarop kanker werd ontdekt, bleven meestal klein. Alleen bij longkanker werd de ziekte vaker in een later stadium ontdekt.
Vervolgproject
Dit project heeft een vervolg gekregen in het Veni-project van Silvan Licher:
Blog
In deze blog vertellen projectleiders Charles Helsper (arts-epidemioloog), Silvan Licher (arts-epidemioloog) en Evelien de Schepper (huisarts-epidemioloog) waar hun onderzoek precies over gaat en waarom dat belangrijk is.