Optimizing the deployment of nurse champions to prevent and manage pressure ulcers in-hospital: the CHAMPION study
Van kennisdrager naar verpleegkundig leider
Verpleegkundigen weten al jaren welke maatregelen effectief zijn om decubitus of doorligwonden te voorkomen. Waarom lukt dat dan niet altijd in de dagelijkse praktijk? De CHAMPION-studie zocht het antwoord in kennis, richtlijnen én bij verpleegkundigen die hun collega's stimuleren om deze kennis toe te passen.
Optimaliseren van de inzet van aandachtsvelders voor de preventie en behandeling van decubitus in het ziekenhuis: de CHAMPION-studie
Decubitus ontstaat door langdurige druk of schuifkrachten op lichaamsdelen en komt helaas nog regelmatig voor op verpleegafdelingen en intensive care (IC) afdelingen. Verpleegkundig aandachtsvelders spelen een belangrijke rol als het gaat om de preventie van decubitus door het ondersteunen, stimuleren en scholen van collega-verpleegkundigen. In de praktijk blijkt het echter een uitdaging om de rol van aandachtsvelder optimaal te vervullen.
Doel
De CHAMPION‑studie onderzocht hoe aandachtsvelders decubitus hun impact kunnen vergroten door middel van individuele coaching. De coaching richt zich op de mate waarin de aandachtsvelder zeggenschap, leiderschap en autonomie kan uitoefenen in de praktijk. De resultaten zijn mogelijk van meerwaarde voor aandachtsvelders van andere aandachtsgebieden en andere zorginstellingen.
Aanpak
De studie werd uitgevoerd op 12 afdelingen in 2 academische ziekenhuizen: 4 IC-afdelingen, 4 beschouwende afdelingen en4 snijdende afdelingen. Twee afdelingen per type ontvingen de interventie, terwijl de overige 2 als controlegroep dienden. De studie was opgedeeld in 2 werkpakketten. In werkpakket 1 achterhaalden we de behoeften, ervaringen en barrières van aandachtsvelders decubitus via interviews met aandachtsvelders, patiënten, verpleegkundigen en leidinggevenden. We hebben ook de mate van zeggenschap, leiderschap en autonomie gemeten en voerden prevalentiemetingen uit. In werkpakket 2 evalueerden we de effectiviteit van de interventie door de metingen en interviews te herhalen en te vergelijken.
Samenwerkingspartners
De samenwerkingspartners in het project waren de deelnemende afdelingen van beide ziekenhuizen, waaronder aandachtsvelders, managers en verpleegkundigen. Daarnaast waren de onderzoeksgroepen Verplegingswetenschap, wondconsulenten, een implementatiedeskundige en een adviseur kwaliteit betrokken. Deze samenwerking was essentieel, omdat het de integratie van zowel praktische expertise uit de zorgpraktijk als wetenschappelijke kennis mogelijk maakte.
Resultaten
- De (her)introductie van de prevalentiemetingen bleek al een waardevolle interventie op zich. Verpleegkundigen werden zich meer bewust van de decubitusprevalentie en afdelingsspecifieke factoren, wat leidde tot meer scholing, zowel voor aandachtsvelders als voor de afdelingen.
- Aandachtsvelders gaven aan leiderschap vooral te ervaren als het enthousiasmeren van collega's en het bieden van ondersteuning, maar de benodigde vaardigheden werden vaak onvoldoende ingezet. Ook bleken zeggenschap en autonomie minder bekende concepten.
- Daarnaast is gebleken dat er kansen liggen om patiënten meer te betrekken bij decubituspreventie, wat de samenwerking tussen verpleegkundigen en patiënten versterkt.
Aanbevelingen
Rolduidelijkheid en ondersteuning voor aandachtsvelders
- Uit het onderzoek blijkt dat aandachtsvelders behoefte hebben aan duidelijkheid over hun rol en dat ondersteuning op het gebied van leiderschap, zeggenschap en autonomie gewenst is. Hierbij is coaching als positief en van grote meerwaarde ervaren, mits verpleegkundigen hiervoor openstaan. Daarom bevelen we het creëren van een heldere rolomschrijving voor aandachtsvelders, inclusief verantwoordelijkheden en verwachtingen, aan. Hierbij is het belangrijk dat structurele ondersteuning wordt geborgd.
- Coaching dient structureel aangeboden te worden en afgestemd op de behoefte van het individu, zoals communicatie, beïnvloedingsvaardigheden of klinisch leiderschap. Hierbij is het belangrijk dat leidinggevenden coaching actief ondersteunen, zodat aandachtsvelders ruimte krijgen hun rol te versterken en in te zetten. Dit kan mogelijk bijdragen aan een cultuur waarin leiderschap, zeggenschap en autonomie worden gezien als een essentieel onderdeel van de verpleegkundig expertise.
Prevalentiemetingen decubitus
- Het uitvoeren van prevalentiemetingen decubitus door aandachtsvelders zorgt voor nieuwe inzichten en geeft dit richting aan de invulling van de rol van aandachtsvelders. Het invoeren en borgen van prevalentiemetingen bevelen we aan, omdat deze dienen als leer- en kwaliteitsinstrument. Nieuwe aandachtsvelders liepen mee tijdens de prevalentiemetingen met het wondexpertiseteam om te leren hoe ze op de juiste wijze decubitus moeten classificeren. In het verleden werd bijvoorbeeld graad 1 wel gemist door onervarenheid in het herkennen. De metingen dienen niet alleen ter registratie, maar ook als leermoment voor teams.
- De inzichten vanuit de prevalentiemetingen bieden handvatten voor gerichte verbeterpunten, passend bij de verpleegafdeling en teams. Hierbij wordt het betrekken van patiënten en het stimuleren van zelfmanagement versterkt. Patiënten bleken vaak onvoldoende op de hoogte van hun risico op decubitus. Daarom is het essentieel dat verpleegkundigen patiënten actief informeren over hun risico's, uitleggen welke preventieve maatregelen worden genomen en hen stimuleren zelf bij te dragen waar mogelijk. Het combineren van inspectie en voorlichting, zoals tijdens de prevalentiemetingen is gedaan, blijkt effectief en laagdrempelig.
Decubituspreventie in complexe zorgomgevingen
Decubituspreventie verdient en behoeft meer prioriteit, zeker in complexe zorgomgevingen zoals de intensive care. Door de hoog risicopatiënten op deze afdelingen was er een hoge prevalentie. Verdere verdieping in deze populatie is noodzakelijk. Een mogelijke oorzaak voor de hoge prevalentie is het niet toepassen van wisselligging bij de instabiele patiënt. De risico’s en overwegingen om wel of niet over te gaan tot wisselligging bij een instabiele intensive care patiënt biedt mogelijkheid voor vervolgonderzoek. Dat betreft onder andere het onderzoeken of zorgverleners een gemeenschappelijk beeld hebben van ‘instabiel’ en hoe dat te definiëren om te leren wanneer wisselligging echt niet mogelijk is. Daarnaast krijgt decubitus als een van de aspecten van basiszorg in deze hightech omgeving nog onvoldoende prioriteit, terwijl dit juist een belangrijk kwaliteits- en veiligheidsaspect van zorg is.
Betrekken van patiënten
Hoewel het betrekken van patiënten bij de preventie van decubitus in de praktijk uitdagend bleek, is dit op verschillende afdelingen wel gelukt
- Patiënten werden gedurende de opname meer betrokken bij de preventie van decubitus. Dit werd bijvoorbeeld gedaan door bij een toename in het risico op decubitus dit te bespreken en werden de maatregelen die werden ingezet verder uitgelegd.
- Ook ondersteunden de prevalentiemetingen bij het betrekken van patiënten. Tijdens deze metingen werden patiënten actief geïnformeerd over hun risico en ontstond er meer bewustwording. Zo vormden de prevalentiemetingen niet alleen een meetmoment, maar ook een gelegenheid om patiënten te informeren en te instrueren.
- Patiënten zijn tijdens het project gevraagd naar hun voorkeuren en wensen wat betreft voorlichting en betrokkenheid bij decubituspreventie. Deze voorkeuren zijn met de aandachtsvelders en verpleegkundigen per afdeling besproken. Afdelingsafspraken zijn op basis van deze inzichten aangepast en doorgevoerd, zoals het gebruik van voorlichtingsmateriaal tijdens het opnamegesprek.
Vervolg
De CHAMPION-studie heeft geresulteerd in een publicatie in TVZ. Het doel is om nog 3 publicaties te bewerkstelligen voor internationale tijdschriften. Daarnaast zijn de geleerde lessen van dit onderzoek toepasbaar op andere aandachtsgebieden waar aandachtsvelders bij betrokken zijn. De borging van de resultaten wordt ondersteund door de voortdurende implementatie van prevalentiemetingen.
Meer projecten
Bekijk andere ZonMw-projecten waarbij Lisette Schoonhoven betrokken is (geweest):